‘Het is nu of nooit’ – Op bezoek bij schrijfster Maartje Luccioni in 1976
Door Reinjan Mulder
Door de telefoon had ze gezegd: „Zal ik je maar een plattegrond van Montfermeil sturen. Mensen hebben vaak moeite om ons huis te vinden. Je neemt op het Gare de l’Est de trein naai Meaux, na 18 minuten stap je uit in Le Raicy. De bus naar Coudreaux staat dan op het stationsplein en in Montfermeil stap je uit op de Place Jean Mermoz. De nummering in onze straat is wel bizar, rustig doorlopen, ons nummer, 7 bis bestaat echt.”
De straat waar Maartje Luccioni met haar man en drie kinderen in 1976 woont, blijkt van de rand van het dorp een stuk het veld in te lopen. Eerst staan er aan weerszijden woonhuizen waar je vanwege de hoge schuttingen weinig van ziet, je passeert een kasteel in een parkachtig bos en loop je rustig dooir, dan sta je inderdaad voor nummer 7 bis. Voor het huis staat een grote boom met een schommel.
„We wonen nu twee en een half .jaar in dit huis,” zei Maartje Luccioni toen ik daar vijftig jaar geleden binnenkwam. “Eerst hebben we negen jaar in een kleiner huis gewoond, aan de andere kant van Montfermeil. Maar daar moesten we uit. De regering had door het gebied een autoroute gepland. Dat was ook niet zo mooi als dit. Meer wat ze hier in Frankrijk een pavillon noemen. Dunne muren, snel opgetrokken. Niet het soort huis waar je je hele leven in zou blijven wonen. Dit wel, dit is een maison.”
Al na een paar minuten merkte ik hoeveel de schrijfster in haar boeken aan haar directe omgeving ontleende. Het kostte me moeite om haar man Jean-Michel geen Jacques te noemen, naar de echtgenoot uit haar eerste boek Wie nu geen huis heeft: „ Ik heb vaak de indruk dat Jacques het een bevrijding vindt om een buitenlandse vrouw te hebben, met wie alles lichtelijk anders kan zijn,’ zei ze, “zoals ik het ook heerlijk vind om in het buitenland te wonen, niet al te ver weg, maar ver genoeg om een leven te leiden waarin alles een béétje anders is,”
Maartje Luccioni-van der Made die na lang zwijgen recent weer een nieuw boek heeft gepubliceerd, is betrekkelijk laat de Nederlandse literatuur binnen gekomen. “Mijn zesde boek? Nee, dat haal ik niet.” zei ze vijftig jaar geleden. “Daarvoor ben ik te laat begonnen.” Ze werd in 1935 in Nijmegen geboren en pas in 1974, tegen haar veertigste, verscheen bij de Bezige Bij Wie nu geen huis heeft. Een roman over een uitgebreide familie, die voor een deel in Frankrijk woont, voor een deel in Nederland. Een echt vrouwenverhaal noemde ik dat in het Cultureel Supplement, een boek over kinderen krijgen, vrijen, borstvoeding, vruchtbaarheid, eten, een boek over het hele gezin.
Alles anders
Twee jaar later kwam haar tweede boek uit: Alles Anders, twee lange verhalen over de problemen die de mens juist heeft met het leven in gezinnen. Over de ledigheid van de getrouwde vrouw. Ook in dit boek stond het bed centraal. Het eerste verhaal laat een bemiddeld echtpaar uit Amsterdam Zuid zien, Line en James. De kinderen hebben niet zo veel aandacht meer nodig: de ouders voelen zich onbehaaglijk bij het naderen van de ouderdom. Ze besluiten om eventuele afwisseling niet uit de weg te gaan. Kort daarop ontmoet meneer een jong meisje, vriendinnetje van zijn dochter en mevrouw komt in contact met een jonge spontane student, vriendje van haar zoon. Even gaat het leuk. maar dan ontdekken de jongen en het meisje elkaar. En dat gaat nog beter. Het middelbare echtpaar vertrekt voor een vakantie naar Frankrijk en daar krijgt de vrouw een vaag visioen van een wereld waarin ‘alles anders’ is. Geen echtelijke trouw bestaat daar meer, maar alleen liefde.
Daarna, in het tweede verhaal van Alles Anders, ‘Voortijd’, komt zo’n wereld ook tot leven. Inderdaad is daar alles anders. Er zijn geen gezinnetjes meer, maar alleen een vrouwendorp en een mannenkamp. De meisjes vrijen ook alleen met meisjes, en de jongens met jongens. Behalve zomers, dan breekt de ‘gemengde paringstijd’ aan, waarin de meisjes worden bevrucht, waarna ze zich terugtrekken in het vrouwendorp, om de kinderen ter wereld te brengen.
Dit gaat lang goed, totdat er in het bos een jongetje gevonden wordt die, als hij ouder wordt, de neiging heeft zich (meer…)














