1969: ‘De wereld en wij’ – De geboorte van een literatuur-redacteur

1960: Reinjan Mulder leest op zijn studentenkamer ‘De avonden’

Door Reinjan Mulder
Voor veel oud-redacteuren van Propria Cures is hun redacteurschap de opmaat geweest voor een glanzende carriere in de journalistiek of de literatuur. Maar voor mij, redacteur van 1972 tot 1974, werd het bijna het einde. Op 22 februari 1969 maakte de redactie van de ‘Dichtershoek’ van het nog niet met de NRC gefuseerde Algemeen Handelsblad bekend wie de wedstrijd had gewonnen bij  het tienjarig bestaan van deze populaire rubriek voor jonge dichters. Dat ging toen zo:

‘Begin december 1968 werd – omdat onze Dichtershoek weldra tien jaar zal bestaan – een prijsvraag voor jonge dichters (leeftijd ten hoogste 20 jaar) uitgeschreven. Gevraagd werd een gedicht te maken over het onderwerp ‘de wereld en wij’. Op 8 februari sloot de termijn voor inzendingen en sindsdien is de redactie van Eigen Wijs, bijgestaan door redactieleden van het Handelsblad Supplement bezig geweest met het door- en nalezen van de ruim vijftig inzendingen.
Het werd vorige week al even gezegd: er was veel kaf onder het koren, veel rijmelarij en ook veel opgeschroefd poëtisme met moeilijke gedachtekronkels en machteloos woordgebruik, met een overvloed aan () tekens en &-tekentjes, om maar niets te zeggen van de …. , die nog altijd opgeld doen.
Gelukkig blijkt de minimode van heel korte regeltjes in het genre van

ik
ben
dich-
ter &
mens te-
gelijk

zo langzamerhand wel geheel afgeschreven.
Goed voorbeeld van de nieuwe dichtstijl, die we in eindeloos veel variaties en nuances in de dagelijks toegezonden dichtershoek-enveloppen tegenkomen, is  (meer…)

Reve’s ‘De Vierde Man’ als ‘camp’: Het levenverwekkende aroom van een soepel gespannen lichaam

Recensie van Gerard Reve, De Vierde Man. Uitg. Elsevier, 146 blz. Prijs f 17,50
Door Reinjan Mulder
UPDATE 2021 – Wie argeloos begint te lezen in De Vierde Man, de [deze week verschenen] novelle van Gerard Reve, zou kunnen denken een klassiek ‘damesromannetje’ in handen te hebben. Na twee inleidende bladzijden, waarin de ik-persoon zijn donkere vriend Ronald een waargebeurde geschiedenis aankondigt, volgt een romantische beschrijving van een mooie avond in mei, vele jaren geleden, toen de verteller een lezing moest houden voor een cultrureel genootschap in de provincie. Hij zag erg tegen het optreden op, schrijft Reve, vooral omdat het onvermijdelijk zou zijn de nacht door te brengen in een hotelkamer.
In de pauze van de lezing valt hem echter onverwacht een wonderbaarlijk geluk ten deel. Hij maakt kennis met een jonge vrouwe, een ‘dame’ zoals hij zegt, die hem uitnodigt in haar huis de nacht door te brengen.
Wat een opwining, wat een blijdschap!
Gerard Reve stapelt de ene, bloemrijke beschrijving van de dame in kwestie op de andere. Haar gelaatsuitdrukking heeft iets spontaans en welwillends. Ze is gekleed in een donkerrode, haar lichaaamsvormern fraai volgende japon van tafzijde of een dure kwaliteit katoen, en ze draagt bordeauxrode schoenen met hoge hakken en sluitingen met een of ander verguldsel. Christine heet ze, ze is onloochenbaar zeer goed gebouwd, en wat ze van haar lichaam (meer…)

‘Schuldig’ – Jannah Loontjes over schuld en schaamte

Biennale Venetië: The guiltiest…

Recensie van: Jannah Loontjens, Schuldig – Een verkenning van mijn geweten. Uitg. Podium. 240 blz.
Door Reinjan Mulder
‘Als je kijkt naar de rol van schuld in literatuur en filosofie,’ schrijft Jannah Loontjens (1974) in haar boek Schuldig, ‘is het gewicht langzamerhand van de hemel naar de aarde afgedaald.’ Lag de schuld voor alles wat er mis ging in de oudheid nog bij de goden en konden mensen door hen ook nog gestraft worden voor dingen die ze niet hadden gedaan, tegenwoordig berust de verantwoordelijkheid voor alles wat er op de wereld gebeurt op de mens.
De schrijfster illustreert dat aan het begin van haar boek aan de hand van het kerstfeest in huize Loontjens. Dit jaar, schrijft ze, gaat ze met haar kinderen niet naar haar gescheiden vader in Zweden, en ook niet naar haar moeder in Frankrijk. Ze heeft geen geld voor dure tickets, maar vervelender is nog dat ze erover denkt om de kerstdagen dan maar bij haar tante door te brengen die in een dorp in de Betuwe woont.
Hoe moet ze zoiets aan haar alleenwonende moeder vertellen zonder haar jaloers te maken? Schuldig is duidelijk geschreven voordat de tweede lockdown bekend werd gemaakt, want nu zou  juist dit een verantwoorde oplossing zijn geweest. Kerst bij je tante in de Betuwe, wat kun je beter doen? Maar tijdens het schrijven van haar boek, voelde Loontjens zich nog behoorlijk schuldig over haar snode plannen, vooral tegenover haar moeder in haar ‘eigenhandig opgeknapte’ buitenhuis. ‘Kerst is het feest dat speelt met het idee van welkom heten,’ leest ze in de krant, en voor ze het weet nestelt zich in haar herinneringen aan vroeger ‘een zaadje schuldgevoel dat algauw uitgroeit tot een plant, nee, tot een volwaardige jungle met dreigende bladeren.’

Was onze tweede lockdown al wel zichtbaar geweest tijdens het schrijven van Schuldig, dan hadden we wellicht dit lezenswaardige boek niet gehad, waarin Loontjens zich nu op allerlei manieren in dat vaak lastige schuldgevoel van haar verdiept. Ze had dan, net als premier Rutte nu, de schuld voor haar laffe desertie misschien wel aan ‘het virus’ kunnen geven, dat (meer…)

De favoriete stukken van 2020: hernieuwde belangstelling voor Hermine de Graaf, Hannelore Grunberg en Martin Ros – Connie Palmen still going strong

Nadat Hermine de Graaf Van Meulenhoff naar De Geus was overgestapt, werden in afwachting van een nieuwe roman al haar verhalen in ‘De verhalen’ gebundeld.

Door onze mediaredactie
UPDATE 1 januari 2021 – Hoewel er vorig jaar weinig nieuwe stukken zijn bijgekomen, is het bezoek aan Das Zahngold toen dank zij een reeks populaire klassiekers toch weer gestegen. Volgens de statistieken die Google levert, kwamen er van 1 januari 2020 tot gisteren 6% meer mensen naar de site vergeleken met dezelfde periode vorig jaar, die samen 23% meer sessies hielden waarin ze 19% meer stukken lazen (pageviews).
De terugval van het bezoek uit 2019 is daarmee tot staan gebracht, temeer omdat de meer dan vijfhonderd stukken op de site gemiddeld ook weer iets (+3%) langer ‘gelezen’ werden en de gemiddelde duur van het bezoek (sessies) nog wat meer (25%) steeg. Ook het bouncing-percentage (stukken die slechts kort werden geopend) zakte in de onderzochte periode met 6%. Daarbij valt op dat er geen stukken meer zijn die, zoals voorheen, meer dan duizend keer geregistreerd zijn, maar dat veel andere nu tussen de honderd en vijfhonderd keer per jaar, gemiddeld één a twee keer per dag, zijn vastgelegd. De interesse van de lezersgroep verbreedt zich duidelijk.

De cijfers van Google Analytics geven verder goed de ontwikkeling van het bezoek aan, en hun veranderende voorkeuren, omdat Google steeds dezelfde meetmethode hanteert. Niet alleen maken ze duidelijk welke artikelen het meest worden gelezen, en welke het langst, maar ook – wat interessanter is – voor welke onderwerpen juist het afgelopen jaar meer dan wel minder belangstelling is gekomen.

Het sterk verkleurde omslag van De Wetten

Grootste stijgers
Grootste stijgers, ook relatief, zijn dank zij de TV-serie I.M. de bizarre ontstaansgeschiedenis van de grote NRC-recensie van Connie Palmens debuut De Wetten en, na de dood van Martin Ros, de artikelen over de AP-mastodonten Sontrop en Ros.
Na de moedige 5 mei lezing van haar zoon was er wekenlang zeer veel belangstelling voor de moeder van Arnon Grunberg, Hannelore Grünberg-Klein. Verder kwam er in de loop van 2020, heel verrassend, steeds meer interesse in de necrologie van Hermine de Graaf, en verdrievoudigde het bezoek aan de pagina over Babel & Voss Uitgevers vrijwel, nadat de uitgeverij in het nieuws kwam met Thomas Heerma van Voss’ veel geprezen afscheids-boekje van Babel & Voss: Verdwenen boeken. De B&V pagina groeide dank zij hem uit tot het best bezochte gedeelte van Das Zahngold. Een waardig afscheid van de inmiddels opgeheven kleine uitgeverij.

De tien relatief STERKSTE STIJGERS onder de veel (>100 x) gelezen artikelen en recensies op Das Zahngold zijn daardoor in aflopende volgorde, met tussen de haakjes hun vermenigvuldigingsfactor:
1. Een historische noodgreep – Het overrompelende succes van Connie Palmens De Wetten (13 x zoveel lezers als in 2019)
2. ‘In lezers ben ik niet geïnteresseerd’ – Bij de dood van Theo Sontrop (10 x zoveel lezers in een jaar)
3. Het meisje dat er niet had mogen zijn – Bij de dood van Hannelore Grünberg-Klein (8 x zoveel)
4. ‘Nooit meer slapen’ – Een jaar na de dood van Wim Brands (7 x)
5. ‘Het uitgeversvak is zorgelijk, maar het is niet meer mijn zorg’ – Interview met Martin Ros (5 x)
6. Een teruggevonden brief – Bij de dood van Hermine de Graaf (5 x)
7. Marli Huijer (54) en Reinjan Mulder (60) bedwingen de Brockenberg (3 x)
8. De dans van de harken – Recensie van A.F.Th. van der Heijden’s Advocaat van de hanen (3 x)
9. Wat doet uitgeverij Babel & Voss? (3 x)
10/11. Hans Goedkoop en de verdwenen Rubinstein biografie (2 x)
10/11. Recensie van Cynthia McLeod’s Hoe duur was de suiker (2x)

MEEST GELEZEN werden, afgezien van de recensies en de B&V pagina, in het afgelopen jaar de volgende twintig artikelen, met tussen haakjes hun stijgings- dan wel dalingspercentages ten opzichte van vorig jaar:
1. Connie Palmen over Ischa Meijer, rouwen en haar nieuwe roman De vriendschap (+30% meer lezers)
2. Ingvild Richardsen over ‘multitalent’ Reinjan Mulder: Schwefelwasser, Wie schafft er das? (nieuw)
3. Bij de dood van Jan Montyn (-13% minder lezers)
4. Een historische noodgreep – The making of Connie Palmen’s De Wetten (+1.245%)
5. Bij de dood van Hermine de Graaf (+379% meer lezers)
6. ‘Uitgeven is een zorgelijke zaak’ – Interview met Martin Ros (+445%)
7. Nazikunst in het Gemeentehuis – De zaak Jan van Anrooy (-20%)
8. ‘Dan trouw je maar een dokter’ – De teloorgang van het Gymnasium in Tiel (+13%)
9. Interview met Tessa de Loo over De tweeling (-10%)
10. Marli Huijer en Reinjan Mulder over ‘Opnieuw beginnen’ (+26%)
11. Jip en Otto Sterman: de eerste zwarte acteurs bij (meer…)

Altijd een Duits meisje gebleven – Bij de dood van historica Henriëtte van Voorst Vader (1936-2020)

Door Reinjan Mulder
Gisteren mailde mijn Duitse uitgever me dat Jet (Henriëtte) van Voorst Vader – Duyckinck Sander is overleden. Jet (1936) was verreweg de belangrijkste bron bij het schrijven van mijn boek Zwavelwater, over het Duitse badimperium van haar overgrootvader ir. Adriaan Stoop (1856-1935). Zelf schreef ze 25 jaar eerder het boek ‘Leven en laten leven’, de biografie van deze mijningenieur en mede-grondlegger van de Shell, waardoor ik op het spoor kwam van de man die in Duitsland Haus Jungbrunnen had laten bouwen, het fraaie chalet waarin ik na mijn eindexamen met mijn gymnasiumklas vakantie hield.
Ik was al enige tijd bezig met het wonderlijke verhaal over de man die in Duitsland naar olie ging boren en daar, in plaats van olie, geneeskrachtig, jodium- en zwavelhoudend bronwater naar boven haalde, maar ik lange tijd kwam ik nauwelijks verder. Adriaan Stoops nakomelingen hadden weliswaar een website gemaakt over hun illustere voorvader, maar toen ik daar om inlichtingen aanklopte, kwam er geen reactie, Jet van Voorst Vaders uitgever uit 1995, Schuyt & Co, bestond niet meer, en in het Duitse Bad Wiessee leek niemand nog geïnteresseerd in de Nederlandse geschiedenis van hun inmiddels verloederde kuurbad toen ik daar in 2012 heen ging.

Dat veranderde toen ik via een gemeenschappelijke kennis Jet ontmoette, en ik met haar hulp de archieven had gevonden waarin veel materiaal over het Nederlands-Duitse kuurbad in Bad Wiessee verstopt bleek.
Ik begreep toen meteen veel beter waarom de familie van Adriaan Stoop liever niet te koop liep met het leven van hun interessante voorvader. Op het eind van zijn leven was Stoops Duitse kuurbad behoorlijk verknoopt geraakt met het nazi-regiem dat ook in Bad Wiessee vaste grond onder de voeten had gekregen, en zoiets ligt vaak gevoelig. Zo kuurde de SA-leider Ernst Röhm uitgerekend een paar weken in Stoops kuurbad, toen hij in 1934 door Hitler persoonlijk in alle vroegte van zijn hotelbed werd gelicht, aan wat het begin van de Nacht der Lange Messen zou gaan heten, en werd bijna alles in Stoops Duitse imperiumpje ontworpen door de architect die later voor Göring en Himmler werkte en die Hitlers  (meer…)

Mag ik u bedanken? Met uw stelling ‘Bad Wiessee ist eine schuldige Landschaft’ heeft u ons een spiegel voorgehouden

Lieber Herr Mulder, gerade lese ich einen Artikel in der Lokalzeitung über Ihren Vortrag im Museum Tegernseer Tal anlässlich Ihrer Neuerscheinung Schwefelwasser. Ich wollte Ihnen danken, dass Sie den Menschen den Spiegel vorgehalten haben und explizit darauf hingewiesen haben, dass auch hier die NS-Zeit richtig aufgearbeitet gehört.
Umso schockierender sind die Einwände von der Museumsleiterin oder einer Autorin, die in der Lokaltzeitung mit den üblich dumpfen Ausreden zitiert werden.
Ich bin hier selber aufgewachsen und habe mich lange gewundert, dass die NS-Geschichte hier nicht angesprochen wird.

Heinrich Himmler mit Baddirector André Driessen in Bad Wiessee

In der Schule haben wir zwar viel über den Nationalsozialismus gelernt, aber nie darüber, was vor der eigenen Haustür passierte und das war ja nicht nur die Nacht der langen Messer, das waren ja auch Schikanen, KZ-Außenlager, Todesmärsche und Deportationen.
Über das haben wir nicht gesprochen (und mein Abitur ist erst sieben Jahre her) und dann wächst man im Glauben auf, dass hier immer nur Idylle herrschte.
Wir haben einmal selbst vor einigen Jahren angeregt, sich mehr mit der NS-Geschichte zu beschäftigen, aber es hieß dann, man wolle keine schlafenden Hunde wecken und kein Wallfahrtsort für Neonazis werden.
Ich kann zwar nachvollziehen, dass man davor Angst hat, aber es sollte kein Argument sein und eine richtige Aufarbeitung würde vermutlich nicht dazu führen

(meer…)

Zum ‘Schwefelwasser’ – Reinjan Mulder über Armando, W.G. Sebald und Adriaan Stoop’s Jodschwefelbad in Bayern

Am 28. Oktober 2020 wird in Bad Wiessee Reinjan Mulders Buch ‘Schwefelwasser’ präsentiert. In diesem Interview spricht der Autor mit dr. Ingvild Richardsen, Herausgeberin der Reihe Vergessenes Bayern, über Erinnerungskultur, schuldige Landschaft und das deutsch-niederländische Verhältnis.

Von Ingvild Richardsen
Reinjan, dass du von dem niederländischen Künstler und Schriftsteller Armando beeinflusst bist, hängt damit zusammen, schreibst du, dass du als Redakteur in der Kunstredaktion der Tageszeitung NRC Handelsblad mit ihm zusammengearbeitet hast. Wie war das?
Ich war damals einer seiner Redakteure bei NRC. Von 1980 bis 1983 hatten wir oft Kontakt, bis ich zum Sozial und Culturel Planungs Buro (SCP) ging. Armando war im Sommer 1980 von der DAAD eingeladen ein Jahr nach Berlin zu kommen, wo er das Atelier von Arno Breker erhielt, der bekannte Nazi-Künstler, und als  wir dann mit ihm über eine Kolumne sprachen, hatten wir gesagt, er konnte frei über alles schreiben was er wollte, aber bitte NICHT über den Krieg. Da hat er gesagt: Ach, ich schreibe NUR über den Krieg. Wir haben dann gelacht, und geantwortet: Naja, das ist natürlich auch gut. Also schrieb Armando auch für uns weiter über den Krieg. Als Kind hatte er während die deutsche Besatzung in der Nähe des Polizeilagers Amersfoort gewohnt und wurde schon früh Augenzeuge der Einlieferungen und des Abtransports von Gefangenen. Ohne genau zu wissen, was sich hinter dem Stacheldraht abspielte, machte er sich so ein Bild von Krieg und Besatzung, von Täter- und Opferrolle. 1962 hat er dann zusammen mit Hans Sleutelaar, einem Kollega beim Magazin Haagse Post, das Buch De SS-ers veröffentlicht, eine Reihe von Interviews mit ehemaligen Angehörigen der Waffen-SS in den Niederlanden. Nur ihre Monologe, ohne beigegebenen Kommentar. Das hat direkt zu großem Aufsehen und heißen Diskussionen geführt, weil (meer…)

Een ander Auschwitz – Arnon Grunberg in Carré

Door Reinjan Mulder
UPDATE 13-9-20 Ik had van iemand met corona-verschijnselen een kaartje gekregen voor de late voorstelling van Arnon Grunberg in theater Carré en meldde me zoals opgegeven tussen 20.45 en 21.00, het aangegeven ‘tijdslot’, bij ingang B, links van de hoofdingang. Niet dat ik zelf geen kaartje had willen kopen, maar toen ik me daarvoor aanmeldde, waren alle eenpersoonskaartjes al op en mijn enige huisgenote had toen al andere plannen.
Het was nog even wennen, zei de portier bij ingang B, in zijn mooie, rode uniform. Carré was maandenlang dicht geweest, en de looproutes waren nog niet uitgekristatliseerd, en hij verwees me zo aardig mogelijk naar ingang A, wat de hoofingang van het theater bleek te zijn. Daar mocht ik bij binnenkomst mijn kaartje scannen, ‘go’ zei het schrempje op het apparaat, en kon ik meteen nog even mijn gezichtstemperatuur laten opmeten, 36.8, maar toen ik eindelijk bij de ingang van de zaal was aangekomen, werd ik daar weer teruggestuurd, terug de hal in en rechts de trappen op, waar ik nogmaals mijn groot uitgeprinte kaartje moest laten inscannen, dat – inderdaad – al een keer eerder was gescand.
‘Go, Reinjan, Go!’
Ja, het was allemaal nog even wennen, ook voor mij, toen ik bijna een uur lang met niemand aan mijn zijde op het balkon had zitten wachten totdat de enorme, hoge circus-zaal was volgelopen, of wat daar onder het coronabeleid van Carré voor door moest gaan, en een vriendelijke stem uit een luidspreker ons allen hartelijk welkom heette en vroeg of we wel onze mobieltjes wilden wegdoen, omdat die met hun lichtjes de nu snel beginnende voorstelling zouden kunnen verstoren.

Maar het lange wachten in eenzaamheid loonde, uiteindelijk. Ik had aanvankelijk enige aarzeling gevoeld om te gaan luisteren naar 5 kwartier voorlezen voor veertig euro, daarom waren de kaartjes natuurlijk op, toen ik eindelijk over de brug wilde komen. Waarom zou ik iemand die ik door de week wel eens  (meer…)

Jip en Otto Sterman – zwarte pioniers bij het witte toneel

Jimmy Sterman en Reinjan Mulder, twee jongens met een gitaar(banjo), pauzenummer tijdens een balletuitvoering van Hanna Mulder-Hulscher.

Door Reinjan Mulder
In de hausse aan stukken over racisme en de onwennigheid die sommigen tegenover zwarte Nederlanders ervaren, mis ik één naam die voor mij en mensen van mijn generatie belangrijk is geweest: Otto Sterman (1913-1994).
Of er toen al bewust een diversiteitsbeleid werd gevoerd bij de Neeerlandse omroep, weet ik niet, maar voor veel kinderen in de jaren vijftig moet hij de eerste zwarte man zijn geweest die ze zagen. Otto Sterman droeg in de eerste jaren dat ik televisie keek, elke week (?) in een kinderprogramma een verhaal voor van ‘Broer Konijn’, en zijn prachtige retoriek en dictie hoor ik nog altijd wanneer ik nu Surinaamse of Antillianse schrijvers hoor declameren of voorlezen. Wat heel veel later Gerda Havertong was voor kinderen met een televisie, was in de jaren vijftig Otto Sterman.
Toevallig weet ik wat meer van Otto Stermans achtergronden, omdat mijn zusje een paar later een verhouding met een neefje van hem kreeg: Jimmy Sterman. Ook Jimmy Sterman zullen velen van mijn leeftijd zich misschien nog wel herinneren, omdat hij een of meer seizoenen aanwezig was in een ander razend populair televisieprogramma voor kinderen: Pipo de Clown.
Nee, een diversiteitsbeleid bij de omroep is zeker niet nieuw, als je het goed bekijkt, al was dat woord toen nog totaal onbekend.
Wat precies Jimmy’s rol was in het gezin van Pipo, Petra en de blonde Mammalou is me nooit helemaal duidelijk geworden, hij was een leuk, donker jongetje dat na een paar seizoenen opeens in de legendarische Pipowagen opdook, maar in ieder geval wende hij ons al vroeg aan (meer…)

‘Schwefelwasser: wie schafft er das?’ Reinjan Mulder, Multitalent zwischen Strafrecht, Literatur und Kunst

Am 2. September erschien im Volk-Verlag (München) Schwefelwasser, die deutsche Fassung von Reinjan Mulders Buch Zwavelwater (Boom, 2019). Die Historikerin dr. Ingvild Richardsen, die die Reihe ‘Vergessenes Bayern’ herausgibt in der Schwefelwasser erscheint, hat eine kurze Biografie über den Autor verfasst, in der sie seine Herkunft und sein vielfältiges berufliches Tun und Wirken beschreibt. Wie kann jemand gleichzeitig Rechtsgelehrter, Journalist und Künstler sein?

Reinjan Mulders Geburtshaus im Jahr 1945, nachdem das gegenüberliegende Haus von den Deutschen als Vergeltung für den Eisenbahnstreik niedergebrannt wurde (Foto Carl Hulscher / Widerstandsmuseum Amsterdam)

Von Ingvild Richardsen
Dass der Niederländer Reinjan Mulder 1949 in Geldermalsen, einem Dorf in der Nähe der Kleinstadt Tiel, geboren wurde, hing mit der beruflichen Tätigkeit seines Vaters zusammen, der 1945, unmittelbar nach dem Ende des Zweiten Weltkriegs und der deutschen Besatzungszeit, von der niederländischen Eisenbahn, für die er arbeitete, in die Gegend der Betuwe versetzt worden war. Piet Mulder (1919-2001), im südlichen Sint Jansteen (Zeeuws Vlaanderen) geboren, hatte in Amsterdam studiert an der Technischen Hochschule, und sich auf Bauwerke, den Neubau von Brücken und Häusern spezialisiert. Nachdem er 1942 eine Stelle als technischer Zeichner bei der niederländischen Eisenbahn im Hauptamt in Utrecht erhalten hatte, wurde er wenig später technischer Inspektor, mitverantwortlich für die Beaufsichtigung großer Bauwerke, Bahnhöfe, Viadukte und Brücken der Eisenbahn. Parallel dazu besuchte er in seiner Freizeit die Abendschule an der Kunstakademie (meer…)