‘Schuldig’ – Jannah Loontjes over schuld en schaamte

Biennale Venetië: The guiltiest…

Recensie van: Jannah Loontjens, Schuldig – Een verkenning van mijn geweten. Uitg. Podium. 240 blz.
Door Reinjan Mulder
‘Als je kijkt naar de rol van schuld in literatuur en filosofie,’ schrijft Jannah Loontjens (1974) in haar boek Schuldig, ‘is het gewicht langzamerhand van de hemel naar de aarde afgedaald.’ Lag de schuld voor alles wat er mis ging in de oudheid nog bij de goden en konden mensen door hen ook nog gestraft worden voor dingen die ze niet hadden gedaan, tegenwoordig berust de verantwoordelijkheid voor alles wat er op de wereld gebeurt op de mens.
De schrijfster illustreert dat aan het begin van haar boek aan de hand van het kerstfeest in huize Loontjens. Dit jaar, schrijft ze, gaat ze met haar kinderen niet naar haar gescheiden vader in Zweden, en ook niet naar haar moeder in Frankrijk. Ze heeft geen geld voor dure tickets, maar vervelender is nog dat ze erover denkt om de kerstdagen dan maar bij haar tante door te brengen die in een dorp in de Betuwe woont.
Hoe moet ze zoiets aan haar alleenwonende moeder vertellen zonder haar jaloers te maken? Schuldig is duidelijk geschreven voordat de tweede lockdown bekend werd gemaakt, want nu zou  juist dit een verantwoorde oplossing zijn geweest. Kerst bij je tante in de Betuwe, wat kun je beter doen? Maar tijdens het schrijven van haar boek, voelde Loontjens zich nog behoorlijk schuldig over haar snode plannen, vooral tegenover haar moeder in haar ‘eigenhandig opgeknapte’ buitenhuis. ‘Kerst is het feest dat speelt met het idee van welkom heten,’ leest ze in de krant, en voor ze het weet nestelt zich in haar herinneringen aan vroeger ‘een zaadje schuldgevoel dat algauw uitgroeit tot een plant, nee, tot een volwaardige jungle met dreigende bladeren.’

Was onze tweede lockdown al wel zichtbaar geweest tijdens het schrijven van Schuldig, dan hadden we wellicht dit lezenswaardige boek niet gehad, waarin Loontjens zich nu op allerlei manieren in dat vaak lastige schuldgevoel van haar verdiept. Ze had dan, net als premier Rutte nu, de schuld voor haar laffe desertie misschien wel aan ‘het virus’ kunnen geven, dat naar alle waarschijnlijkheid door een onbekende en onwetende Chinees is veroorzaakt, en anders wel door de steeds onbeheersbaarder wordende natuur – waarmee we al bijna weer terug zijn bij de schuldige goden uit de Griekse oudheid.
Maar voor dat corona-virus bij ons in Nederland aankwam, hebben waarschijnlijk heel wat mensen onderweg nog een paar steken laten vallen, waarmee we ons toch wel in de schuldvraag van de pandemie moeten verdiepen. En daarbij kan Jannah Loontjes boek ons verder helpen. In twintig korte en persoonlijk geschreven hoofdstukken benadert zij aan de hand van veel literatuur en haar eigen ervaringen niet alleen het idee ‘schuldig’ vanuit verschillende gezichtspunten, ze gaat ook in op het gevoel van schuld, dat volgens haar zeker zo lastig kan zijn als de schuld zelf.
Dat eeuwige gevoel van schuld waar velen last van hebben, zou een vast onderdeel zijn van onze westerse cultuur en het zou zijn terug te voeren op het vroege Christendom en de Bijbel. De mens wordt schuldig geboren, zeggen de gelovigen, maar gelukkig heeft Jezus deze schuld weer gedeeltelijk van ons overgenomen. Verder laat Loontjens met veel voorbeelden zien dat ook de psychologie het nodige te zeggen heeft over ons steeds weer terugkerende schuldgevoel. Vaak voelen wij ons al schuldig, zonder dat ons enig verwijt treft. Dat kan te maken hebben met ingewikkelde familieverhoudingen, met de inzet of juist het gebrek aan inzet van onze ouders, en ook met het doen en laten van de ouders van onze ouders, en hun ouders natuurlijk weer. Schuld vererft als de beste.

Schuldig is door dit soort voorbeelden en verwijzingen een rijk boek geworden, waarin heel wat literatuur en filosofie de revue passeert, al miste ik – als jurist – wel enigszins de juridische invalshoek. Want als er ergens diepgaand is nagedacht over schuld en verantwoordelijkheid, dan is het in de rechtswetenschap, al eeuwenlang, en in het verlengde daarvan in de politiek. Veel onderwerpen die in het boek aan de orde komen, zoals collectieve een individuele schuld, opzet, of de overeenkomst tussen doen en nalaten, zijn in bijna identieke bewoordingen terug te vinden in de handboeken voor aankomende juristen. Daarbij valt op dat Loontjens juist een aantal actuele vragen op het gebied van de collectieve en afgeleide schuld min of meer links laat liggen: schuld van nakomelingen, voor het kolonialisme en de slavernij bijvoorbeeld, of de Duitse Wiedergutmachungspolitiek na de oorlog.

De verdienste van Jannah Joontjens’ boek is echter dat zij, in plaats van deze soms overbekende thema’s, veel niet typisch juridische onderwerpen erbij haalt, zoals het verschil tussen schuld, schaamte en spijt, en de verschillende betekenissen van ‘sorry’ zeggen en ‘excuses’ maken.
Die passages zouden nog wel eens van pas komen de komende weken.
Ook wat Loontjens over schuld bekennen en bekentenissen in het algemeen schrijft, zul je niet gauw in een handboek voor strafrecht tegenkomen. Evenmin als de charmes en risico’s zijn van aanhoudend liegen en het discutabele belang van een leugentje ‘om bestwil’.

Verder lijkt Schuldig ook een…, jawel, een excuus te zijn om nu eens een boek te kunnen schrijven over Loontjens eigen schuldgevoel. Niet voor niets heeft het als ondertitel: ‘Een verkenning van mijn geweten’. Schuldig is heel uitdrukkelijk autobiografisch opgezet, het is een bekentenis, een confessie in optima forma, vanaf het schuldige gevoel over de gescheiden moeder van de schrijfster, die haar kerstdagen nu ver weg in eenzaamheid moet doorbrengen, tot aan Loontjens’ weigering om haar vriend aan te geven als die haar ernstig mishandelt, de beroving van zijn bejaarde oma, haar eigen ontdekte en onontdekte winkeldiefstallen, tot en met de illegale verkoop van hun Nederlandse paspoorten, wanneer ze ze in een ver buitenland in geldnood komen.
Uit de autobiografische passages wordt duidelijk dat mensen zich niet alleen, zoals de schrijfster, schuldig kunnen voelen over iets wat ze niet gedaan hebben, of over iets wat niet anders kon, maar dat ze aan de andere kant ook weinig scrupules kunnen voelen over vrij ernstige misdrijven, niet nagekomen beloftes, terugkerende leugens en ander, laaghangend kleinvuil.
Schuldig is naast alle filosofische en psychologische theorie vooral ook een biecht, een biecht voor wat er in het verleden van de schrijfster soms fout is gegaan: ‘In plaats van schuld voelde ik […] schaamte, een diepe gene, die ook nu mijn wangen in brand zet, nu ik hier deze armzalige geschiedenis opschrijf en alles wat ik zo lang had weten te verstoppen ineens weer levendig bovenkomt.’

Verscheen eerder op Tzum – literair Weblog.             

 

 

 

Geef een reactie