In heel Nederland was de gele druk-inkt op – Bij het jubileum van Connie Palmen’s debuut ‘De wetten’

Sterk verkleurd: de eerste druk van Connie Palmen’s ‘De Wetten’

Door Reinjan Mulder
Zes jaar lang, van 1990 tot 1996, heeft Nederland een onvoorstelbaar groot literair tijdschrift gekend: de wekelijkse bijlage van NRC Handelsblad CS literair. Dat zoiets kon bestaan, en dan nog zo lang, grenst nog altijd aan het ongelofelijke. Er werkten journalisten aan mee, maar ook veel schrijvers en dichters, en het had een oplaag van bijna een kwart miljoen.
Maar nog ongelofelijker is misschien het hoe dit periodiek een paar keer een bom liet inslaan in de literaire wereld.
Over de laatste keer dat dit gebeurde, kunnen we kort zijn. Dat was een 1 april-grap, die erop neer kwam dat we voorop het supplement een lange, juichende recensie plaatsten van een sensationeel, schitterend boek dat… inderdaad: helemaal niet bestond. Desondanks werd de boekhandel dat weekend plat gelopen door bezoekers, die daarover, eh, niet altijd even geamuseerd waren.

De keer daarvoor reageerde de boekenwereld gelukkig enthousiaster. Dat was toen voorop het literair supplement een grote, enthousiaste recensie verscheen van Donna Tartt’s Geheime geschiedenis. Het stevig gehypt boek waarnaar iedereen in binnen- en buitenland al maanden lang uitkeek, en dat daarna al snel enkele verkooprecords deed sneuvelen.
Maar de eerste keer dat er door toedoen van CS literair een bom insloeg in de boekhandel, is nog altijd het spectaculairst. Dat was toen er voorop het supplement een paginagrote recensie verscheen van Connie Palmen’s roman De wetten.
Het interessante daaraan is dat (meer…)

Bij de dood van de etser en oorlogsvrijwilliger Jan Montyn (1924-2015) – Weer was de oorlog in mijn leven

Door Reinjan Mulder
UPDATE – Anderhalf jaar geleden overleed, vrijwel onopgemerkt door de pers, de etser Jan Montyn. Behalve als een fijnzinnig, verstild graficus was Montyn vooral bekend geworden als hoofdpersoon van de gelijknamige ‘documentaire roman’ Montyn, van de schrijver Dirk Ayelt Kooiman. Dat bijzondere boek beleefde herdruk op herdruk en had ook in andere landen veel succes. Ik besprak Montyn in 1982 voor NRC Handelsblad, maar het wonderlijke was dat die recensie sindsdien in het niets verdwenen leek. Op internet was hij niet te vinden, in het NRC-archief zat hij niet, op LiteRom ontbrak hij om mysterieuze reden en ook bij Oba in Amsterdam was men deze week lang in de weer om hem te vinden – zonder enig resultaat.
Dat gebeurt misschien wel vaker, maar niet wanneer het om een boek gaat dat nog altijd zo veel gelezen wordt als Montyn. Van een leraar op een middelbare school hoorde ik dat het op dit moment een van de meest gelezen boeken bij zijn leerlingen is en meestal circuleren de recensies van dat soort boeken dan vrijelijk op het net.
Dat verdwijnen van de NRC-recensie is des te opmerkelijker omdat Montyn een van de weinige Nederlandse romans is die de Tweede Wereldoorlog puur vanuit het daderperspectief laten zien. Ik kan me voorstellen dat kinderen die Het achterhuis van Anne Frank gelezen hebben, Margo Minco’s Bittere Kruid en Jona Oberski’s Kinderjaren, pas door Montyn een eerste glimp opvangen van de andere kant van de oorlog, de kant van de Oostfrontstrijders, de SS’ers en de NSB’ers. Daardoor leent het boek zich bij uitstek voor allerlei interessante en actuele vragen op scholen. Waarom kozen sommige mensen voor de nazi’s, en waarom gingen zij, net als Jan Montyn, vrijwillig naar het Oostfront? Wat waren dat dan voor mensen, en hoe moeten we nu over hen oordelen?
Of je zo’n leven van een Oostfrontstrijder, zoals Kooiman en Montyn deden, wel moet vertellen zonder al te veel woorden te besteden aan de slachtoffers van zijn optreden, is iets wat ik in 1982 nogal betwijfelde. En nog steeds ben ik daar niet goed uit. Maar gek genoeg is daar in Nederland, afgezien van di spaar zinnen in mijn recensie, nooit (meer…)

Hoe zag het strand van Renesse er op 2 april 1974 om 13.08 uur uit? Het project ‘Objectief Nederland’ en Zeeland

Reinjan Mulder: Objectief beeld van Nederland, 1974. Collectie Rijksmuseum.

Door Gert van Engelen
RENESSE – Niemand in Renesse heeft het hem zien doen, maar op 2 april 1974 heeft Reinjan Mulder vanaf een schip pal voor het strand van Renesse vier foto’s gemaakt, in alle windrichtingen. Die zwart-wit foto’s hingen afgelopen zomer in het Rijksmuseum, de eregalerij van de Nederlandse kunst, en ze zijn opgenomen in een speciaal fotoboek over het project. Twee foto’s daarin tonen de zee, de derde ook veel water plus een stukje kust, en de vierde liet breeduit het strand zien, dat dan nog totaal verlaten is, op enkele palen na. Je zou de foto’s met enige kwaadwillendheid saai kunnen noemen, maar ze zijn wel objectief, ze laten op een topografisch strikt bepaald punt zien hoe de zee bij Renesse er in april 1974 werkelijk uitzag.

Opperste objectiviteit was precies wat Reinjan Mulder, indertijd een rechtenstudent en aankomend kunstenaar, met zijn project beoogde: Nederland zo objectief mogelijk vastleggen, niet beïnvloed door smaak of andere voorkeuren. In een halfjaar maakte hij daartoe, verspreid door het land, 208 opnames op 52 locaties. Pas 42 jaar later waren ze voor het eerst te zien, in het Rijksmuseum. Daar liet hij ook de vier Zeeuwse plekken zien, waaronder (meer…)

Gouden Ganzeveer 2017 – Levenslang veroordeeld tot de puberteit – bij de vroege brieven van Arnon Grunberg

Door Reinjan Mulder

Redactiekantine van uitgeverij Babel & Voss, met foto (van Koos Breukel) van Arnon Grunberg, half zo oud als vandaag

Arnon Grunberg omstreeks 1993. Bijlage bij zijn ‘Brieven aan Esther’ (Alauda, 2011). Foto: Koos Breukel.

Recensie van: Arnon Grunberg, Aan nederlagen geen gebrek – Brieven en documenten 1988-1994. Verzameld en toegelicht door Vic van de Reijt. Uitg. De Arbeiderspers, 518 blz.

Zou Gerard Reve ooit geworden zijn wie hij was als hij met zijn brieven was gedebuteerd? Zijn brievenboeken Op weg naar het einde en Nader tot u hebben waarschijnlijk meer invloed op de Nederlandse literatuur gehad, en daarmee ook op Nederland, dan De ondergang van de familie Boslowits en zelfs De avonden, maar hij zal met dat laatste boek de geschiedenis ingaan. Zijn brievenboeken verkopen nauwelijks nog, terwijl De avonden nu, zeventig jaar na dato, alsnog in Engeland lijkt door te breken.
Kennelijk is alleen de roman in staat een wereldbeeld te verenigen met een hoogstpersoonlijke stijl op een manier die door de jaren heen beklijft. De afgelopen dagen heb ik een ruime selectie uit de brieven gelezen die de recente Gouden Ganzeveer-laureaat Arnon Grunberg in zijn jonge jaren schreef en daarbij vroeg ik me hetzelfde af. Zouden we ze nu gelezen – en ervan genoten – hebben als niet eerst Blauwe maandagen verschenen was?
(meer…)

Vouziers 1917: de Franse Ardennen door de Duitsers bezet – Honderd jaar na de grafiekmap van Richard Birnstengel

Door Reinjan Mulder

Landerige oorlogstaferelen. Vier litho's uit de map Vouziers van Richard Birnstengel

Ongewone oorlogstaferelen. Litho’s uit de map Vouziers van Richard Birnstengel

Voor kunstverzamelaars is het leven sinds Internet een stuk gemakkelijker geworden. Jaren lang had ik een onopvallende map met litho’s in mijn kast, waarnaar ik nooit zo goed gekeken had en waar ik al die tijd geen weg mee wist. Maar nu zijn ze dankzij Google opeens tot leven gekomen.
‘Vouziers’ stond er op de grauwe omslag van de map. Er zaten 15 getekende stadsgezichten in, ooit meegekomen in een wat groter lot met boeken over Rik Wouters op een boekenveiling van Van Gendt. Op het eerst gezicht weinig opvallend, totdat ik merkte welke verhalen er bij de portefeuille horen. Ik ken die verhalen nog altijd maar half, maar ik vind er al surfend steeds weer nieuwe stukjes van, en ik kom er niet meer zo goed van los.
Zo weet ik nu dat Vouziers tegenwoordig een vriendelijk klein stadje in de Franse Ardennen is, net over de grens met België, met 5.085 inwoners, twee gastentafels en één plattelandsherberg. Er is nog geen eigen museum, maar er is wel een VVV, die het wandelen, het paardrijden en het fietsen in de streek aanprijst.
Ook de kunstenaar die hier ooit zijn litho’s maakte, ken ik nu wat beter. Richard Birnstengel, letterlijk ‘perensteel’, was een Duitse schilder die in 1881 in een arm gezin in Dresden werd geboren. Dit jaar honderd jaar geleden

(meer…)

Ondergang loont – Drama’s Joost Zwagerman, Meulenhoff en Hans Goedkoop zijn best gelezen stukken van 2016

Rond de tentoonstelling 'Objectief Nederland' in het Rijksmuseum kwamen veel lezers naar de auteurspagina van Das Zahngold

Inrichten van Reinjan Mulder’s tentoonstelling ‘Objectief Nederland’ in het Rijksmuseum. Veel lezers bezochten de auteurspagina in 2016

Door onze mediaredactie
UPDATE – ‘… there is no success like failure,’ zingt de gelauwerde Bob Dylan, ‘and … failure is no success at all’. Gaan we af op de goed gelezen stukken uit Das Zahngold in 2016 (tot nu toe), dan lijkt het er inderdaad op dat de meest succesvolle over mislukkingen gaan. Maar mag je ze dan nog wel succesvol noemen?
Meest gelezen artikel in 2016 was in ieder geval het lange stuk dat verscheen na de zelfgekozen dood van Joost Zwagerman. In de laatste vier maanden van 2015 kreeg dit al meer dan duizend lezers, en het afgelopen jaar kwamen daar nog eens bijna tweeduizend (1.983) bij.
Een ander stuk dat meteen veel lezers kreeg, ging over de vraag of Hans Goedkoop zijn lang geleden opgezette biografie van Renate Rubinstein ooit nog zou afmaken. Dank zij ruime aandacht op Facebook en in Het Parool kreeg dit, nadat het in februari verscheen, al 1.576 lezers, waarmee het op de derde plaats van de top 25 belandde, onder de na zoveel jaar nog altijd veel (1.779 keer) gelezen terugblik op Lulu Wang’s Het Lelietheater, wat – zacht gezegd – ook niet het meest bejubelde boek van de afgelopen eeuw was.
Tel daar nog bij de veel en goed gelezen necrologieën van te jong gestorven schrijvers als Doeschka Meijsing (1.117), Hermine de Graaf (546), Henk van Woerden en Nanne Tepper (723) en het zal duidelijk zijn dat snevende schrijvers meer aandacht trekken dan levende.

Het reuzeschilderij van het Laageinde in Geldermalsen, ca. 1958

Reuzenschilderij van het Laageinde in Geldermalsen, ca. 1958

MEEST GELEZEN
De lijst met de 25 meest gelezen (opgevraagde) stukken van het afgelopen jaar op basis van de Byte-statistieken ziet er door deze wetmatigheden alsvolgt uit, met tussen haakjes hun positie in 2015:
1. (11) De cultuurkritiek van Gimmick! – Bij de dood van Joost Zwagerman
2. (re) Wat een tuttigheid – Lulu Wang’s Het lelietheater revisited
3. (-) Hans Goedkoop en de biografie van Renate Rubinstein
4. (re) Bij het tweede lustrum van Uitgeverij Augustus (2011) – De teloorgang van uitgeverij Meulenhoff
5. (1) Interview met Connie Palmen over (meer…)

Bij het vijfjarig jubileum van de roman Coffee Company – Reinjan Mulder in Trouw: ‘Uitgeven is het vak van de hoop’

Vijf jaar geleden verscheen Reinjan Mulder’s roman Coffee Company. Joost van Velzen interviewde hem daar toen over in Trouw. Vanwege het eerste lustrum vandaag de volledige tekst.   

Hier op het Waterlooplein zou het geweest kunnen zijn, de ontmoeting tussen de twee mannen. In deze vestiging van dit koffieconcept. Want de roman Coffee Company van Reinjan Mulder speelt zich af tussen de barista’s en de laptops.

Coffee Company Waterlooplein

Coffee Company Waterlooplein

In het boek raken twee mannen met elkaar in gesprek in een hippe koffiebar. De een is geslaagd uitgever met meer dan dertig Nobelprijswinnaars in zijn fonds, de ander is kenner van de scheikundige J.H. van ’t Hoff, eveneens Nobelprijswinnaar – de allereerste nog wel. Geleidelijkaan ontstaat er dan een vertrouwensband tussen de twee mannen, die meer op elkaar lijken dan ze wellicht zelf beseffen.
Het verhaal wordt overgoten door een enorme hoeveelheid latte’s en cappuccino’s die de mannen tussen de bedrijven door voor elkaar halen.
We ontmoeten elkaar aan de lange houten tafel in één van de 34 filialen van de Coffee Company – waar anders? Reinjan Mulder is schrijver en uitgever. Hij richtte in 2010 met Daan Heerma van Voss en Daniël van der Meer Babel & Voss Uitgevers op. Mulder heeft net een ontmoeting gehad met de mede-oprichter van de Coffee Company, die een gepassioneerd lezer blijkt: ‘Toen ik Mulders boek las moest ik meteen denken aan Kaas van Elsschot,’ zegt hij. ‘De overeenkomst met de werkelijkheid van de Coffee Company vond ik verbijsterend.’
Wat zullen we nemen?
Reinjan Mulder: ‘Doe mij maar (meer…)

Oorlogsdagboeken van Hanny Michaelis – Een overvloed aan zelfkennis

hannymimg_1091Door Reinjan Mulder
Hanny Michaelis (1922-2007) heb ik bij mijn weten één keer ontmoet – wat weinig is want ze speelde bijna een halve eeuw een rol in de hoofdstedelijke literaire wereld. Niet alleen was ze jaren lang getrouwd met Gerard Reve, ze maakte ook zelf naam, als dichteres, en werkte tot haar pensioen op de afdeling kunstzaken van de gemeente Amsterdam.
Die ene keer dat ik haar sprak, moet omstreeks 1983 zijn geweest, tijdens een bijeenkomst van literatuurmedewerkers van NRC Handelsblad. De chef kunst K.L. Poll had haar uitgenodigd omdat hij dacht dat ze wel eens een aanwinst zou kunnen zijn voor het Cultureel Supplement van de krant.
Die aanwinst is ze helaas nooit geworden. Ik zeg ‘helaas’ omdat (meer…)

Armando, Helga Ruebsamen en Zwarte Piet – de best en meest gelezen stukken uit november

Pieten-scene, Geldermalsen 1967

Zwarte Pieten, Geldermalsen 1967

Door onze mediaredactie
Een vitale oude schilder-schrijver (Armando), een overleden schrijfster (Helga Ruebsamen) en ‘De zwarte in mij’, de herinneringen van een zwarte piet: dat waren de onderwerpen waarover in november in Das Zahngold veel gelezen werd. Met daarbovenuit nog het stuk bij het overlijden van Joost Zwagerman. Dit werd vorige maand 712 keer opgevraagd, een record voor de één jaar oude Zwagerman-necrologie.
Andere artikelen die meer dan honderd keer werden gelezen zijn het profiel van uitgever Sander Knol (142 keer), de necrologie van Nanne Tepper (150), het interview met de Columbiaanse schrijver Alvaro Mutis (145), de woelige geschiedenis van het fietsersblad Oek (115), en de ‘pagina’s’ over uitgeverij Babel & Voss en Reinjan Mulder, die dit keer resp. 516 en 304 keer werden opgevraagd.

Kijken we welke van de veel (>29 keer) gelezen stukken het langst (en vermoedelijk het best) zijn bekeken, de ‘Leespaarden’, dan gaat het om:
1. (9) The first cut – bij de dood van Doeschka Meijsing (gemiddelde leestijd 11:28 minuten)
2. (re) Nieuwe Knollen voor oude citroenen – bij het vertrek van Meulenhoff-directeur Sander Knol (gem. 9:38 min)
3. (10) Geaarde kunst? – Bij een zelfportret (meer…)

Op zoek naar de eerste Oek – Uit de roerige geschiedenis van de Amsterdamse Fietsersbond

oekomslagimg_1073Sinds hij op hert fietspad door een bromscooter het ziekenhuis in werd gereden, levert Reinjan Mulder ook bijdragen aan het blad Oek (Op eigen kracht) van de Amsterdamse afdeling van de Fietsersbond (FB). Toen dat aan zijn honderdste nummer toe was, ging hij in de archieven op zoek naar nummer 1.

Het vinden van het eerste nummer van ‘de Oek’, wat staat voor Op Eigen Kracht, is minder eenvoudig dan ik heb gedacht. Tevoren ben ik al gewaarschuwd dat juist het allereerste nummer van de Oek in ons goed bijgehouden archief wel eens zou kunnen ontbreken. Misschien dat het illustere Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) nog een exemplaar in zijn anarchistische collectie heeft.
Ook heb ik gehoord dat er voorafgaand aan de Oek al verschillende andere ledenbladen van de Fietsersbond hadden bestaan, die Amsterdam Fietssst heetten, en afdelingsblad ENWB Amsterdam, en ENWB/Op eigen kracht. Provisorisch gestencilde of gexeroxte blaadjes zouden dat geweest zijn, waarachter onder anderen Peter Giele een drijvende kracht was, de latere oprichter van de roemruchte Galerie AMOK in het oude Handelsbladgebouw, maar ook de man achter de legendarische, door Joost Zwagerman bezongen club RoXY in de Kalverstraat.
Die eerste waarschuwing, dat er geen eerste nummer meer te vinden is, blijkt niet helemaal te koppen. Na een half uur neuzen in de ordners vind ik (meer…)