De Revisor leeft als nooit tevoren – Veel belangsteling voor de overleden D.A. Kooiman en Doeschka Meijsing

Reinjan Mulder, Doeschka Meijsing, uit ‘De Revisor’ III-3.

Door onze mediaredactie
Het tijdschrift De Revisor leeft als nooit tevoren. Na het bericht over de dood van De Revisor-oprichter Dirk Ayelt Kooiman was er bij Das Zahngold afgelopen maand al direct een toeloop te signaleren van belangstellenden in het interview uit 1975 met de schrijver en tijdschrift-leider. Ook de necrologie van Jan Montyn, gebaseerd op een recensie van Kooiman’s boek Montyn kreeg vanaf dat moment weer veel lezers.
Voor een andere Revisor-auteur, Doeschka Meijsing, was de belangstelling de afgelopen maanden zo mogelijk nog groter. Meteen na het Zomergasten-programma met Marleen Stikker, de dochter van Meijsing’s vroegere partner Gerda Meijerink, was er een record aantal bezoekers van haar necrologie: 525 binnen 24 uur, en die interesse kreeg daarna een nieuwe impuls rond de verschijning van het brievenboek Liefdevolle rivaliteit van Doeschka en haar broer Geerten Meijsing.
Ondertussen was de recensie van Meijsing’s roman Robinson net als in de maanden daarvoor – na die van Oberski’s Kinderjaren – de meest gelezen recensie op de site. Niet alleen De Revisor leeft, ook Kooimans en Meijsings werk. Meest gelezen in Das Zahngold waren tussen 1 augustus en 1 november 2018:
1. The first cut, necrologie van Doeschka Meijsing
2. Het beste debuut van 1978 – Recensie van Jona Oberski’s Kinderjaren
3. Interview met Connie Palmen over Ischa Meijer en De vriendschap
4. ‘Je kunt niet pretentieus genoeg zijn‘ – Interview met Dirk (meer…)

‘Een absolute succes story’ – bij de overhandiging van ‘Objectief Nederland – Veranderend Landschap’ (2)

Cleo Wächter en Reinjan Mulder met Rijksmuseum conservator Harm Stevens (r.)

Vorige week boden Cleo Wächter en Reinjan Mulder hun fotoboek Objectief Nederland – Veranderend Landschap 1974-2018 aan het Rijksmuseum in Amsterdam aan (Uitgeverij nai010, €34,95). Museumconservator Harm Stevens haalde bij die gelegenheid op hoe dit project in 1979 bijna was gesneuveld. Reinjan Mulder in een brief aan minister Til Gardeniers: ‘Het fotoproject kan NIET als beëindigd worden beschouwd.’ 

Beste Cleo, beste Reinjan,
Heel veel dank voor jullie vriendelijke gebaar om dit boek aan te bieden aan het Rijksmuseum. Ik voel me zeer vereerd dat ik het eerbiedwaardige Instituut mag representeren hier in deze prachtige kerk te Schiedam! En – Reinjan! – dan te bedenken dat jij het Rijksmuseum eerder al zo veel hebt gegeven. Te weten: de 208 vintage zwart wit afdrukken en even zoveel kleurendia’s uit het magische jaar 1974 die het originele resultaat waren van het fotografisch experiment dat jij ten uitvoer bracht in de late winter van dat jaar.
Die zeer gewaardeerde schenking is indertijd in gang gezet met een emailtje van Reinjan aan het Rijksmuseum. In het onderwerpveld staat getikt: ‘Aanbod van 208 foto’s ‘objectief beeld van Nederland’. Reinjan eindigt zijn mail met deze zin: ‘Wat mij mooi lijkt , is om het materiaal nog één keer te kunnen tonen. Het jaar 2014, [veertig] jaar na dato, zou daarvoor een ideaal moment kunnen zijn.’
Lang verhaal kort: aanbod in dank aanvaard door Rijks, zwart wit foto’s, dia’s en een pak van sjaalman aan documentatiemateriaal, keurig in zuurvrijemapjes opgeborgen in depot. En – verdomd! – in 2016 werden inderdaad alle 208 zwart wit foto’s getoond in het Rijksmuseum in (meer…)

‘Alles is mooi’ – bij de presentatie van het boek ‘Objectief Nederland – Veranderend Landschap 1974 – 2018’

Fotografe Cleo Wächter op de tentoonstelling Objectief Nederland in de Grote Kerk in Schiedam

Door Reinjan Mulder
Ik ben fotograaf. Dat wil zeggen, vijftig jaar geleden heb ik een tweedehands Rolleifex gekocht en ik ben toen een aantal jaren druk aan het fotograferen geslagen. Mijn vader leerde mij op zijn zolder films ontwikkelen en afdrukken, en later richtte ik in mijn  voorkamertje in de Hasebroekstraat een eigen, stoffige doka in.
Maar misschien ben ik nooit een echte fotograaf geweest, want toen ik eenmaal aan het fotograferen was, merkte ik dat ik ‘het fotografisch oog’ miste. Een echte fotograaf, begreep ik, heeft een fotografisch oog. Die ziet meteen wat fotografeerwaardig is, en wat niet, maar als ik door de zoeker van mijn Rolleiflex keek, zag ik op het matglas alleen maar  mooie beelden, bijna allemaal even mooi. Ik kon maar niet niet kiezen.
En als ik eenmaal een foto van zo’n beeld had gemaakt, keerde ik me soms 180 graden om, en kon ik zo weer een tweede foto maken, die dan ook weer heel erg mooi was: net zo mooi, naar mijn gevoel, als de eerste. Kon dat wel?
Ook ‘het beslissende moment’ waar veel echte fotografen de mond van vol hebben, herkende ik (meer…)

Uit de oude doos – Bij drie tekeningen van Piet Mulder (1919-2001)

Door Reinjan Mulder
Het eerste wat mij aan deze tekening van mijn vader opvalt, is de grammofoon. Die hadden we in 1960 dus nog. De eerste grammofoon van  mijn ouders, nog van voor de oorlog.
Aanvankelijk konden er alleen 78-toerenplaten op, maar toen de 45 en 33 toeren hun intree deden, hebben ze hem laten ombouwen voor drie snelheden.
Ook de eerste grammofoonplaten die we erop draaiden, waren nog van voor de oorlog. De mooiste vond ik Arkan Darkan, een Russische schellakplaat met snelle Hoempamuziek die waarschijnlijk door Jef Last mee naar Nederland was meegenomen. Mijn grootouders waren voor de oorlog nogal dik met Jef en Ida (‘Ied’) Last geweest, en mijn moeder trok veel met hun dochter Femke op,  en als Jef Last weer eens uit de Sovjet Unie terugkwam, vertelde mijn moeder, nam hij altijd kadootjes voor iedereen mee.
Op het donkerblauwe etiket stonden cyrillische letters, herinner ik me, maar door goed naar de aankondiging op de plaat te luisteren, wist ik na enige tijd dat het Arkan Darkan moest zijn, die deze heerlijke muziek maakte.
Het etiket van Arkan Darkan werd zo mijn eerste Russische les, door zelfstudie kende ik nu al vijf letters van het alfabet.

*

Bij ons op Tuindorp werd de provisorische badkamer pas rond 1960 aangelegd. Maar dat mocht te pret niet drukken. Tot die tijd voldeed de keuken uitstekend.
Ik herinner me uit de vroege jaren vijftig nog vooral de zalige stoom die dan aan het eind van de middag in de keuken hing. Het water werd in twee hoge pannen op het electrische stel aan de kook gebracht en dan met koud kraanwater aangelengd. De hele keuken dampte ervan.
Soms mochten ook andere kinderen bij ons in bad. Als mijn achterbuurmeisje was komen spelen, poedelden we na afloop op vrijdagavond soms samen in het ovale, zinken bad.
Puur geluk.

*

September 1966. Ik ging,17 jaar oud, in Amsterdam (meer…)

Haarlem: Briefwisseling Geerten Meijsing en Doeschka Meijsing in zwaar beveiligd stadhuis gepresenteerd

Reinjan Mulder: Doeschka Meijsing, 1975, uit: De Revisor III-3

Door Reinjan Mulder
Zou de Nederlandse literatuur dan toch nog gevaarlijk worden? Wie donderdag naar het Stadhuis van Haarlem ging om daar de presentatie bij te wonen van de briefwisseling tussen Geerten en Doeschka Meijsing moest even schrikken. Eerst moest je tussen een paar zwaarbewapende, gehelmde politiemannen in kogelvrije vesten door, die met de hand aan de trekker van hun mitrailleur elke bezoeker aan een kritische blik onderwierpen.
Binnen bleek het echter niet de schrijver Geerten Meijsing te zijn, die door de tot de tanden bewapende macht beveiligd moest worden, maar de Haarlemse CDA-burgemeester Jos Wienen. Eenzaam zat hij op de eerste rij van de monumentale Gravenzaal tussen allemaal lege stoelen te wachten tot Meijsing hem aan het eind van de middag het eerste exemplaar zou overhandigen van Liefdevolle rivaliteit, de correspondentie die Geerten Meijsing en zijn zuster Doeschka tussen 1979 en 2009 voerden. De burgemeester wordt op dit moment ernstig bedreigd en om hem, zijn ambtenaren en de bezoekers van zijn  Stadhuis te beschermen, is de Haarlemse politie deze week in volle staat van paraatheid gebracht.

Of het door deze zichtbare dreiging kwam, weet ik niet, maar veel mensen die op een presentatie als deze verwacht zouden mogen worden, waren er helaas niet. Om te beginnen ontbrak Nop Maas, die de briefwisseling inleidt en hem met steun van Geerten ruimschoots van noten heeft voorzien.
Ook van de erven van de in 2012 overleden Doeschka Meijsing ontbrak de belangrijkste vertegenwoordiger Xandra Schutte. En (meer…)

‘Opgeruimd staat netjes’ – Bij de dood van de schilder, schrijver en dichter Armando (1929-2018)

ssersimg_1072Door Reinjan Mulder
Wat betekent de uitdrukking ‘Opgeruimd staat netjes’? Is daar een Duitse uitdrukking voor? En wat bedoelde de gisteren overleden Armando toen hij dit zinnetje liet volgen op zijn mededeling dat alle SS’ers die hij voor zijn boek De SS’ers (1967) had geïnterviewd, nu dood en begraven zijn?
In het college Kulturelle Beziehungen Deutschland Niederlande aan de Universiteit van Amsterdam leidde het anderhalf jaar geleden tot uiteenlopende speculaties.
Was meint der Schriftsteller? Is het een vorm van ironie? Of is het de schrijver ernst, en vindt hij echt dat elke SS’er maar beter dood kan zijn?
Over de achtergronden van zijn geruchtmakende boek had Armando de studenten tijdens zijn gastcollege verteld dat hij als schooljongen lang een fysieke afkeer had gehad van de mensen die hij tijdens de bezetting vaak door zijn woonplaats Amersfoort zag marcheren, en ‘die Hollands praatten in Duitse uniformen’. Hij begreep niet hoe ze hun leven voor hun kennelijke idealen in de waagschaal konden stellen. Later kon hij daar meer begrip voor opbrengen. Volgens Armando moest het een soort geloof zijn geweest dat ze hadden, dat nazisme, al wist hij niet zo zeker wat de SS’ers dachten wanneer ze ‘s nachts droomden. ‘Mensen willen graag weten waarom (meer…)

(Eerste) Oosterparkprijs voor Sacha Voogd’s verhaal Nieuwbouw: ‘echt héél goed…’

Winnaar Sacha Voogd (l.), met uitgever Reinjan Mulder en juryvoorzittter Persis Bekkering (r.) tijdens het Festival Boeken door Oost (Foto Bob Bronshoff)

Door onze literatuurredactie
De Eerste Oosterparkprijs is gisteren gewonnen door Sacha Voogd met haar verhaal ‘Nieuwbouw’, dat is opgenomen in de recent verschenen bundel Door Oost. Een jury bestaande uit de critici en romanschrijvers Joyce Roodnat, Arie Storm en Persis Bekkering zag Voogds kracht in haar grote vaardigheid om verschrikkelijke ervaringen op een subtiele manier onder woorden te brengen, in observaties die een waar begrip van haar personage tonen.’ Het verhaal Nieuwbouw is maar een kort en klein verhaal, vond de jury, nog geen duizend woorden lang, maar het toont ‘bijna een heel leven.’
De Eerste Oosterparkprijs is een nieuwe prijs voor verhalen over Amsterdam Oost, beschikbaar gesteld door een particulier, en bestaat uit een bedrag van €500,- plus een plantenbak van eikenhout uit het Oosterpark. In aanmerking voor de prijs kwamen verhalen die werden ingezonden voor een schrijfwedstrijd georganiseerd door Schrijvers uit Oost en de krant Dwars door de Buurt.
De verhalenbundel Door Oost met 24 nieuwe verhalen over Amsterdam Oost (van Alma Mathijsen, Roman Helinski, Erik Rozing, Marijn Sikkenm, Henk Spaan, Eva Posthuma de Boer en anderen) is vanaf heden te koop bij de Linnaeus Boekhandel, Athenaeum Roeterseiland, Van Pampus, de Java Bookshop, het Faire Oosten, Ekodis Beukenplein en de Bruna op Oostpoort. De omvang is 192 blz, de prijs €10,-

Juryverslag  

Afgelopen week heeft de jury van de Eerste Oosterparkprijs zich beraden over de tien inzendingen die zijn genomineerd voor deze nieuwe literaire prijs. Daarbij werden wij – Joyce Roodnat, Arie Storm en ik – meteen getroffen door het hoge niveau. Meer dan de helft van de inzendingen zou zeker voor de prijs in aanmerking zijn gekomen, als er niet zoveel sterke concurrentie van anderen was geweest. De verhalen wisten stuk voor stuk Amsterdam Oost haarscherp tot leven te wekken. Veelal de mensen die we geneigd zijn over het hoofd te zien, in onze kleine bubbel van gelijkgestemden, kregen hierin een stem.
Zoals de jonge moeder Hala in (meer…)

Jury (Eerste) Oosterparkprijs buigt zich in Amsterdam Oost over tien nominaties

De jury van de (eerste) Oosterparkprijs op de stoep van Restaurant Merkelbach. V.l.n.r.: Persis Bekkering, Joyce Roodnat, jurysecretaris Reinjan Mulder en Arie Storm. Foto: Bob Bronshoff

Door onze literatuurredactie
AMSTERDAM 18 mei – De jury van de (Eerste) Oosterparkprijs is gisteren bijeengekomen in restaurant Merkelbach in Park Frankendael om zich te beraden op de tien nominaties voor deze nieuwe literaire prijs voor Amsterdam Oost.
De nominaties zijn, samen met 14 andere verhalen, afkomstig uit de deze week verschenen verhalenbundel Door Oost en werden geschreven door Derk Fangman, Marije Doodewaard, Arjen de Wit, Joost van Tilburg, Anne Schepers, Reineke Schermer, Sacha Voogd, Miriam Verrijdt, Jouke Turpijn en Lila Payens. Samen met ruim tachtig andere verhalen werden ze de afgelopen maanden ingezonden voor de prijsvraag ‘Schrijf je Straat’ van Schrijvers uit Oost en de krant Dwars door de buurt. Een eerste selectie werd eerder afgedrukt in Dwars.
Schrijfster en cultureel commentator Joyce Roodnat van NRC Handelsblad en de critici en romanschrijvers Persis Bekkering (de Volkskrant) en Arie Storm (Het Parool) verbaasden zich tijdens het jurydiner over het hoge niveau van de inzendingen. Arie Storm: ‘Ik heb de hele bundel van voor naar achter doorgelezen, dus inclusief de 14 verhalen van “professionele” schrijvers, en zag vaak nauwelijks (meer…)

Eerherstel voor de niet calculerende, literaire redacteur

Door Reinjan Mulder
Terecht schrijft Pluim-uitgeefster Mizzi van der Pluijm in de Volkskrant van 20 april dat hedendaagse literaire uitgeverijen veel te veel nadruk leggen op de verkoop van hun boeken, en te weinig op de redactie. De oplossing voor dit probleem is echter niet om de uitgevers zelf meer aandacht te laten besteden aan de redactie van hun boeken, zoals zij voorstelt, maar om de redactie op uitgeverijen weer een eigen verantwoordelijkheid te geven.
Toen ik twintig jaar geleden van de redactie van NRC Handelsblad overstapte naar de uitgeversbranche, was daar net het proces ingezet om redacteuren steeds meer te betrekken bij de exploitatie van de door hen verzorgde boeken. Die omslag heeft slecht uitgepakt.
Bij de eerste uitgeverij waar ik kwam te werken, werd een redacteur naar een calculatiecursus gestuurd, zodat hij voortaan zelf (meer…)

Aat Veldhoen (29) over zijn zinnenprikkelende prenten: ‘Alles is er om gezien te worden’

Het voormalige Gymnasium in Tiel

Door Reinjan Mulder
TIEL, 14 april  – ‘Wordt in deze wereld van abstract geweld knap persoonlijk tekenwerk nog wel gewaardeerd?’ Met die vraag opent wat waarschijnlijk mijn eerste artikel over beeldende kunst is geweest. Ik schreef het in oktober 1964 in de Pnyx, het Maandblad van het Tiels Gymnasium. Op de schoolreünie van vandaag kreeg ik een kopie.
In 1964 was ik 15 jaar, ik zat in de vijfde van het Gym, en samen met mijn vader was ik een dagje naar Amsterdam geweest om in het rommelwinkeltje van Gort aan de Prinsengracht een paar rotaprenten van de toen 29-jarige Aat Veldhoen te kopen.
We hadden geluk. In het opkamertje naast de winkel zat die middag de kunstenaar zelf en we lieten hem met alle plezier uitleggen wat zijn visie op aanstoot gevende kunst was: alles is er (meer…)