Zeven jonge gymnasiasten – een verjaardagsfoto uit 1961

Door Reinjan Mulder
Al kort na de oorlog moet er in Geldermalsen zijn doorgedrongen dat Amerikaanse fotografen hun modellen vaak ‘cheese’ lieten zeggen als ze op de foto gingen, zodat er een ongewoon blije atmosfeer werd gesuggereerd. Toen er op mijn twaalfde verjaardag aan het eind van de feestelijkheden dan ook een groepsfoto van ons allen moest worden gemaakt, deed – op mijn klasgenoot Henk Meulink na – iedereen op een teken van mijn vader keurig tegelijk: ‘cheese!’
Nooit moet ik zo’n leuke verjaardag hebben gehad als mijn twaalfde. Maar wat mij, tweede rij uiterst links, nu als eerste aan de foto opvalt die bij de ontruiming van mijn ouderlijk huis tevoorschijn kwam,  is hoeveel jongens uit ons bescheiden dorp in 1960 naar het 12 kilometer verder gelegen Stedelijk Gymnasium in Tiel gingen. Alle zes jongens op mijn verjaardagsfeestje, plus ikzelf, zaten in dezelfde klas van dit gymnasium, maar drie van hen kende ik toen al de helft van mijn nog zo korte leven. Van mijn manlijke klasgenoten op gymnasium kwamen er ten minste drie van mijn Lagere School B in Geldermalsen: de grijnzende Klaas Versteegh, Richard Buyserd achter hem en met bril Wimpje Muijs van der Moer, die wij in dat gelukkige schooljaar 1960/1961 nog altijd Wimpje noemden, omdat zijn vader toen nog leefde, die mijn ouders altijd  kortweg Wim Muijs noemden, en ik: ‘oom Wim’.

Van de andere drie jongens op de foto kwam Anton van der Giessen, helemaal in het midden, die de jongste van ons klasje was, van de andere Openbare Lagere School in Geldermalsen, ‘School A.’, en woonden alleen Henk Meulink en Jaap van Silfhout in Tiel, waar ze op hun eigen lagere school waren geweest. Het onderwijs aan een gymnasium was ongemeen ‘hot’ bij ons dat eerste schooljaar, nog nooit hadden we zoveel eersteklassers gehad.
Bij nader inzien valt aan mijn verjaardagsfoto uit 1961 ook nog op dat van de zeven meisjes aan de rechterkant er helemaal niemand op het Stedelijk Gymnasium zat. Er zaten al wel wat meisjes in onze eerste klas, en ook wel meisjes uit Geldermalsen, ik hearinner me Els Boudewijn en Louise Hazeu, maar kennelijk ging het mij te ver om die nu al voor mijn verjaardag uit te nodigen.
Alleen Brim Tolhuysen, midden voor op de foto, zou ons, jongens uit Geldermalsen, later nog naar het Tielse gymnasium volgen, waarop ook haar vader in zijn jonge jaren gezeten had, maar zij is hier minstens twee of drie jaar jonger dan de rest en zit voorlopig nog op onze Openbare Lagere School B. Net als de andere meisjes moet Brim hier toch vooral als vriendinnetje van mijn oudere zusje Els aanwezig zijn geweest, die op de Rijks HBS zit, in Tiel, waar ze niet zo veel contacten meer heeft met haar plaatsgenootjes van het Stedelijk Gymnasium. Haar vriendinnen van de Lagere School, Paulien Hazeu en Reinet van Haeften bijvoorbeeld, die in het jaar vóór mij naar het gymnasium waren gegaan, ontbreken al op deze foto.

Van mijn zes gymnasium-vriendjes uit het schooljaar 1960/1961 die ik voor mijn verjaardag uit mocht nodigen, zijn er twee met wie ik tot mijn genoegen nog altijd contact heb. Ik heb ze alle twee nog niet zo lang geleden teruggezien: Klaas Versteegh, in hetzelfde grote huis in Geldermalsen waar hij zestig jaar geleden al woonde, en waar we soms tot diep in de nacht leuke feestjes hadden, en Henk Meulink in Amsterdam, waar ik hem lang uit het oog was verloren maar waar hij de laatste jaren op nauwelijks een kilometer bij mij vandaan woont.
Ook Richard Buyserd, achter uiterst links, blijkt al heel lang op nog geen 10 minuten lopen bij mij vandaan te hebben gewoond, maar gek genoeg heb ik hem sinds zijn bruiloft in Tiel, rond zijn 20ste, nooit meer teruggezien. Van zijn broer Eugene hoorde ik dat hij vorig jaar zelfs al overleden is, na een lang ziekbed, als eerste van ons vrolijke jongensclubje uit de eerste klas van het schooljaar 1960/1961.
Van Wimpje Muijs, middenrij links, hoor ik af en toe nog wel wat, via zijn zusjes Colette en Angeline, met wie ik contact heb gehouden, maar van Anton van der Giessen en Jaap van Silfhout weet ik niets meer te vertellen dan dat ik ze na mijn eindexamen uit het oog ben verloren.

Van alle zeven meisjes op de foto zie ik nu alleen mijn zusje Els nog vrij geregeld, achter links, en is Roly Franke, het meisje rechtsvoor, al lang geleden als de allereerste van ons lachende gezelschap overleden, lang ook voordat mijn oude vader in de herfst van 2001 om vier uur ’s nachts zijn laatste adem uitblies, in dezelfde kamer in Geldermalsen waar deze o zo vrolijke opname werd gemaakt, recht onder waar toen nog de kleine lampion hing die je op de foto ziet, als de onzichtbare 15deaanwezige op mijn verjaardag, waar hij ons allemaal had gevraagd om nog één keer in koor lachend ‘cheese!’ te zeggen.

Verscheen ook in: TOV-Bulletin. Jaargang 26, nr. 4 – juni 2020. 

3 Reacties

  1. Beste Reinjan Mulder,
    Fantastisch om te lezen!
    Mijn vader en Oom zaten bij u op school. Vader – Eugene en Oom – Richard. Leuk hem zo met z’n vrienden van vroeger op de foto te zien!
    Later zat ikzelf ook op ’t Vossius.
    En sinds september jl. mijn zoon op ’t gymnasium in Hilversum.
    Mooie herinneringen.
    Met vriendelijke groet,
    Phyllis

  2. Jos Kusters

    Op 27-02-2020 stond er in het regionale weekblad Het Kontakt regio Leerdam een artikel over Anton vanwege het feit dat hij 60 jaar verslag doet van voetbalwedstrijden. Toen de foto op je verjaardag werd genomen, deed hij dat ook al. In het artikel staat ook wat hij na zijn studie wiskunde aan werk heeft gedaan.
    Over Jaap stond op 25 mei 2020 een artikel in het Eindhovens dagblad. Na een technische studie heeft hij steeds bij Philips gewerkt. Hij is zeer actief bij Humanitas.
    Bij beide artikelen staat een foto, zodat je kunt zien hoe ze er nu uit zien.

  3. Dank je zeer, Jos.
    Van Anton van der Giessen herinner ik me nog goed hoe hij toen al voetbalverslagen schreef voor de lokale krant, waarin ook zijn vader schreef, al toen hij een jaar of elf, twaalf was, denk ik.
    Toen we een keer een opstel moesten schrijven voor juffrouw Wentink, leverde hij een (gefantaseerd?) voetbalverslag in, geheel in de stijl die hij gewend was, en kreeg hij daarvoor tot onze grote hilariteit een lager cijfer dan de anderen, die nog nooit van hun leven een stuk voor een krant hadden geschreven.
    Dat deed al heel vroeg mijn beeld van de journalistiek wat kantelen, en ook dat van de lokale pers, al ben ik later zelf nog 25 jaar bij een (grotere) krant werkzaam geweest.
    Beroepsschrijvers waren nog niet altijd betere schrijvers, dat was onze les toen, in ieder geval niet in de ogen van onze Gymnasiumleraren.

Geef een reactie