De monogamie van schrijver Arnon Grunberg – Bij een tentoonstelling in de Bijzondere Collecties van de UvA

MonogaamfotoOp 30 oktober opent bij de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam een tentoonstelling over 25 jaar schrijverschap van Arnon Grunberg. Bij die gelegenheid verschijnt een bijzonder nummer van het tijdschrift De Boekenwereld (30.3) over de jubilerende auteur. Van het artikel dat Reinjan Mulder daaraan bijdraagt hier een voorpublicatie.
Door Reinjan Mulder
Elk boek heeft zijn geschiedenis. Maar aan de vooravond van de Boekenweek van 2002 verscheen er een boekje met een wel heel bijzondere geschiedenis. Het was geschreven in opdracht van de CPNB, als boekenweek-essay, maar niet alleen was het ongeveer alles behalve een essay, als auteur werd ook niet de – toen al behoorlijk bekende – Arnon Grunberg opgevoerd, de auteur van het Boekenweekgeschenk van 1998, maar zijn minder bekende alter ego Marek van der Jagt.
Dat betekende voor de CPNB: geen extra eregast op het Boekenbal, geen succesvolle tournees langs de boekhandels, geen signeersessies, en ook geen interviews met bijna alle kranten van Nederland.
Toch verscheen het dunne boekje, met op de opslag een naakte dame met rijglaarsjes op een modern houten bankje, al meteen in twee edities: een gebonden editie met leeslint en stofomslag in een gelimiteerde oplaag van 200 en een veel volksere paperback-editie van 67.500 exemplaren. Daaruit mocht je op zijn minst afleiden dat de CPNB en de boekhandel vertrouwen hadden in deze naam.

Reinjan Mulder overhandigt Arnon Grunberg in Wenen het eerste exmplaar van Marek van der Jagts 'Gstaad 95-98' (foto Martin Voigt)

Reinjan Mulder overhandigt Arnon Grunberg het eerste exmplaar van Marke van der Jagts ‘Gstaad 95-98’ (foto Martin Voigt)

En terecht, bleek achteraf. Want niet alleen werden er tienduizenden exemplaren van Monogaam verkocht, in 2004 verscheen er ook nog een gebonden herdruk van in de reeks ‘Juweeltjes’ van De Geus en in het buitenland kwamen er – heel zeldzaam voor Nederlandse essays – verschillende vertalingen van uit. Marek van der Jagts bibliografie achterin in zijn Verzameld Werk Ik ging van hand tot hand (2008) noemt er drie: in het Duits, Frans en Spaans.
Er zijn genoeg Nederlandse boeken uit dat jaar die minder succes hebben gehad.
Van de eerste gebonden editie bezit ik zelf nummer 053 en van de ongenummerde editie bezit ik zelfs nog 3 exemplaren, waarvan één met een opdracht van de auteur:

Belgirate 8 februari 2002 – Voor Reinjan,
Belgirate slaat
Alles.
Op naar Wenen
en Gstaad in
2003.
Bedankt!
Marek
van der Jagt’.

Over monogamie gesproken… Die paar hartelijke woorden verraden voor wie de wonderlijke geschiedenis van het fenomeen Marek van der Jagt kent veel.
In de jaren 1999 en 2000 was bij uitgeverij De Geus, waar ik toen uitgever was, zonder dat Grunbergs uitgever Vic van de Reijt het wist, in het diepste geheim Marek van der Jagts mysterieuze debuut De Geschiedenis van mijn kaalheid voorbereid. Ik heb daarover elders al het nodige geschreven. Maar toen dat boek eenmaal uit was, had Grunberg mij tot mijn genoegen al snel laten weten dat hij onder dit pseudoniem meer bij mij wilde uitgeven. Zijn uitgever bij Nijgh & Van Ditmar, de onvolprezen Vic van de Reijt, vertelde weliswaar in interviews dat het onvoorziene – en door hem ongewenste – uitstapje van zijn sterauteur naar De Geus slechts ‘eenmalig’ was, maar de auteur zelf dacht daar duidelijk anders over. En zo waren we in 2001 welgemoed aan Van der Jagts tweede roman bij De Geus begonnen, Gstaad 95-98.

Arnon Grunberg of Marek van der Jagt?

Arnon Grunberg of Marek van der Jagt?

Maar voor ook deze goed en wel in de winkel lag, kwam de CPNB nog eens op het idee om Marek van der Jagt dan ook maar het jaarlijkse essay te laten schrijven ter gelegenheid van de Boekenweek van 2002, die geheel het teken van de liefde zou staan.
Liefde was inderdaad een van de vele specialismen van Van der Jagt, maar zou dat niet heel erg krap worden? Het omvangrijke, 320 bladzijde dikke Gstaad 95-98 moest in mei 2002 tijdens een speciale, kostbare Van der Jagt-reis in Wenen worden gepresenteerd en dat mocht, koste wat het kost, niet mislukken.
Maar Arnon Grunberg wilde, ijverig als hij was, tegen het verleidelijke aanbod van de CPNB geen nee zeggen, zodat we zijn boekenweek-essay toch maar in sneltreinvaart tussen De geschiedenis van mijn kaalheid en Gstaad 95-98 besloten te persen. Al viel dat ons, kan ik verklappen, niet mee.
Gelukkig is Arnon Grunberg een snelle werker, en ook iemand die in korte tijd manuscripten nog eens helemaal kan omgooien en opnieuw afhechten. Wat er toe leidde dat ik, toen ik die mistige maandag in februari 2002 ’s avonds laat in Hotel Carlotta arriveerde, in het stille Italiaanse dorpje Belgirate aan het Lago Maggiore, niet alleen een dik pak aantekeningen bij de eerste versie van Gstaad 95-98 in mijn koffer had, maar ook een stapeltje Monogaams, dat ik op de CPNB persconferentie van die middag had meegekregen. Dank zij enkele inderhaast ingelaste redigeersessies, in hotel Les Maronniers in Parijs en aan de rand van het zwembad van het Biltmore Hotel in Miami, was dat boekje op het allerlaatste nippertje toch nog op zijn pootjes terechtgekomen.
Maar veel had het niet gescheeld…

Monogaam hoefde weliswaar maar 12.000 woorden te bevatten, 60 bladzijden van 200 woorden, maar toen ik het manuscript voor het eerst onder ogen kreeg, was dat nog lang niet af. Het leek vooral een direct vervolg te zijn op Marek van der Jagts debuut bij ons, De geschiedenis van mijn Kaalheid. Kon dat wel bij deze opdracht? Het boek was niet alleen volledig fictie geworden, ook zijn nog altijd mysterieuze auteur zou wel eens voor raadsels bij de lezer kunnen zorgen. Het verhaal over de verschillende vormen van overspel dat erin werd verteld was volledig gefingeerd, dat zag je meteen, maar de auteur die met zijn levensbeschrijving op de omslag stond, was dat al evenzeer. Konden we het massale boekenweekpubliek dat naast het geschenk van Anna Enquist misschien ook nog een gedegen betoog (‘essay’) over de liefde wilde lezen, dat aandoen?

Schliersee 1999. Reinjan Mulder ontmoet Marek van der Jagt. Coll. Bijzondere Collecties

Schliersee 1999. Reinjan Mulder ontmoet Marek van der Jagt. Coll. Bijzondere Collecties

Daar kwam nog iets bij. Wie De geschiedenis van mijn kaalheid had gelezen, met zijn larmoyante, Weense ik-figuur, zou wel ongeveer weten hoe hij de man moest zien die later in Monogaam weer aan het woord was, maar wie van de 67.500 potentiële kopers van de CPNB kende die roman? Verloren we ons niet teveel in onze eigen mystificaties?
Wie zou zich door de rare fratsen die de auteur van het essay zich meteen op de eerste bladzijde permitteerde niet even achter de oren moeten krabben: ‘Romantischer dan deze waarheid is die andere: de halve. En niet alleen romantischer. Ze klinkt geloofwaardiger, ze lijkt gevoeliger, ze biedt meer troost dan haar lelijke stiefmoeder die we goed verborgen houden, vooral als er bezoek is. De dood is een ongenode gast, maar met de waarheid zitten we ook niet graag aan tafel.
Wat ik me er vooral van herinner is dat we een aantal dagen in Miami en Parijs behoorlijk hard hebben gewerkt en gediscussieerd om het boek zover om te gooien dat het ook interessant werd voor wie zich nog niet zo grondig in het mysterie Van der Jagt had verdiept.
Of dat helemaal gelukt is, weet ik niet. Maar zoveel jaar na dato hoeft dat geen bezwaar meer te zijn. Want Grunbergs novellen zijn uiteindelijk altijd populairder geweest dan zijn essays, en nu is er – met dank aan Henk Kraima van de CPNB – in ieder geval nog een fraaie novelle aan het oeuvre Van Arnon Grunberg toegevoegd. En er staan toch nog heel wat zinnen in die, zoals gebruikelijk in Arnon Grunbergs fictie, in een essay van hem niet hadden misstaan.

Drie maanden later, in mei 2002, verscheen, tijdens een mooi pinksterweekend Gstaad 95-98. Alweer: precies op tijd. Het boek werd na afloop van een druk bezochte lezing door Arnon Grunberg aangeboden aan de Nederlandse ambassadeur in Wenen, als eerste vertegenwoordiger van het Nederlandse koninkrijk in Van der Jagts fictieve woonplaats.
In mijn exemplaar daarvan staat de opdracht:

Wenen, 17 mei 2002
Marek van der Jagt
Voor Reinjan.
Na Parijs en
Belgirate nu
eindelijk Wenen,
Veel dank, dit was
een prachtig en surrealistisch weekend,
Op naar de volgende
Van der Jagt-fasen
van
Marek van der Jagt.

De volgende dag werd in de Rode Zaal van het Weense Stadhuis nog onder veel belangstelling het eerste exemplaar van de Duitse vertaling van De geschiedenis van mijn kaalheid door Rainer Kesten, Amour Fou, aangeboden, en wel aan de lichtelijk verbaasde Burgemeester van Wenen. Maar de socialistische magistraat  speelde zijn rol voortreffelijk, en hield een niet van ironie gespeende mooie toespraak voor ons gezelschap. In Het Parool is daarvan later nog een grote foto verschenen, die later op de omslag van Sterker dan de waarheid – De Geschiedenis van Marek van der Jagt terechtkwam.
Over die eerste Duitse editie van Amour fou staat in mijn exemplaar geschreven:

Wenen, 19-5-02

Voor Reinjan,
Misschien wordt
Marek mijn
doorbraak in
Duitsland.
Toppunt van ironie,
Dank!
uw

Marek.

Literatuur

Arnon Grunberg: Sterker dan de waarheid. De geschiedenis van Marek van der Jagt. Breda, 2002.

Reinjan Mulder, ‘Hij was het’. In: Marek van der Jagt, Ik ging van hand tot hand. Het verzameld werk van Marek van der Jagt. Breda, 2008

Reinjan Mulder: De Luxemburgse meisjes. Een wandeling door het Wenen van Marek van der Jagt. In: Blauwe Maandagen Vol. 1, 2010.

Reinjan Mulder: De geboorte van Marek van der Jagt. In Blauwe Maandagen. Vol. 3. 2011.

Anneloes Timmerije: De wereld begint in Breda. Uitgeverij De Geus 1983-2008. Breda, 2008.

Lees hier meer over de vele activiteiten rond het jubileum van Arnon Grunberg.

Geef een reactie