NRC Handelsblad en het plagiaat – Bij het verschijnen van John Kroon’s ‘Slijpen aan de geest’

Door Reinjan Mulder
UPDATE, 15 FEB – Van de 50 jaar die NRC Handelsblad inmiddels bestaat, zijn er 25 waarin ik zelf bijdragen heb mogen leveren aan de krant, precies de helft. En van die 25 jaar was ik weer de helft van de tijd redacteur, van 1979 tot 1983 en van 1989 tot 1998, en de andere helft freelance-medewerker.
Dat waren mooie jaren, bij de krant. Ik kon er veel in publiceren, en precies waarover ik dat wilde, de literatuur, en de stemming op de redacties waaraan ik verbonden was, was altijd uitstekend, dank zij fantastische collega’s als Joyce Roodnat, Jac Heijer, Pieter Kottman, Lien Heijting, Kasper Jansen, ja, wie eigenlijk niet. Beter vond – en vind – je ze niet in krantenland.
Wie de recent verschenen informatieve geschiedenis van vijftig jaar NRC Handelsblad van John Kroon leest, Slijpen aan de geest, kan zich echter niet aan de indruk onttrekken dat hier toch wel wat op af te dingen is. In het boek wordt een groot aantal hoogtepunten gememoreerd, en redelijk wat redacteuren zijn korter of langer in het zonnetje gezet, maar de overheersende indruk die na lezing achterblijft, is er één van een krant vol conflicten en strijd. Strijd om de lezer – en strijd om de macht.
Wie het enorme namenregister aan het eind bekijkt, ziet ook dat de meest genoemde personen daar geen top-journalisten zijn – denk bij de kunsten alleen al aan voortreffelijke critici als Ellen Waller of Hans Reichenfeld die in het boek resp. slechts één en nul keer voorkomen – maar figuren als Pim Fortuyn en Beatrix, redacteuren die op de een of andere manier in conflicten verzeild raakten, en – vooral – hun superieuren, chefs, adjuncts en hun hoofdredacteuren. Het hardwerkende voetvolk dat dagelijks de krant moest vullen, ontbreekt. Van Ellen Waller, jarenlang ‘koningin van de filmkritiek’, wordt alleen ergens gezegd dat een notulist haar begin jaren zeventig als ‘Mevrouw Ellen Waller’ had opgemerkt. Dat is natuurlijk een leuke anekdote, maar wel illustratief voor de aanpak. Wie te veel in de buitenwereld schitterde, wordt overgeslagen.

Dank zij het boek van dochter Hendrickje Spoor was er ook na zijn pensioen nog veel interesse in de figuur van hoofdredacteur André Spoor

Van de zeven hoofdredacteuren, tot 2019, heb ik er drie-en-een-halve, alweer precies de helft, persoonlijk meegemaakt: de flamboyante André Spoor (1970-1983), de Wout Woltz die steeds meer op een Engelsman ging lijken (1983-1989), de ondernemende Ben Knapen (1990-1996), en nog heel even de jurist Folkert Jensma (1996-2006), in het jaar dat mijn CS Literair werd opgeheven en ik bij hem mijn vertrek bij de kunstredactie aankondigde. Vergis ik me, of is het aantal conflicten in de jaren – en onder de hoofdredacteuren – na mijn vertrek onevenredig snel toegenomen? De laatste tien jaar ging er, naar het boek te oordelen, bijna geen maand voorbij zonder nieuwe intriges en ander spektakel.
Wat daarbij meegespeeld kan hebben, is dat het aantal lezers na 1998 weer vrij snel begon af te nemen, wat de noodzaak om hard te grijpen misschien onontkoombaar maakte. Ik wil me daar natuurlijk niet op beroepen, maar (meer…)

Een door collaboratie besmet huis in Gent – Over Stefan Hertmans’ caleidoscopische roman De opgang

Richard Birnstengel, Bezettende Duitse militairen bij een open auto

Door Reinjan Mulder
Recensie van: Stefan Hertmans, De opgang, uitg. De Bezige Bij, 2020, 
Aan Armando dankt het Nederlands taalgebied het interessante begrip ‘schuldig landschap’. Prozaïsche mensen willen nog wel eens tegenspreken dat landschappen schuldig kunnen zijn, mensen zijn schuldig, volgens hen, en huizen, wegen en bomen zijn dingen, en kunnen geen schuld hebben. Maar wie wat meer gevoel heeft voor poëtische associaties en symboliek, die snapt meteen wat Armando met zijn schuldige landschap bedoelde. Voor hen zijn niet alleen ‘de muur van Mussert’, het Reichsparteitagsgelände in Neurenberg en de Utrechtse Maliebaan besmet, maar ook de anonieme stukken bos rondom het voormalige Kamp Amersfoort of de bomen langs de spoorlijn naar Westerbork: plekken die het ook niet kunnen helpen dat daar in de nazitijd gewetenloze mensen hebben rondgelopen om gevaarlijke ideeën uit te broeden of onschuldigen af te maken, maar die nooit meer zullen loskomen van onaangename bijgedachten bij mensen die maar al te goed weten wat daar ooit is gebeurd, bijvoorbeeld doordat ze boeken hebben gelezen over die griezelige ideeën en over de verschrikkelijke gevolgen daarvan.
De Vlaamse schrijver Stefan Hertmans, die niet toevallig ook dichter is, is zo’n schrijver die in zijn boeken stil kan blijven staan bij de levenloze objecten waaraan associaties kleven met hun vroegere gebruikers. Dat gebeurde toen hij erachter kwam dat hij twintig jaar lang in een huis had gewoond dat de Vlaamse SS’er Willem Verhulst en zijn gezin had gehuisvest, de directeur van de gelijkgeschakelde radio-distributie in Vlaanderen tijdens de Bezetting, een verklikker aan de Duitse Sicherheitsdienst en (meer…)

1969: ‘De wereld en wij’ – De geboorte van een literatuur-redacteur

1969, Prinsengracht 241: de jonge dichter in spe leest op zijn studentenkamer Gerard Reve’s ‘De avonden’

Door Reinjan Mulder
Voor veel oud-redacteuren van Propria Cures is hun redacteurschap de opmaat geweest voor een glanzende carriere in de journalistiek of de literatuur. Maar voor mij, redacteur van 1972 tot 1974, werd het bijna het einde. Op 22 februari 1969 maakte de redactie van de ‘Dichtershoek’ van het nog net niet met de NRC gefuseerde Algemeen Handelsblad bekend wie de wedstrijd had gewonnen bij  het tienjarig bestaan van deze populaire rubriek voor jonge dichters. Dat ging zo:

‘Begin december 1968 werd – omdat onze Dichtershoek weldra tien jaar zal bestaan – een prijsvraag voor jonge dichters (leeftijd ten hoogste 20 jaar) uitgeschreven. Gevraagd werd een gedicht te maken over het onderwerp ‘de wereld en wij’. Op 8 februari sloot de termijn voor inzendingen en sindsdien is de redactie van Eigen Wijs, bijgestaan door redactieleden van het Handelsblad Supplement bezig geweest met het door- en nalezen van de ruim vijftig inzendingen.
Het werd vorige week al even gezegd: er was veel kaf onder het koren, veel rijmelarij en ook veel opgeschroefd poëtisme met moeilijke gedachtekronkels en machteloos woordgebruik, met een overvloed aan () tekens en &-tekentjes, om maar niets te zeggen van de …. , die nog altijd opgeld doen.
Gelukkig blijkt de minimode van heel korte regeltjes in het genre van

ik
ben
dich-
ter &
mens te-
gelijk

zo langzamerhand wel geheel afgeschreven.
Goed voorbeeld van de nieuwe dichtstijl, die we in eindeloos veel variaties en nuances in de dagelijks toegezonden dichtershoek-enveloppen tegenkomen, is  (meer…)

Reve’s ‘De Vierde Man’ als ‘camp’: Het levenverwekkende aroom van een soepel gespannen lichaam

Recensie van Gerard Reve, De Vierde Man. Uitg. Elsevier, 146 blz. Prijs f 17,50
Door Reinjan Mulder
UPDATE 2021 – Wie argeloos begint te lezen in De Vierde Man, de [deze week verschenen] novelle van Gerard Reve, zou kunnen denken een klassiek ‘damesromannetje’ in handen te hebben. Na twee inleidende bladzijden, waarin de ik-persoon zijn donkere vriend Ronald een waargebeurde geschiedenis aankondigt, volgt een romantische beschrijving van een mooie avond in mei, vele jaren geleden, toen de verteller een lezing moest houden voor een cultrureel genootschap in de provincie. Hij zag erg tegen het optreden op, schrijft Reve, vooral omdat het onvermijdelijk zou zijn de nacht door te brengen in een hotelkamer.
In de pauze van de lezing valt hem echter onverwacht een wonderbaarlijk geluk ten deel. Hij maakt kennis met een jonge vrouwe, een ‘dame’ zoals hij zegt, die hem uitnodigt in haar huis de nacht door te brengen.
Wat een opwining, wat een blijdschap!
Gerard Reve stapelt de ene, bloemrijke beschrijving van de dame in kwestie op de andere. Haar gelaatsuitdrukking heeft iets spontaans en welwillends. Ze is gekleed in een donkerrode, haar lichaaamsvormern fraai volgende japon van tafzijde of een dure kwaliteit katoen, en ze draagt bordeauxrode schoenen met hoge hakken en sluitingen met een of ander verguldsel. Christine heet ze, ze is onloochenbaar zeer goed gebouwd, en wat ze van haar lichaam (meer…)

‘Schuldig’ – Jannah Loontjes over schuld en schaamte

Biennale Venetië: The guiltiest…

Recensie van: Jannah Loontjens, Schuldig – Een verkenning van mijn geweten. Uitg. Podium. 240 blz.
Door Reinjan Mulder
‘Als je kijkt naar de rol van schuld in literatuur en filosofie,’ schrijft Jannah Loontjens (1974) in haar boek Schuldig, ‘is het gewicht langzamerhand van de hemel naar de aarde afgedaald.’ Lag de schuld voor alles wat er mis ging in de oudheid nog bij de goden en konden mensen door hen ook nog gestraft worden voor dingen die ze niet hadden gedaan, tegenwoordig berust de verantwoordelijkheid voor alles wat er op de wereld gebeurt op de mens.
De schrijfster illustreert dat aan het begin van haar boek aan de hand van het kerstfeest in huize Loontjens. Dit jaar, schrijft ze, gaat ze met haar kinderen niet naar haar gescheiden vader in Zweden, en ook niet naar haar moeder in Frankrijk. Ze heeft geen geld voor dure tickets, maar vervelender is nog dat ze erover denkt om de kerstdagen dan maar bij haar tante door te brengen die in een dorp in de Betuwe woont.
Hoe moet ze zoiets aan haar alleenwonende moeder vertellen zonder haar jaloers te maken? Schuldig is duidelijk geschreven voordat de tweede lockdown bekend werd gemaakt, want nu zou  juist dit een verantwoorde oplossing zijn geweest. Kerst bij je tante in de Betuwe, wat kun je beter doen? Maar tijdens het schrijven van haar boek, voelde Loontjens zich nog behoorlijk schuldig over haar snode plannen, vooral tegenover haar moeder in haar ‘eigenhandig opgeknapte’ buitenhuis. ‘Kerst is het feest dat speelt met het idee van welkom heten,’ leest ze in de krant, en voor ze het weet nestelt zich in haar herinneringen aan vroeger ‘een zaadje schuldgevoel dat algauw uitgroeit tot een plant, nee, tot een volwaardige jungle met dreigende bladeren.’

Was onze tweede lockdown al wel zichtbaar geweest tijdens het schrijven van Schuldig, dan hadden we wellicht dit lezenswaardige boek niet gehad, waarin Loontjens zich nu op allerlei manieren in dat vaak lastige schuldgevoel van haar verdiept. Ze had dan, net als premier Rutte nu, de schuld voor haar laffe desertie misschien wel aan ‘het virus’ kunnen geven, dat (meer…)

De favoriete stukken van 2020: hernieuwde belangstelling voor Hermine de Graaf, Hannelore Grunberg en Martin Ros – Connie Palmen still going strong

Nadat Hermine de Graaf Van Meulenhoff naar De Geus was overgestapt, werden in afwachting van een nieuwe roman al haar verhalen in ‘De verhalen’ gebundeld.

Door onze mediaredactie
UPDATE 1 januari 2021 – Hoewel er vorig jaar weinig nieuwe stukken zijn bijgekomen, is het bezoek aan Das Zahngold in 2020 dank zij de populaire klassiekers toch weer flink gestegen. Volgens de (onvolledige) statistieken die Google levert, kwamen er van 1 januari 2020 tot gisteren 6% meer mensen naar de site vergeleken met dezelfde periode vorig jaar, die samen 23% meer sessies hielden waarin ze 19% meer stukken lazen (pageviews).
De terugval van het bezoek uit 2019 is daarmee meer dan tot staan gebracht, temeer omdat de ca. 550 stukken op de site gemiddeld iets (+3%) langer ‘gelezen’ werden dan het jaar tevoren en de gemiddelde duur van het bezoek (sessies) nog wat meer (25%) steeg. Ook het bouncing-percentage (van stukken die slechts kort werden geopend) zakte in de onderzochte periode: met 6%.
Daarbij valt op dat er geen stukken meer zijn die, zoals voorheen, meer dan duizend keer in een jaar geregistreerd zijn, terwijl veel meer andere stukken nu tussen de honderd en vijfhonderd keer per jaar, gemiddeld één a twee keer per dag, zijn vastgelegd. De interesse van de lezersgroep verdiept en verbreedt zich.

De cijfers van Google Analytics geven verder goed de ontwikkeling van het bezoek aan, alsmede hun veranderende voorkeuren, omdat Google in ieder geval steeds dezelfde meetmethode hanteert. Niet alleen maken ze duidelijk welke artikelen waarschijnlijk het meest worden gelezen, en welke het langst, maar ook – wat veel interessanter is – voor welke onderwerpen het afgelopen jaar meer dan wel minder belangstelling is gekomen.

Het sterk verkleurde omslag van De Wetten

Grootste stijgers
Grootste stijgers, ook relatief, zijn dank zij de TV-serie I.M.zonder twijfel de bizarre ontstaansgeschiedenis van de grote NRC-recensie van Connie Palmens debuut De Wetten en, na de dood van Martin Ros, de artikelen over de AP-mastodonten Sontrop en Ros.
Na de moedige 5 mei lezing van haar zoon was er bovendien weken lang veel belangstelling voor de moeder van Arnon Grunberg, Hannelore Grünberg-Klein. Verder kwam er in de loop van 2020, heel verrassend, ook steeds meer interesse in de necrologie van Hermine de Graaf, en verdrievoudigde het bezoek aan de pagina over Babel & Voss Uitgevers, doordat de uitgeverij veelvuldig in het nieuws kwam met Thomas Heerma van Voss’ veelgeprezen afscheids-boekje Verdwenen boeken. De B&V pagina groeide dank deze laatste top-titel dit jaar uit tot het best bezochte gedeelte van Das Zahngold.
Een mooi afscheid van de inmiddels opgeheven onafhankelijke uitgeverij.

De tien relatief STERKSTE STIJGERS onder de veel (>100 x) gelezen artikelen en recensies op Das Zahngold zijn op dit moment in aflopende volgorde, met tussen de haakjes hun vermenigvuldigingsfactor:
1. Een historische noodgreep – Het overrompelende succes van Connie Palmens De Wetten (13 x zoveel lezers als in 2019)
2. ‘In lezers ben ik niet geïnteresseerd, kopers moet ik hebben!’ – Bij de dood van Theo Sontrop (10 x zoveel lezers in een jaar)
3. Het meisje dat er niet had mogen zijn – Bij de dood van Hannelore Grünberg-Klein (8 x zoveel)
4. ‘Nooit meer slapen’ – Een jaar na de dood van Wim Brands (7 x)

Sterk gestegen: de recensie van Van der Heijden’s ‘Advocaat van de Hanen’ in CS Literair

5. ‘Het uitgeversvak is zorgelijk, maar het is niet meer mijn zorg’ – Interview met Martin Ros (5 x)
6. Een teruggevonden brief – Bij de dood van Hermine de Graaf (5 x)
7. Marli Huijer (54) en Reinjan Mulder (60) bedwingen de Brockenberg (3 x)
8. De dans van de harken – Recensie van A.F.Th. van der Heijden’s Advocaat van de hanen (3 x)
9. Wat doet uitgeverij Babel & Voss? (3 x)
10/11. Hans Goedkoop en de verdwenen Rubinstein biografie (2 x)
10/11. Recensie van Cynthia McLeod’s Hoe duur was de suiker (2x)

MEEST GELEZEN werden, afgezien van de recensies en de B&V pagina, in het afgelopen jaar de volgende twintig artikelen, met tussen haakjes hun stijgings- dan wel dalingspercentages ten opzichte van vorig jaar:
1. Connie Palmen over Ischa Meijer, rouwen en haar nieuwe roman De vriendschap (+30% meer lezers)
2. Ingvild Richardsen over ‘multitalent’ Reinjan Mulder: Schwefelwasser, Wie schafft er das? (nieuw)
3. Bij de dood van Jan Montyn (-13% minder lezers)
4. Een historische noodgreep – The making of Connie Palmen’s De Wetten (+1.245%)
5. Bij de dood van Hermine de Graaf (+379% meer lezers)
6. ‘Uitgeven is een zorgelijke zaak’ – Interview met Martin Ros (+445%)
7. Nazikunst in het Gemeentehuis – De zaak Jan van Anrooy (-20%)
8. ‘Dan trouw je maar een dokter’ – De teloorgang van het Gymnasium in Tiel (+13%)
9. Interview met Tessa de Loo over De tweeling (-10%)
10. Marli Huijer en Reinjan Mulder over ‘Opnieuw beginnen’ (+26%)
11. Jip en Otto Sterman: de eerste zwarte acteurs bij (meer…)

Altijd een Duits meisje gebleven – Bij de dood van historica Henriëtte van Voorst Vader (1936-2020)

Door Reinjan Mulder
Gisteren mailde mijn Duitse uitgever me dat Jet (Henriëtte) van Voorst Vader – Duyckinck Sander is overleden. Jet (1936) was verreweg de belangrijkste bron bij het schrijven van mijn boek Zwavelwater, over het Duitse badimperium van haar overgrootvader ir. Adriaan Stoop (1856-1935). Zelf schreef ze 25 jaar eerder het boek ‘Leven en laten leven’, de biografie van deze mijningenieur en mede-grondlegger van de Shell, waardoor ik op het spoor kwam van de man die in Duitsland Haus Jungbrunnen had laten bouwen, het fraaie chalet waarin ik na mijn eindexamen met mijn gymnasiumklas vakantie hield.
Ik was al enige tijd bezig met het wonderlijke verhaal over de man die in Duitsland naar olie ging boren en daar, in plaats van olie, geneeskrachtig, jodium- en zwavelhoudend bronwater naar boven haalde, maar lange tijd kwam ik daarmee nauwelijks veel verder. Adriaan Stoops nakomelingen hadden weliswaar een website gemaakt over hun illustere voorvader, maar toen ik daar om inlichtingen aanklopte, kwam er geen reactie, Jet van Voorst Vaders uitgever uit 1995, Schuyt & Co, bestond niet meer, en in het Duitse Bad Wiessee leek niemand nog geïnteresseerd in de Nederlandse geschiedenis van hun inmiddels verloederde kuurbad toen ik daar in 2012 voor het eerst weer heen ging.

Adriaan Stoops borstbeeld bij de ingang van het nieuwe kuuroord van Bad Wiessee. Oktober 2020.

Dat veranderde toen ik via een gemeenschappelijke kennis Jet ontmoette, en ik met haar hulp de archieven had gevonden waarin veel materiaal over het Nederlands-Duitse kuurbad in Bad Wiessee was weggestopt.
Ik begreep toen meteen waarom de familie van Adriaan Stoop liever niet al te veel te koop liep met het leven van hun interessante voorvader. Op het eind van zijn leven was Stoops Duitse kuurbad behoorlijk verknoopt geraakt met het nazi-regiem dat ook in Bad Wiessee vaste grond onder de voeten had gekregen, en zoiets ligt vaker gevoelig. Zo kuurde de SA-leider Ernst Röhm uitgerekend wekenlang in Stoops kuurbad, toen hij in 1934 door Hitler persoonlijk in alle vroegte van zijn hotelbed werd gelicht, aan wat het begin van de Nacht der Lange Messen zou gaan heten, en werd bijna alles in Stoops Duitse imperiumpje ontworpen door de architect die later voor Göring en Himmler werkte en die Hitlers  (meer…)

Mag ik u bedanken? Met uw stelling ‘Bad Wiessee ist eine schuldige Landschaft’ heeft u ons een spiegel voorgehouden

Lieber Herr Mulder, gerade lese ich einen Artikel in der Lokalzeitung über Ihren Vortrag im Museum Tegernseer Tal anlässlich Ihrer Neuerscheinung Schwefelwasser. Ich wollte Ihnen danken, dass Sie den Menschen den Spiegel vorgehalten haben und explizit darauf hingewiesen haben, dass auch hier die NS-Zeit richtig aufgearbeitet gehört.
Umso schockierender sind die Einwände von der Museumsleiterin oder einer Autorin, die in der Lokaltzeitung mit den üblich dumpfen Ausreden zitiert werden.
Ich bin hier selber aufgewachsen und habe mich lange gewundert, dass die NS-Geschichte hier nicht angesprochen wird.

Heinrich Himmler mit Baddirector André Driessen in Bad Wiessee

In der Schule haben wir zwar viel über den Nationalsozialismus gelernt, aber nie darüber, was vor der eigenen Haustür passierte und das war ja nicht nur die Nacht der langen Messer, das waren ja auch Schikanen, KZ-Außenlager, Todesmärsche und Deportationen.
Über das haben wir nicht gesprochen (und mein Abitur ist erst sieben Jahre her) und dann wächst man im Glauben auf, dass hier immer nur Idylle herrschte.
Wir haben einmal selbst vor einigen Jahren angeregt, sich mehr mit der NS-Geschichte zu beschäftigen, aber es hieß dann, man wolle keine schlafenden Hunde wecken und kein Wallfahrtsort für Neonazis werden.
Ich kann zwar nachvollziehen, dass man davor Angst hat, aber es sollte kein Argument sein und eine richtige Aufarbeitung würde vermutlich nicht dazu führen

(meer…)

Zu ‘Schwefelwasser’ – Reinjan Mulder über Armando, W.G. Sebald und Adriaan Stoop’s Jodschwefelbad in Bayern

Am 28. Oktober 2020 wird in Bad Wiessee Reinjan Mulders Buch ‘Schwefelwasser’ präsentiert. In diesem Interview spricht der Autor mit dr. Ingvild Richardsen, Herausgeberin der Reihe Vergessenes Bayern, über Erinnerungskultur, schuldige Landschaft und das deutsch-niederländische Verhältnis.

Von Ingvild Richardsen
Reinjan, dass du von dem niederländischen Künstler und Schriftsteller Armando beeinflusst bist, hängt damit zusammen, schreibst du, dass du als Redakteur in der Kunstredaktion der Tageszeitung NRC Handelsblad mit ihm zusammengearbeitet hast. Wie war das?
Ich war damals einer seiner Redakteure bei NRC. Von 1980 bis 1983 hatten wir oft Kontakt, bis ich zum Sozial und Culturel Planungs Buro (SCP) ging. Armando war im Sommer 1980 von der DAAD eingeladen ein Jahr nach Berlin zu kommen, wo er das Atelier von Arno Breker erhielt, der bekannte Nazi-Künstler, und als  wir dann mit ihm über eine Kolumne sprachen, sagten wir er könne frei über alles schreiben was er wollte, aber bitte NICHT über den Krieg. Da meinte er: Ach, ich schreibe NUR über den Krieg. Wir haben dann gelacht, und geantwortet: Naja, das ist natürlich auch gut. Also schrieb Armando auch für uns weiter über den Krieg. Als Kind hatte er während der deutschen Besatzung in der Nähe des Polizeilagers Amersfoort gewohnt und war schon früh Augenzeuge der Einlieferungen und des Abtransports von Gefangenen geworden. Ohne genau zu wissen, was sich hinter dem Stacheldraht abspielte, machte er sich so ein Bild von Krieg und Besatzung, von Täter- und Opferrolle. 1962 hat er dann zusammen mit Hans Sleutelaar, einem Kollegen vom Magazin Haagse Post, das Buch De SS-ers veröffentlicht, eine Reihe von Interviews mit ehemaligen Angehörigen der Waffen-SS in den Niederlanden. Nur ihre Monologe, ohne beigegebenen Kommentar. Das hat direkt zu großem Aufsehen und heißen Diskussionen geführt, weil (meer…)

Een ander Auschwitz – Arnon Grunberg in Carré

Door Reinjan Mulder
UPDATE 13-9-20 Ik had van iemand met corona-verschijnselen een kaartje gekregen voor de late voorstelling van Arnon Grunberg in theater Carré en meldde me zoals opgegeven tussen 20.45 en 21.00, het aangegeven ‘tijdslot’, bij ingang B, links van de hoofdingang. Niet dat ik zelf geen kaartje had willen kopen, maar toen ik me daarvoor aanmeldde, waren alle eenpersoonskaartjes al op en mijn enige huisgenote had toen al andere plannen.
Het was nog even wennen, zei de portier bij ingang B, in zijn mooie, rode uniform. Carré was maandenlang dicht geweest, en de looproutes waren nog niet uitgekristatliseerd, en hij verwees me zo aardig mogelijk naar ingang A, wat de hoofingang van het theater bleek te zijn. Daar mocht ik bij binnenkomst mijn kaartje scannen, ‘go’ zei het schrempje op het apparaat, en kon ik meteen nog even mijn gezichtstemperatuur laten opmeten, 36.8, maar toen ik eindelijk bij de ingang van de zaal was aangekomen, werd ik daar weer teruggestuurd, terug de hal in en rechts de trappen op, waar ik nogmaals mijn groot uitgeprinte kaartje moest laten inscannen, dat – inderdaad – al een keer eerder was gescand.
‘Go, Reinjan, Go!’
Ja, het was allemaal nog even wennen, ook voor mij, toen ik bijna een uur lang met niemand aan mijn zijde op het balkon had zitten wachten totdat de enorme, hoge circus-zaal was volgelopen, of wat daar onder het coronabeleid van Carré voor door moest gaan, en een vriendelijke stem uit een luidspreker ons allen hartelijk welkom heette en vroeg of we wel onze mobieltjes wilden wegdoen, omdat die met hun lichtjes de nu snel beginnende voorstelling zouden kunnen verstoren.

Maar het lange wachten in eenzaamheid loonde, uiteindelijk. Ik had aanvankelijk enige aarzeling gevoeld om te gaan luisteren naar 5 kwartier voorlezen voor veertig euro, daarom waren de kaartjes natuurlijk op, toen ik eindelijk over de brug wilde komen. Waarom zou ik iemand die ik door de week wel eens  (meer…)