Bij de tiende sterfdag van Jan Wolkers (1925-2007) – Hoe Wolkers’ ‘beste werk’ voor Meulenhoff behouden bleef

Door Reinjan Mulder

Twee Wolkers-herdrukken uit 2005 en Peter van Zonneveld's 'Terug naar Leiden en Oegstgeest - fietsen en wandelen met Jan Wolkers'

Twee Wolkers-herdrukken uit 2005 naast Peter van Zonneveld’s ‘Terug naar Leiden en Oegstgeest – fietsen en wandelen met Jan Wolkers’

Morgen is het precies tien jaar geleden dan Jan Wolkers stierf. Met de vuistdikke, wetenschappelijke (!) biografie van Onno Blom wordt daaraan gelukkig op gepaste wijze aandacht besteed. Dr. Blom, van harte!
Waar ik zelf in het boek vooral nieuwsgierig naar ben, is hoe Onno Blom nu de overstap van Jan Wolkers naar De Bezige Bij benadert. Laat ik daarom in ieder geval vertellen wat ik me van deze overstap herinner. En ook hoe ik in 2005 als redacteur van uitgeverij Meulenhoff op het laatste nippertje een aanval van De Bezige Bij’ Robbert Ammerlaan op twee van onze grootste bestsellers Kort Amerikaans en Turks Fruit van Jan Wolkers wist af te slaan.
In het voorjaar van dat rampjaar kwam bij ons op de toch al vreselijk getergde uitgeverij een kort, zakelijk briefje binnen dat ik niet gauw zal vergeten. Het was geschreven door de toenmalige Bezige Bij-directeur Robbert Ammerlaan. Jan Wolkers, zo schreef Ammerlaan ons, had hem laten weten graag al zijn boeken bij De Bezige Bij te willen onderbrengen, dus ook zijn oudere boeken, die tot dan toe in het fonds van J.M. Meulenhoff zaten. En het pikante was dat Jan Wolkers aan hem, Robbert Ammerlaan, zou hebben gevraagd om die overgang met ons in orde te maken.
Wat te doen? Jan Wolkers was na de uittocht van auteurs onder Annette Portegies en Mai Spijkers (meer…)

Reinjan Mulder bij de opening van de tentoonstelling ‘Objectief Oost’: ‘Ik heb school gemaakt’

‘Zo moet Picasso zich gevoeld hebben. toen hij zag dat ook anderen kubistisch gingen schilderen.’

Afgelopen donderdag werd in het Stadsloket, het voormalige Stadsdeelkantoor van Amsterdam Oost, de tentoonstelling ‘Objectief Oost’ geopend, 128 bijzondere foto’s van Oost. De foto’s zijn door 14 amateur fotografen gemaakt, exact op de 32 kruispunten van een grof raster dat over het stadsdeel was gelegd, naar een idee dat Reinjan Mulder in 1974 ontwikkelde. Bij de opening zei Reinjan Mulder onder meer:

‘U zult het misschien niet beseffen, maar deze dag is voor mij een heel bijzondere dag. Ik heb in mijn leven veel verschillende hoedanigheden gehad, en één van die hoedanigheden was beeldend kunstenaar, maar in die functie heb ik vandaag eindelijk een belangrijke mijlpaal bereikt. In het leven van de beeldend kunstenaar zijn, als het meezit, drie hoogtepunten aan te wijzen. Het eerste hoogtepunt is als hij of zij wordt opgenomen in een gezaghebbend overzichtswerk. Mij overkwam dat tot mijn genoegen een aantal jaar geleden, toen vijf foto’s van mij werden opgenomen in het schitterende historische overzicht Modern Times – Photography in the 20the Century van Mattie Boom en Hans Rooseboom.
De tweede mijlpaal is als je een expositie krijgt in een vooraanstaand nationaal museum. Dat overkwam mij vorig jaar met (meer…)

Lees Alma Mathijsen – en: vergeet de meisjes

Door Reinjan Mulder
Recensie van: Alma Mathijsen, Vergeet de meisjes. Uitg. De Bezige Bij, 224 blz. Prijs €19,99
Op de laatste bladzijde van Alma Mathijsens roman Vergeet de meisjes staat het adres van een website: www.iriskouwenaar.nl Zoek hem maar eens op. Het is niet de website van de auteur van het boek, al heeft ze hem waarschijnlijk wel in elkaar gezet. Het is niet de website van haar uitgeverij. Het is de website over een van haar hoofdpersonen. Of nee, over die ene, mysterieuze hoofdpersoon: Iris Kouwenaar.
Zelf klikte ik het adres pas aan, toen ik het boek uit had. Toch nog maar even kijken, dacht ik, wat dat opleverde na 216 bladzijden tekst.
Nou, meer dan verwacht. Geen reclameteksten voor het boek dit keer, geen lijst van inmiddels verschenen recensies en interviews, maar een systematisch overzicht van de belangrijkste feiten uit het leven van Iris Kouwenaar (Voorhorst, 1978), inclusief de mogelijkheid om (meer…)

Protest tegen snorscooters laait op – in september veel bezoek voor dode Theo Sontrop en Max Pam’s Leviathan

Door onze mediaredactie
Nu de Tweede Kamer zich de komende tijd opnieuw moet buigen over het voorstel om snorscooters  van het fietspad te weren, was er op Das Zahngold de afgelopen dagen veel belangstelling te merken  voor het anti-scooter pleidooi dat Reinjan Mulder drie jaar geleden in NRC Handelsblad publiceerde. Vooruitlopend op de petitie die dinsdag a.s. aan de vaste kamercommissie wordt aangeboden namen afgelopen weekend meer dan honderd (fietsende?) lezers kennis van zijn argumenten.
Een ander stuk dat de afgelopen tijd veel lezers trok, was de necrologie van AP-uitgever Theo Sontrop. Deze kreeg in twee weken tijd 723 lezers, bijna evenveel als het nog altijd populaire stuk over de tragische teloorgang van uitgeverij Meulenhoff in de jaren 2001-2011 (827 bezoekers). Van de andere veel gelezen nieuwe stukken moeten in ieder geval de recensies van Max Pam’s roman Leviathan (332 lezers) en (meer…)

Het Magnum Opus van Max Pam – Een bijtend hoopje gruis

Door Reinjan Mulder
Recensie van Max Pam, Leviathan 0f Het hart in de steen, 495 blz., Uitg. Balans
‘Max Pam is een uitstekende columnist, maar kan hij ook romans schrijven?’ De non-fictie uitgever aan wie ik vorige week vertelde dat ik Pams roman Leviathan of Het hart in de steen las, had me ongelovig aangekeken.
Welnu, dat kan Max Pam. Dat staat voor mij vast na het lezen van zijn bijna 500 bladzijden dikke roman. Pam beschrijft daarin hoe een al wat oudere man, die veel van de auteur wegheeft, min of meer bij toeval in de internationale wereld van de diamanthandel belandt, en daar uiteindelijk, een paar honderd bladzijden verder, een relatie begint met een mysterieuze vrouw die hem schijnbaar zonder veel aanleiding voor een veel te lage prijs een ongelooflijk kostbaar collier heeft verkocht.
Het verhaal wordt zo al gauw een gedegen en bij vlagen ook erg geestige studie van de diamanthandel in de vorige eeuw, en dat is voor mij een van de niet geringe verdiensten van het boek. Max Pam vond op het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) de archieven van zijn (meer…)

Reinjan Mulder op de Landschapstriënnale 2017: ‘Onze werkelijkheid bestaat voor meer dan 90% uit landschap’

Reinjan Mulder en Cleo Wächter na hun presentatie op de foto in Nieuw Vennep

Op de Landschapstriënnale 2017 die nog tot 1 oktober in Nieuw Vennep wordt gehouden, was een van de expert-meetings gewijd aan het project ‘Objectief Nederland’ van Reinjan Mulder en Cleo Wächter. Twee uur lang discussieerde een honderdtal geïnteresseerden over de mogelijkheid met foto’s veranderingen in het landschap te signaleren, en over de plaats van Objectief Nederland binnen de Nederlandse kunsttraditie. Hieronder de inleiding die Reinjan Mulder hield.

Het spijt me dat ik het zeggen moet, op deze mooie, derde Landschapstriënnale in Nieuw Vennep, maar toen ik 45 jaar geleden aan mijn project Objectief Nederland begon, was ik eigenlijk helemaal niet zo in landschappen geïnteresseerd.
Mij ging het om iets anders. Wat ik wilde, in die vroeg jaren zeventig, was niets minder dan ‘de werkelijkheid’  laten zien, een groots ideaal waarover vóór mij al menig kunstenaar zijn hoofd had gebroken.
Alles wat er maar was, zocht ik, alles wat ‘het geval’ was. Ik was er van overtuigd dat mensen hun kennis van de werkelijkheid niet baseren op wat ze zien, maar dat ze zien wat ze denken te moeten zien. Ze zien slechts wat ze al kennen.
En daarmee wilde ik breken. Daarom probeerde ik (meer…)

Bij de dood van AP-uitgever Theo Sontrop (1931-2017) ‘In lezers ben ik niet geïnteresseerd, kopers moet ik hebben!’

Door Reinjan Mulder

Theo Sontrop: Gedichten 1962-1996. Met een ets van Herman Gordijn (30/30)

In 1996 verscheen, na 25 jaar zwijgen, de laatste dichtbundel van de dit weekend overleden Theo Sontrop. Sontrop was toen al een aantal jaren uitgever in ruste. Hij had bij verschillende uitgeverijen als redacteur gewerkt en was daarna 21 jaar lang directeur van De Arbeiderspers geweest. Dat deed hij zeker niet slecht, het waren succesvolle auteurs als F.B. Hotz, Anna Enquist en Joost Zwagerman die hij in een paar jaar tijd had binnengehaald, naast een groot aantal buitenlandse schrijvers die hij had laten vertalen en die wij nog altijd lezen. Maar toen hij daar eenmaal om onduidelijke redenen het veld had moeten ruimen, had hij geen nieuw werk meer geambieerd, totdat hij door zijn oude collega’s bij Meulenhoff nog een laatste keer tot leven werd gewekt en hij op het Spui feestelijk (meer…)

Crisis rond uitgeverij Atlas/Contact zorgt voor run op Meulenhoff Kronieken – meest gelezen in juli

Lege directiezetel uit het oude Meulenhoff-gebouw

Door onze mediaredactie
De recente crisis rond uitgeverij Atlas/Contact was voor veel lezers van Das Zahngold aanleiding zich te verdiepen in eerdere crises rond opstappende uitgevers. Wat zijn de risico’s wanneer een concern de wensen van zijn uitgevers negeert? En als zij vertrekken, gaan er dan auteurs met hen mee? De kronieken over de troebelen rond uitgeverij Meulenhoff op Das Zahngold, waar dezelfde vragen speelden, werden zo van de ene dag op de andere honderden keren opgevraagd. Waren ze in juni nog 37 keer gelezen, ongeveer eens per dag, in juli gebeurde dat 773 keer, een vertwintigvoudiging binnen een maand. Ook een stuk over een (vorige) crisis bij de Bezige Bij kreeg opeens veel – en langdurig – nieuwe lezers.
Een ander artikel waarnaar opnieuw vraag ontstond, is het recent bijgewerkte stuk over het fotoproject Objectief Nederland en de ‘herfotografie’ die de Haagse fotografe Cleo Wächter daarvan heeft vervaardigd. Vooruitlopend op de presentatie van dit project tijdens de Landschapstriënnale in Nieuw Vennep, in september, werd het in juni en juli 319 keer opgevraagd, bijna even vaak als het al wat langer populaire interview dat tot de historische breuk tussen W.F. Hermans en zijn bibliograaf Frans Janssen leidde (470 keer).
Andere stukken die de afgelopen twee maanden goed gelezen werden, gingen over de omstreden waardering voor Cees Nooteboom’s Het volgende verhaal (196 keer), de zeeschilderijen van Piet Mulder (159), en het tweede deel van Hanny MichaelisOorlogsdagboeken (153).

LEESPAARDEN
Langst – en waarschijnlijk ook het best – gelezen werd in juni en juli de postuum teruggevonden brief van:
1. Patricia de Martelaere over haar boek Het onverwachte antwoord, met (meer…)

100 jaar na Passendale – ‘Een maand op het land’ van J.L. Carr (1912-1994) herlezen

Door Reinjan Mulder
Op 31 juli 1917, vandaag precies een eeuw geleden, begon bij het Westvlaamse Passendale een van de grootste Britse offensieven uit de Eerste Wereldoorlog. Met desastreuze gevolgen, weten we nu: voor het dorpje Passendale, dat die dag volledig werd verwoest, maar ook voor de geallieerde legers, die tijdens de aanval en in de dagen daarna meer dan een kwart miljoen soldaten verloren – en natuurlijk voor de Duitsers en hun bondgenoten, die ten slotte alles zouden verliezen.
CarrHet moet een hel zijn geweest, daar in Passendale. Miljoenen granaten vlogen in korte tijd door de Vlaamse lucht, wat mij nooit duidelijker is geworden dan uit de  fraaie, kleine roman, A month in the country, waarmee in 1980 de tot dan toe vrij onbekende Engelse schrijver J. L. Carr (1912-1994) debuteerde. Samen met zes andere romans, van veel bekendere schrijvers, werd zijn bescheiden boek, schijnbaar uit het niets, gelukkig uitverkoren om tussen de toppers van grotere namen mee te dingen naar de Booker Prize van dat jaar en zo kreeg ik het boekje ooit in huis.
De onverwachte nominatie bracht gelukkig meteen de nodige publiciteit met zich mee, en toen het boek in het jaar daarop door The Guardian  werd uitgeroepen tot ‘roman van 1980’, kon succes niet langer uitblijven. Het boek werd in verschillende landen vertaald, onder meer in het Nederlands, waarna de verfilming van het verhaal een paar jaar later dit alles nog eens dunnetjes zou overdoen.
Ik weet nog hoe goed mij dat deed, in 1981, en dat doet het nog steeds, omdat het boek een van mijn favoriete romans over de Eerste Wereldoorlog werd. Niet omdat er zoveel in gevochten en gestorven wordt, integendeel, de oorlog wordt – anders dan in de verfilming – slechts zijdelings behandeld, maar het was waarschijnlijk de tegenstelling tussen het al zo vaak bezongen front van de Grote Oorlog en de bekrompen, landelijke sfeer in Noord-Engeland die mij destijds aansprak. Dat heeft veel, zo niet alles met mijn persoonlijk geschiedenis te maken. Ik kwam in die tijd, rond 1980, bijna maandelijks in Engeland, en mocht dan graag van dorp tot dorp, van kerkje tot kerkje, over het glooiende, groene land dwalen, en of ik wilde of niet, ik moest dan vaak aan het boek van Carr terugdenken. Want hoewel hij de hel van Passendale maar een paar keer, en dan nog  in enkele regels, noemt, voelde ik de schaduwen van het Vlaamse front daar als als een memento mori nog altijd boven de lieflijke Engelse akkers hangen. Door (meer…)

Oek de Jong in Weimar: Goethe’s Zonneklep

Goethes sterfkamer met nog net zichtbaar boven zijn bed zijn groene zonneklep.

Door Reinjan Mulder
Veertig jaar geleden, op 8 juli 1977 om precies te zijn, was de toen nog onbekende schrijver Oek de Jong halverwege de middag in Weimar. Onder leiding van prof. Hans Jaffe, de illustere kunsthistoricus, bezocht de student kunstgeschiedenis het laatste woonhuis van Goethe, aan het Frauenplan in Weimar. Daar zag hij hoe ‘boven het hoofdeinde van het bed … Goethe’s Augenschirm (hing). Zijn zonneklep.’
Deze groene, metalen zonneklep zou een aantal jaren later later i9n een modernere variant opduiken in Oek de Jong’s veelgelezen romandebuut Opwaaiende zomerjurken, en ook nog eens in een mooi dankwoord van hem na de uitreiking van de Haagse Bordewijkprijs, dat later in het tijdschrift Tirade werd gepubliceerd.
Oek de Jong ging in dat dankwoord onder meer in op het besef van ongelijktijdigheid, toen hij zei: ‘In die zonneklep had blijkbaar zijn hoofd gepast – een hoofd dat al honderdvijftig jaar niet meer bestond.’
Gelukkig hangt die zonneklep nog steeds boven dat bed, op dezelfde groene, bewerkte lap als toen, iets meer uitgebleekt misschien, iets valer nog, maar nog altijd verbazingwekkend als het stoffelijk omhulsel van Goethe’s al zo lang vergane geniale brein.
Toen ik (meer…)