Reinjan Mulder op de Landschapstriënnale 2017: ‘De wereld waarin we leven bestaat voor 90% uit landschap’

Reinjan Mulder en Cleo Wächter na hun presentatie op de foto in Nieuw Vennep

Op de Landschapstriënnale 2017 die nog tot 1 oktober in Nieuw Vennep wordt gehouden, was een van de expert-meetings gewijd aan het project ‘Objectief Nederland’ van Reinjan Mulder en Cleo Wächter. Twee uur lang discussieerde een honderdtal geïnteresseerden over de mogelijkheid met foto’s veranderingen in het landschap te signaleren, en over de plaats van Objectief Nederland binnen de Nederlandse kunsttraditie. Hieronder de inleiding die Reinjan Mulder hield.

Het spijt me dat ik het zeggen moet, op deze mooie, derde Landschapstriënnale in Nieuw Vennep, maar toen ik 45 jaar geleden aan mijn project Objectief Nederland begon, was ik eigenlijk helemaal niet zo in landschappen geïnteresseerd.
Mij ging het om iets anders. Wat ik wilde, in die vroeg jaren zeventig, was niets minder dan ‘de werkelijkheid’  laten zien, een groots ideaal waarover vóór mij al menig kunstenaar zijn hoofd had gebroken.
Alles wat er maar was, zocht ik, alles wat ‘het geval’ was. Ik was er van overtuigd dat mensen hun kennis van de werkelijkheid niet baseren op wat ze zien, maar dat ze zien wat ze denken te moeten zien. Ze zien slechts wat ze al kennen.
En daarmee wilde ik breken. Daarom probeerde ik (meer…)

Bij de dood van AP-uitgever Theo Sontrop (1931-2017) ‘In lezers ben ik niet geïnteresseerd, kopers moet ik hebben!’

Door Reinjan Mulder

Theo Sontrop: Gedichten 1962-1996. Met een ets van Herman Gordijn (30/30)

In 1996 verscheen, na 25 jaar zwijgen, de laatste dichtbundel van de dit weekend overleden Theo Sontrop. Sontrop was toen al een aantal jaren uitgever in ruste. Hij had bij verschillende uitgeverijen als redacteur gewerkt en was daarna 21 jaar lang directeur van De Arbeiderspers geweest. Dat deed hij zeker niet slecht, het waren succesvolle auteurs als F.B. Hotz, Anna Enquist en Joost Zwagerman die hij in een paar jaar tijd had binnengehaald, naast een groot aantal buitenlandse schrijvers die hij had laten vertalen en die wij nog altijd lezen. Maar toen hij daar eenmaal om onduidelijke redenen het veld had moeten ruimen, had hij geen nieuw werk meer geambieerd, totdat hij door zijn oude collega’s bij Meulenhoff nog een laatste keer tot leven werd gewekt en hij op het Spui feestelijk als de dichter werd geëerd die hij ook nog altijd was.
In een lang gesprek dat ik in die week met hem voerde, bij hem thuis in zijn grachtenappartement aan de Keizersgracht, keek hij met gemengde gevoelens terug op zijn woelige loopbaan. Op zijn kenmerkende, nasale toon liet hij me weten dat de meeste uitgevers in zijn tijd ‘vervelende mannen in nette pakken’ waren die van niks wisten. ‘Als je iets slimmer was dan de rest, kon je alles krijgen.’ Om daar dan meteen uit volle borst aan toe te voegen: ‘Dat is nu drastisch veranderd!’

Theo Sontrop is wel eens omschreven als de Nederlandse dichter met het kleinste oeuvre. Hoewel er ook veel mythes over hem in omloop waren die lang niet allemaal waar waren,  klopt dit nu toevallig wel. In 1962 verscheen van hem bij Van Oorschot het dunne bundeltje Langzaam kromgroeien en negen jaar later was er het nog dunnere Marmerkijker. Maar daarna was het bijna 25 jaar stil om ‘de dichter’ zoals dat heet.
Niet dat Theo Sontrop niets van zich liet horen. In de jaren zeventig en tachtig was hij als directeur van de Arbeiderspers zelfs een van de luidruchtigste figuren in het hele literaire leven in Amsterdam. Hij gaf als een razende boeken uit (‘4.000 uitgaven in 25 jaar, inclusief herdrukken’), hij verscheen in humoristische en literaire radioprogramma’s en een tijd lang bedacht hij  (meer…)

Crisis rond uitgeverij Atlas/Contact zorgt voor run op Meulenhoff Kronieken – meest gelezen in juli

Lege directiezetel uit het oude Meulenhoff-gebouw

Door onze mediaredactie
De recente crisis rond uitgeverij Atlas/Contact was voor veel lezers van Das Zahngold aanleiding zich te verdiepen in eerdere crises rond opstappende uitgevers. Wat zijn de risico’s wanneer een concern de wensen van zijn uitgevers negeert? En als zij vertrekken, gaan er dan auteurs met hen mee? De kronieken over de troebelen rond uitgeverij Meulenhoff op Das Zahngold, waar dezelfde vragen speelden, werden zo van de ene dag op de andere honderden keren opgevraagd. Waren ze in juni nog 37 keer gelezen, ongeveer eens per dag, in juli gebeurde dat 773 keer, een vertwintigvoudiging binnen een maand. Ook een stuk over een (vorige) crisis bij de Bezige Bij kreeg opeens veel – en langdurig – nieuwe lezers.
Een ander artikel waarnaar opnieuw vraag ontstond, is het recent bijgewerkte stuk over het fotoproject Objectief Nederland en de ‘herfotografie’ die de Haagse fotografe Cleo Wächter daarvan heeft vervaardigd. Vooruitlopend op de presentatie van dit project tijdens de Landschapstriënnale in Nieuw Vennep, in september, werd het in juni en juli 319 keer opgevraagd, bijna even vaak als het al wat langer populaire interview dat tot de historische breuk tussen W.F. Hermans en zijn bibliograaf Frans Janssen leidde (470 keer).
Andere stukken die de afgelopen twee maanden goed gelezen werden, gingen over de omstreden waardering voor Cees Nooteboom’s Het volgende verhaal (196 keer), de zeeschilderijen van Piet Mulder (159), en het tweede deel van Hanny MichaelisOorlogsdagboeken (153).

LEESPAARDEN
Langst – en waarschijnlijk ook het best – gelezen werd in juni en juli de postuum teruggevonden brief van:
1. Patricia de Martelaere over haar boek Het onverwachte antwoord, met (meer…)

100 jaar na Passendale – ‘Een maand op het land’ van J.L. Carr (1912-1994) herlezen

Door Reinjan Mulder
Op 31 juli 1917, vandaag precies een eeuw geleden, begon bij het Westvlaamse Passendale een van de grootste Britse offensieven uit de Eerste Wereldoorlog. Met desastreuze gevolgen, weten we nu: voor het dorpje Passendale, dat die dag volledig werd verwoest, maar ook voor de geallieerde legers, die tijdens de aanval en in de dagen daarna meer dan een kwart miljoen soldaten verloren – en natuurlijk voor de Duitsers en hun bondgenoten, die ten slotte alles zouden verliezen.
CarrHet moet een hel zijn geweest, daar in Passendale. Miljoenen granaten vlogen in korte tijd door de Vlaamse lucht, wat mij nooit duidelijker is geworden dan uit de  fraaie, kleine roman, A month in the country, waarmee in 1980 de tot dan toe vrij onbekende Engelse schrijver J. L. Carr (1912-1994) debuteerde. Samen met zes andere romans, van veel bekendere schrijvers, werd zijn bescheiden boek, schijnbaar uit het niets, gelukkig uitverkoren om tussen de toppers van grotere namen mee te dingen naar de Booker Prize van dat jaar en zo kreeg ik het boekje ooit in huis.
De onverwachte nominatie bracht gelukkig meteen de nodige publiciteit met zich mee, en toen het boek in het jaar daarop door The Guardian  werd uitgeroepen tot ‘roman van 1980’, kon succes niet langer uitblijven. Het boek werd in verschillende landen vertaald, onder meer in het Nederlands, waarna de verfilming van het verhaal een paar jaar later dit alles nog eens dunnetjes zou overdoen.
Ik weet nog hoe goed mij dat deed, in 1981, en dat doet het nog steeds, omdat het boek een van mijn favoriete romans over de Eerste Wereldoorlog werd. Niet omdat er zoveel in gevochten en gestorven wordt, integendeel, de oorlog wordt – anders dan in de verfilming – slechts zijdelings behandeld, maar het was waarschijnlijk de tegenstelling tussen het al zo vaak bezongen front van de Grote Oorlog en de bekrompen, landelijke sfeer in Noord-Engeland die mij destijds aansprak. Dat heeft veel, zo niet alles met mijn persoonlijk geschiedenis te maken. Ik kwam in die tijd, rond 1980, bijna maandelijks in Engeland, en mocht dan graag van dorp tot dorp, van kerkje tot kerkje, over het glooiende, groene land dwalen, en of ik wilde of niet, ik moest dan vaak aan het boek van Carr terugdenken. Want hoewel hij de hel van Passendale maar een paar keer, en dan nog  in enkele regels, noemt, voelde ik de schaduwen van het Vlaamse front daar als als een memento mori nog altijd boven de lieflijke Engelse akkers hangen. Door (meer…)

Oek de Jong in Weimar: Goethe’s Zonneklep

Goethes sterfkamer met nog net zichtbaar boven zijn bed zijn groene zonneklep.

Door Reinjan Mulder
Veertig jaar geleden, op 8 juli 1977 om precies te zijn, was de toen nog onbekende schrijver Oek de Jong halverwege de middag in Weimar. Onder leiding van prof. Hans Jaffe, de illustere kunsthistoricus, bezocht de student kunstgeschiedenis het laatste woonhuis van Goethe, aan het Frauenplan in Weimar. Daar zag hij hoe ‘boven het hoofdeinde van het bed … Goethe’s Augenschirm (hing). Zijn zonneklep.’
Deze groene, metalen zonneklep zou een aantal jaren later later i9n een modernere variant opduiken in Oek de Jong’s veelgelezen romandebuut Opwaaiende zomerjurken, en ook nog eens in een mooi dankwoord van hem na de uitreiking van de Haagse Bordewijkprijs, dat later in het tijdschrift Tirade werd gepubliceerd.
Oek de Jong ging in dat dankwoord onder meer in op het besef van ongelijktijdigheid, toen hij zei: ‘In die zonneklep had blijkbaar zijn hoofd gepast – een hoofd dat al honderdvijftig jaar niet meer bestond.’
Gelukkig hangt die zonneklep nog steeds boven dat bed, op dezelfde groene, bewerkte lap als toen, iets meer uitgebleekt misschien, iets valer nog, maar nog altijd verbazingwekkend als het stoffelijk omhulsel van Goethe’s al zo lang vergane geniale brein.
Toen ik (meer…)

Veel aandacht voor W.F. Hermans en Cees Nooteboom in april en mei – Dood van Wim Brands blijft actueel

Door onze mediaredactie
De afgelopen maanden was er op Das Zahngold veel vraag naar oudere stukken over de klassiekers W.F. Hermans en Cees Nooteboom. Over Nooteboom werd vooral (410 keer) gelezen in de reconstructie van de ontvangst van zijn boek Het volgende verhaal in Nederland. Bij W.F. Hermans was men vooral (488 keer) nieuwsgierig naar ‘Tranen om W.F. Hermans‘, het dramatische interview met Frans A. Janssen dat de nooit meer geheelde breuk opleverde tussen de schrijver en zijn bibliograaf.
Andere stukken die in april en mei veel gelezen werden, waren een melancholiek stukje over een wandeling langs de Amsterdamse Weesperzijde (401 keer opgevraagd), de necrologie van Tsjebbe Hettinga (303 keer, vooral rond de verschijning van zijn Verzamelde Gedichten) en de herinneringen aan Mischa Hillesum (rond de ‘Open Joodse Huizen’ op 4 en  mei).
Bij de recensies viel sinds de verschijning van zijn nieuwste boek een stijgende belangstelling voor Adriaan van Dis te zien, met name voor zijn boek Het beloofde land uit 1991. Op de eerste plaats (568 keer gelezen) eindigde dit keer de recent geschreven recensie van Alles komt goed, het vriendenboek over Wim Brands.

LEESPAARDEN
Kijken we naar de intensiteit waarmee de geregeld (>20) opgevraagde stukken zijn gelezen, gemeten naar de gemiddelde leestijd op Google analytics, dan vallen naast de meest geliefde recensies en de al langer goed gelezen stukken over Joost Zwagerman, Ischa Meijer, Paustovski en Lulu Wang dit keer twee nieuwe stukken op: over de zg. shared space achter het Amsterdamse Centraal Station en een oud interview met Hugo Claus uit 1994.
‘Leespaarden’  (meer…)

De oorlogsdagboeken van Hanny Michaelis (2): ‘Alle Duitsers mogen dood’

Recensie van: Hanny Michaelis, De wereld waar ik buiten sta. Oorlogsdagboek 1942-1945. Bez. Nop Maas. Uitg. Van Oorschot. 1060 blz.
Door Reinjan Mulder
Halverwege De wereld waar ik buiten sta, het tweede deel van Hanny Michaelis’ oorlogsdagboek, is het even schrikken. Het is zaterdag 17 april 1943. De (joodse) Hanny Michaelis (1922-2007) is nog net op tijd uit Amsterdam vertrokken en verblijft onder een nieuwe naam bij een onderduikgezin in de Haarlemmermeer en daar wordt druk gediscussieerd over de vraag wat er na de oorlog met de Duitsers moet gebeuren. Maar voor Michaelis is dat al geen vraag meer:
‘Wat mij betreft – ik geloof dat er afgezien van alle wraakgevoelens maar één bevredigende oplossing voor dit vraagstuk bestaat en die is te ongerijmd om toegepast te worden: alle Duitsers bij elkaar drijven en vergassen of vergiftigen, in elk geval doden.’
Daarbij zou dit doden volgens Michaelis eigenlijk niet uit wraakzucht moeten gebeuren, maar uit noodzaak. Alleen door alle Duitsers te doden wordt voorkomen dat ze de mensheid nog meer kwaad berokkenen. Volgens (meer…)

De nieuwe snelfietsroute Amsterdam-Zaandstad is af

De nieuwe snelfietsroute naar Zaandam kruist halverwege een gevaarlijke busbaan.

Door Reinjan Mulder
Op vrijdag 24 maart vond eindelijk de feestelijke inwijding plaats van de nieuwe snelfietsroute Amsterdam-Zaanstad. De route had de afgelopen tien jaar heel wat voeten in aarde gehad, zodat het een wonder mag heten dat hij nog is afgekomen. Om 3 uur vertrokken drie groepen fietsers bij de pont op het NDSM-terrein in Noord in de richting van Zaandam, en onderweg werd er af en toe stilgehouden voor een toelichting door de projectleider of een van zijn medewerkers.
Het werd een nuttig en gezellig uitje voor de tientallen ambtenaren en bestuurders die uit de regio naar Noord waren gekomen, vooral toen tijdens de afsluitende borrel in een verlaten sportcomplex de ene curieuze anekdote na de andere over het Amsterdamse fietsbeleid werd opgehaald.
Dat kon allemaal niet verhullen dat het succes van de nieuwe route nog niet zo zeker is. Trots had de ‘maker’ van de route ons onderweg weliswaar de prachtige brede fietsbrug laten zien waarover tientallen fietsers elkaar voortaan tegemoet zouden rijden. Hij had (meer…)

Een jaar na de dood van Wim Brands: nooit meer slapen

Door Reinjan Mulder
Recensie van: Maarten Westerveen en Jeroen van Kan (samenst.), Alles komt goed – Over Wim Brands. Uitg. Balans. 160 blz. Prijs € 15,-

Wie Alles komt goed leest, het vorige week verschenen boek over Wim Brands (1959-2015), vraagt zich af waarom juist Brands nooit de Gouden Ganzenveer heeft gekregen. Deze prijs voor personen of instellingen die ‘grote betekenis hebben voor het geschreven of gedrukte woord’ is sinds 1955 33 keer uitgereikt, maar nog nooit aan iemand die meer betekend heeft voor het geschreven en gedrukte woord dan hij. Met zijn televisieprogramma op zondagochtend was Brands jarenlang een baken voor iedereen die wilde bijhouden wie er waarover weer een interessant boek had geschreven, en vooral ook waarom.
Het voortijdig einde van het programma in deze vorm, met Wim Brands als presentator, is bekend. Een jaar geleden maakte hij tot ontzetting van velen een eind aan zijn leven. Hij zou in een diepe depressie zijn geraakt die hem geen andere uitweg bood.
Dat is minder vreemd dan het lijkt. Wim Brands wordt nu dan wel veel geprezen vanwege zijn gedichten en interviews, maar tijdens zijn leven was dat anders. Zo werd zijn serie over buitenlandse schrijvers door de VPRO stopgezet en vervangen door een programma over fotografie. Ook (meer…)

Veel lezers voor Das Zahngold in eerste kwartaal 2017, met A. Alberts, Jan Montyn en de vroege Grunberg-brieven

Schliersee 1998. Reinjan Mulder ontmoet Arnon Grunberg alias Marek van der Jagt. Coll. Bijzondere Collecties

Door onze mediaredactie
Het afgelopen kwartaal laat na een rustig najaar een sterke toename van het aantal (‘unieke’) bezoekers aan Das Zahngold zien: 15.359. In maart kwamen er zelfs 6.111 mensen naar de site, het hoogste aantal sinds december 2014. Meest (2.000 keer) gelezen werden drie stukken over Connie Palmen, die resp. 571 (recensie De Wetten), 681 (interview De vriendschap) en 738 (25 jaar De Wetten) bezoekers trokken, per stuk net iets minder dan de necrologie van de vorig jaar overleden etser en oostfrontvrijwilliger Jan Montyn, die de eerste drie maanden 829 nieuwe bezoekers trok.
Andere veel gelezen artikelen gingen over de recent gebundelde vroege brieven van Arnon Grunberg (422), het experimentele foto-project Objectief Nederland (399) en de tragische ondergang van uitgeverij Meulenhoff (364).
Meest gezochte naam in de zoekmachines was in 2017 tot nu toe – met stip – weer Connie Palmen.

Hanna Bervoets met de Frans Kellendonkprijs 2017

Meest gelezen recensies waren afgelopen kwartaal, naast de Grunberg-brieven en Connie Palmen’s De Wetten, die van Cees Nootebooms Rituelen (329 unieke bezoekers), Jona Oberski’s Kinderjaren (309) en  van Hanna Bervoets recent verschenen Ivanov (302).
Veel gelezen reportages waren die over Claudio Magris in Straatsburg (313), de 24-jarige Reinjan Mulder aan het werk in Zeeland (295) en de  verkeersinspectie bij grote ingrepen in Amsterdam (222).

Ook de inzet van de lezers was dit keer opvallend hoog. Steeds minder  stukken worden snel weggeclickt. Lang gelezen werd o.m. in de recensies van A. Alberts’ De vrouw met de parasol, rond het verschijnen van Alberts’ biografie (gemiddelde leestijd 11:22 min.), van Anna Enquist’s Het meesterstuk (9:03 minuten)Cynthia McLeod’s Hoe duur was de suiker (8:33) en Margriet de Moor’s Eerst grijs dan wit dan blauw (8:04).

‘Wansmaak of gezonde kunst?’ Tentoonstelling in Jan van Anrooy’s Nederlandsche Kunsthuis (1943)

Intensief gelezen reportages waren het grote interview met de Dordtse dichter Jan Eijkelboom (gemiddeld 11:11 minuten), de affaire rond de Betuwse Kultuurkamer-leider Jan van Anrooy (9:08) en het verslag van de reis naar Kiev en Odessa in het voetspoor van de Russische schrijver Konstantin Paustovski (8:06).

Bron: Byte Statistieken (bezoekaantallen) en Google Analytics (leestijden). Bij de leestijden is om vertekening te voorkomen alleen gekeken naar artikelen die wekelijks een paar keer (>40) worden opgevraagd. N=15.359.