Bij de dood van de dichter Derek Walcott (1930-2017) – Altijd zijn geboorte-eiland St. Lucia trouw gebleven

Door Reinjan Mulder
‘Geschokt’ en ‘verbijsterd’ zou de deze week overleden Caribische dichter Derek Walcott (1930-1917) zijn geweest, toen hij in 1992 om zes uur ‘s morgens in zijn woonplaats Boston werd opgebeld door de Zweedse Academie met het bericht dat hij de Nobelprijs voor literatuur had gewonnen. Hij was toevallig vroeg opgestaan om te gaan schrijven, zei hij, en was door het bericht volledig overvallen.
Dat kon twee dingen betekenen. Of hier was iemand aan het woord met vele theaterervaring. Toen Walcott werd opgebeld, wist hij heus wel meteen dat hij de prijs had gewonnen. De woensdagmiddag daarvoor was ik nog in Amsterdam door een goede vriend van hem opgebeld die er absoluut zeker van was dat hij als winnaar uit de bus zou komen. Walcott was de laatste maanden een paar keer in Zweden geweest, zo vertelde de man, en de laatste keer was hem toen al door mensen van de Academie te verstaan gegeven dat hij op de bewuste dag maar bij de telefoon moest gaan klaarzitten.
Een andere mogelijkheid was dat Walcott met zijn verbaasde reactie zijn nederigheid tegenover de grote prijs had willen tonen. Derek Walcott was een schrijver die op zijn 62ste het kunstenaarschap nog altijd een uiterst ernstige aangelegenheid vond. Hij stelde immens hoge eisen aan zichzelf en vond wat hij maakte nooit goed genoeg.

Misschien was Walcott ook wel doodsbenauwd geweest om door de Nobelprijs van zijn oorsprong te vervreemden. Niet voor niets zei hij na de bekendmaking meteen met het geld een huis te willen bouwen op zijn geboorte-eiland St Lucia.
In de vijfenveertig jaar dat hij schreef, had Walcott steeds geprobeerd de grote wereldliteratuur waarmee hij in Boston in aanraking kwam met de orale traditie van zijn jeugd op St. Lucia in verbinding te brengen. Dit verzoenen van tegenstelling was daarmee een van zijn belangrijkste thema’s geworden. In zijn eerste grote cyclus Another Life gebruikte hij daarvoor het beeld van de Januskop:

my sign was Janus
I saw with twin heads,
and everything I say is contradicted.

In de bundel The Art of Derek Walcott die ik in 1992 al een tijdje had klaarliggen voor het geval Walcott de Nobelprijs zou willen, wijst de Westindische galeriehoudster Clara Rosa de Lima uit Trinidad er terecht op dat de oorsprong van Walcotts kunstenaarschap in de schilderkunst ligt. Zijn belangrijkste voorbeelden waren Vincent van Gogh en Gauguin. In 1980 publiceerde hij bijvoorbeeld het gedicht ‘Self Portrait’ dat op het eerste gezicht over Van Gogh gaat, maar er kan tegelijk een zelfportret in worden gezien. Voor Derek Walcott was het gedreven zienerschap van Van Gogh, op de rand van de waanzin, altijd al zijn ideaal geweest. Net als zijn Nederlandse voorbeeld wilde Walcott het statische, eenvoudige leven van de ongeschoolde boer of visser confronteren met een revolutionaire, dynamische wereld zonder grenzen. ‘Had ik hun armoede niet tot mijn paradijs gemaakt’ zou hij later over zijn dorpsgenoten op St. Lucia dichten.

Derek Walcott werd in 1930 geboren als zoon van de schilder Warwick Walcott. Op een klein eiland in een uithoek van het Britse rijk was het niet zo eenvoudig om met grote kunst in aanraking te komen. Aan het begin van de jaren vijftig kreeg hij echter de gelegenheid te gaan studeren aan de Universiteit van Trinidad. In 1957 en 1958 kreeg hij een beurs voor een verblijf in New York, waar hij in aanraking kwam met alle soorten theater. Het inspireerde hem tot het uitwerken van een plan voor een theater van de armen dat hij later in Trinidad opzette.

In Trinidad, kort voor en kort na de onafhankelijkheid van West-Indie, was het onder jonge Antillianen niet ongebruikelijk hun archipel te vergelijken met het oude Griekse eilandenrijk. Deze vergelijking heeft Walcott later magistraal uitgewerkt in Omeros (1990). In dit lange gedicht, dat in 1991 voor toneel werd bewerkt, speelde Walcott in op de gewoonte uit de slaventijd eilandbewoners namen te geven uit de oudheid. Op St. Lucia lopen zo de schaduwen van de oude Grieken rond. Helena is de serveerster die wat al te vertrouwelijk met de toeristen omgaat, ‘selling herself like the island’. En onder de vissers komen een Achilles en een Hector voor. Ook Homerus loopt tussen hen door over het eiland, zoals Vergilius door het paradijs en de hel van Dante loopt.

Net als in eerder werk is het belangrijkste thema van Omeros de verplaatsing van mensen over de aardbol. Er komt een Ilias-motief in voor, de verovering door vreemde landen en culturen in het verleden. En het Odyssee-motief is te vinden in de zoektocht die Walcott beschrijft naar een thuis. Draagt ieder mens zijn huis in zich, zoals ergens staat, of is er een oorsprong waarnaar we allen altijd terugverlangen?
Walcott staat op het standpunt dat buitenlandse invloeden niet schadelijk hoeven te zijn. Het gaat erom wat je ermee doet, heeft hij in een van zijn essays geschreven. Een kunstenaar maakt van alles wat hij ziet, dat wat hij zelf wil.

Ook in zijn persoonlijk leven heeft Walcott de keuze tussen de cultuur van zijn geboorte-eiland en andere culturen nooit willen maken. Lang bleef hij heen en weer pendelen tussen St Lucia en Boston, waar hij in naast o.a. Joseph Brodsky en Seamus Heaney literatuur doceerde.
In Another Life deed hij de gelofte zijn eiland nooit te verlaten alvorens hij het in woorden had neergezet. Daarom had hij na Omeros wel voorgoed in Boston kunnen blijven. Maar dat deed hij niet. In de laatste jaren van zijn leven keerde hij weer naar zijn geboorte-eiland terug. waar hij ook in alle rust is gestorven.

Een profiel van Derek Walcott verscheen onder de kop ‘De onverwachte bekroning van Derek Walcott’ in NRC Handelsblad van 10 oktober 1992.

Geef een reactie