De Waal op – Objectief Neerijnen (slot)

In het kader van het kunstproject ‘Vereeuwigd Landschap’ van het Geldersch Landschap (GLK) maakte Reinjan Mulder dit jaar een nieuwe aflevering van zijn project ‘Objectief Beeld van Nederland’ (1974). Het resultaat is tot 16 oktober in Kunstcentrum Het Stroomhuis in Neerijnen te zien (di-zo. 11.00-17.00 uur). Klik hier voor een film over het project. Voor Das Zahngold doet Reinjan Mulder elke maand verslag van zijn vorderingen. Vandaag het slot: de Waal op.

Reinjan Mulder, Objectief Neerijnen - Op de Waal, Westwaarts

Reinjan Mulder, Objectief Neerijnen – Op de Waal, Westwaarts. Collectie GLK

Door Reinjan Mulder
‘Fietsen mag,’ had de fysiotherapeut gezegd toen het gips van mijn been was weggezaagd. Daarom had ik voor de laatste etappe van het project Objectief Neerijnen mijn fiets meegenomen en reed ik na een fraaie route door het Betuwse dorp Meteren al snel bij de Begraafplaats van Waardenburg, waar de eerste vier opnames van september zouden plaatsvinden.
Maar waar precies? Net als toen ik 40 jaar geleden het ‘Objectief Beeld van Nederland’ construeerde, peil ik doorgaans aan de hand van gebouwen, sloten en boompartijen waar ik mijn statief moet neerzetten. Maar soms levert één meter meer naar links of naar rechts al zoveel verschil op, dat ik me beter vantevoren kan vastleggen op een punt. Op de begraafplaats, zo had ik uitgerekend, zou ik halverwege het pad rechts halt houden en daar 3 meter vanaf de sloot mijn opnamepunt kiezen.
Ik telde 42 stappen op het pad en mat toen op stap 21 de 3 meter van de slootkant af, en zo kwam ik precies op de rand van het grindpad en een perkje uit.
Ik pakte mijn kompas erbij om de 4 windrichtingen te bepalen waarin ik zou fotograferen en merkte dat ik wat grafstenen in beeld kreeg, met in de streek bekende namen als Nijhoff, Van Wijk en Van Maurik erop en daarna zag ik op mijn schermpje een paar overgecultiveerde planten en een braaf stukje halfhoog grasland tussen rijtjes jonge bomen verschijnen, in een onduidelijk landje dat direct naast de begraafplaats lag.
Dat zou het worden, hier.

Ook mijn volgende locatie was weer op 3 meter van een sloot berekend. Maar dat was een andere sloot, met veel riet en kroos en wild geboomte langs de kant, een verradelijke sloot zoals ik die kende uit mijn Betuwse jeugd, als kort geknipt gras.
Ik vond hem uiteindelijk door eerst over een stevig stalen hek te klimmen, dan door een flink brandnetelbos te lopen en daarna nog ruim honderd meter een modderig karrenspoor te volgen.
Op het punt waar het bos rechts van me ophield leidde dat naar een open plek in een allerlieflijkste laagstam appelboomgaard.

Fietsen mocht

Fietsen mocht

Gelukkig hingen in deze boomgaard nog vrij veel rode appels aan de bomen, want een fotoproject in Neerijnen waar nooit één appel te zien was, dat zou maar argwaan wekken. Ik bevond me inmiddels achter Kasteel Neerijnen, niet ver van het bijbehorende park en de appels hingen hier niet zo dicht in trossen als in de sterk geautomatiseerde boomgaarden van vorige maand, wat ik persoonlijk zeker zo mooi vond.
Ik voelde me steeds meer in mijn element. In de hagen klonken luidkeels zangvogels. Het rook heerlijk fris. Uit de sloot met kroos vlogen luid snaterend vier wilde eenden op.
Had ik die ook nog in beeld gekregen, dan zou het romantische beeld misschien wel volmaakt zijn geweest. Dit was – zonder dat ik er op uit was geweest – Gelders Landschap op zijn best.

Aan het bos

Reinjan Mulder, Aan het bos (C3) West. Objectief Neerijnen nr. 100. Collectie GLK.

Ook het fotograferen ging – mede dank zij de meegenomen fiets – voorspoediger dan ooit. Voor kasteel Neerijnen ontdekte ik op de akker die eerder dit jaar had gefotografeerd een veld met prachtige zonnebloemen, bij Het Stroomhuis dronk ik zoals gewoonlijk een cappuccino met een muffin, en om drie uur zat alles er al op. Zes locaties in vijf uur. Een record. Via de kern van Waardenburg was ik naar de volkstuintjes onder de molen gefietst, waar alweer zonnebloemen stonden en waar ik nog vóór elf uur mijn volgende opnames had gemaakt, en vandaar was ik over de hoge Waaldijk doorgereden, de Rijswaard in, het brede stuk uiterwaard achter de dijk.
Wat was hier het uitzicht naar het westen de laatste jaren veranderd! Ik ken het punt nog van een aquarel van mijn vader Piet Mulder die nu in Het Stroomhuis hangt. Waar eens het slanke kerkje van Waardenburg fier boven het donkere groen uittoornde, had het nu concurrentie gekregen van een hoge, vierkante reclamezuil voor Marktplaats langs de A2 en van lelijke grauwe geluidsschermen naast de spoorwegovergang.
Gelukkig moest ik dit keer heel diep het veld in en kreeg ik niets van dit lelijks in beeld. Op de paden die door de weilanden liepen was het vrij wandelen, zei een bord van het Geldersch Landschap, maar gelukkig was het er ook vrij fietsen, zodat ik na het hek nog meer dan een kilometer in de goede richting kon doorrijden voordat ik mijn enkels in de soppige velden moest gaan vermoeien.
Pas bij een klein modderpoeltje met een hek moest ik de fiets wel laten staan.

Piet Mulder, Waaldijk bij Kasteel Waardenburg, aquarel, 1995.

Piet Mulder, Waaldijk bij Kasteel Waardenburg, aquarel, 1995. Collectie GLK.

Boven het ondoordringbare wilgenbos waar ik vorige maand met Kees had gewerkt, cirkelden nu twee roofvogels, terwijl ik over de kluiten en door gaten in de meidoornhagen moeizaam mijn weg in de richting van de rivier probeerde te zoeken.
Ik was nu vlak bij de sierlijke Marinus Nijhoffbrug, maar door de dichte wilgenbomen langs een sloot kwam deze nauwelijks in beeld. Des te beter zag je op één van de opnames de opritten naar de brug en de spoorbrug daarvoor.
Hoe vaak had mijn vader deze spoorbrug niet getekend en geschilderd, toen hij nog in de kracht van zijn leven in Waardenburg op de dijk stond? In zijn schetsboeken was ik hem tientallen keren tegengekomen, van de jaren vijftig tot ver in de jaren negentig. Sommige schilders hadden de neiging de moderne uitingen van de techniek zoveel mogelijk weg te laten op hun doeken, maar de voormalig staalconstructeur die mijn vader was piekerde daar niet over. Voor hem ging het juist om de vereniging van oud en nieuw: de eeuwenoude rivier met zijn ultramoderne duwbakschepen, het oude, door de jaarlijkse overstromingen ruig gebleven land met de nieuwe stalen bruggen daarover en daarachter dan de honderd jaar oude watertoren en de Middeleeuwse toren van Bommel.
In mijn project probeerde ik alleen maar te registreren wat er was – en dat was soms al moeilijk genoeg.

Kapitein Fokkema van M.S. Generaal

Kapitein Fokkema van M.S. Generaal

Onder aan de Waalbandijk maakte ik tegen het parkbos aan vier opnames van het punt dat ik in overleg met Sarah Hamming, de initiatiefneemster van het project Vereeuwigd Landschap, als middelpunt van de hele operatie hadden gekozen. Veel schilders waren daar vóór mij al boven op de dijk gaan zitten om de machtige, uitgestrekte uiterwaarden in beeld te brengen, maar ik zag me gedwongen 5 meter langs de dijk af te dalen, aan de landkant, zodat ik alleen maar het parkbos van het Kasteel in beeld kreeg, een rijtje bomen en de hoge, groene dijk.
Toch zou het resultaat me achteraf meevallen. Gek hoe foto’s die je vrijwel zonder te kijken maakt, later vaak mooier zijn dan je dacht – en hoe, omgekeerd, foto’s van mooie plekken achteraf bijna altijd tegen vallen.
Daarna was er nog maar één punt te bezoeken, al was het één na moeilijkste punten van het hele traject dat ik het afgelopen halve jaar had afgelegd: ik moest nog een keer op de Waal zijn. Het raster dat ik voor mijn project over het landschap had gelegd, gaf aan dat ik nog één keer bijna midden op de snel stromende rivier zou moeten fotograferen.
Hoe deed ik dat? Bij mijn project van veertig jaar geleden had ik het geluk gehad voor mijn opnames op het IJsselmeer in de haven van Enkhuizen een kapitein van de Betonningsdienst te treffen, kapitein Postma, die me met zijn machtige schip een dag lang over het grote meer had rondgevaren, en op de Waddenzee was ik een dag met twee mannen van Rijkswaterstaat meegevaren, maar voeren dat soort diensten ook op de Waal?
En: hoe kon je in ’s hemelsnaam met zoveel stroom en zoveel druk verkeer midden op de rivier stil gaan liggen?

Het vraagstuk van het vee ..

Het vraagstuk van het vee ..

Vertwijfeld liep ik na een heerlijke lunch in het vertrouwde restaurant De Verdraagzaamheid de kades van Zaltbommel langs. Het was donderdagmiddag, in september, beroepsvaart zag ik nergens, en ook de meeste plezierjachten in de jachthaven lagen er verlaten bij.
Toen zag ik aan een drijvende steiger beneden me op een fraai motorscheepje twee mannen aan het werk.
Ik daalde de trap af en vertelde over mijn project.
Dat trof. ‘Stap maar op,’ zei de oudste van de twee, en binnen tien minuten voeren we al de haven uit, aan boord van wat de ‘Generaal’ bleek te heten.
Objectief Neerijnen was gered!
Geroutineerd loodsten kapitein Fokkema en zijn stuurman het bescheiden bootje onder de Martinus Nijhoffbrug door tegen de sterke stroom op, tot we aan de andere kant ter hoogte van paal 932 waren gekomen en we voorzichtig naar de overkant manoeuvreerden. Langs de uiterwaarden vlogen grote zwermen kieviten op, twee vissers lagen relaxt in hun sloep voor anker,  en in de verte kwam een enorme duwbak dichterbij, maar Fokkema en zijn maat dachten dat we voor hij eenmaal bij ons was, nog wel even op de gewenste locatie met de kop tegen de stroom in konden gaan liggen.
En zo kwamen ook de nog ontbrekende opnamen van Objectief Neerijnen tot stand.
Op één van de vier foto’s, oostwaarts, zie je nog net een stukje van de punt van het schip waarop ik sta, maar dat kon waarschijnlijk niet anders. Zolang we nog niet op het water kunnen lopen, is ons objectieve beeld van Neerijnen vanaf de Waal dat vanaf een schip.

P1010132

In het woud

De 100 foto’s van het project ‘Objectief Neerijnen’ van Reinjan Mulder zijn nog tot 16 oktober 2014 in Het Stroomhuis in Neerijnen te zien, samen met eerdere kunstwerken uit de reeks Vereeuwigd Landschap: van Kenne Gregoire, Koen Vermeule, Harold Schouten, Gerco de Ruijter, Marij Arntzen en Lies van Dam.
Geopend: dinsdag tot en met zondag van 11.00 tot 17.00 uur.
De opening door directeur Peter van den Tweel van het Geldersch Landschap vindt plaats op zaterdagmorgen 20 september, waarna een film van Valerie Granberg over het project wordt vertoond.
Op zondag 28 september is er nog een wandeling langs de verschillende locaties die door de kunstenaars zijn ingenomen. Meer informatie hierover is te vinden op de site van Het Geldersch Landschap & Kasteelen.

Klik hier voor eerdere afleveringen van het logboek dat Reinjan Mulder bij zijn fotoproject bijhield.
Een verslag van het oorspronkelijke project ‘Objectief Beeld van Nederland uit 1974’ dat zich nu in het Rijksmuseum bevindt, vindt u hier.

Geef een reactie