Objectief Neerijnen: Reinjan Mulder’s ‘Objectief Nederland’ revisited

Door Reinjan Mulder

Nederland in 1974: Hoe het was.

Reinjan Mulder, Objectief beeld van Nederland (1974). Collectie Rijksmuseum Amsterdam

Deze maand veertig jaar geleden trok ik maandenlang door Nederland in een poging om, zoals ik dat noemde, een ‘objectief’ beeld van ons land te construeren. Ik had daartoe een gecontroleerde steekproef getrokken uit alle middelpunten van de stafkaarten van de topografische dienst die er waren en in het voorjaar van 1974 zocht ik veel van die punten op, om na enig peil- en rekenwerk vast te leggen hoe het er daar uitzag. Ik maakte van die plekken honderden foto’s en kleurendia’s die tezamen met de nodige documentatie, het kaartmateriaal en de berekeningen, uiteindelijk een flinke verhuisdoos vulden.
Inmiddels is die verhuisdoos met het curieuze experiment uit 1974 in het Rijksmuseum in Amsterdam beland, dat alles wat erin zit heeft geïnventariseerd en gedigitaliseerd, om er later een wand van de afdeling Twintigste Eeuw mee wil vullen.
Dat riep echter meteen de vraag op wat zo’n project ‘Objectief beeld van Nederland‘ anno 2014, zou opleveren.
Is Nederland erg veranderd? En: werkt die methode nog.
Op die vragen komt binnenkort antwoord. Van de Stichting Het Geldersch Landschap & Kasteelen (GLK) kreeg ik de eervolle opdracht om een nieuwe aflevering van mijn project te vervaardigen in het kader van hun langjarige beeldende kunstproject ‘Vereeuwigd Landschap‘.
Vanwege die opdracht ben ik begonnen mijn experiment van veertig jaar geleden opnieuw uit te voeren. Maar dan niet voor ‘heel Nederland’, zoals toen, maar voor het stuk landschap dat in het in ‘Vereeuwigd Landschap’ centraal staat: een paar vierkante kilometers in de Gemeente Neerijnen, waarop zich twee kastelen en wat fraaie landgoederen en landerijen van het Geldersch Landschap & Kasteelen bevinden.

Afgelopen vrijdag is dit project, ‘Objectief Neerijnen’, onder een aanvankelijk nog bewolkte hemel van start gegaan met de nadere, exacte bepaling van de punten die ik dit keer zal opzoeken, en heb ik meteen ook de eerste 16 opnamen gemaakt.
Het was een mooi, ‘emotioneel’ zoals dat heet, moment: verdergaan op het punt waar ik veertig jaar geleden ophield. Na veertig jaar in de literatuur terug in de beeldende kunst.
Als eerste bezocht ik een ‘punt’ vlak naast de spoorlijn Utrecht – Den Bosch, waar elke vijf minuten een trein langs raasde. Daarna trok ik door een nieuwbouwwijk van Waardenbrug door naar een net gegierd stukje weiland achter een verwilderd bosje in de uiterwaarden val bij de Martinus Nijhoff-brug, via de zomerdijk liep ik vandaar oostwaarts naar de hoge Waaldijk tussen Neerijnen en Opijnen en ten slotte vond ik achter kunstcentrum Het Stroomhuis mijn laatste punt van 21 maart: een langgerekt, nat weiland met wat schapen erop.

Reinjan Mulder, Neerijnen (2014), iPhone opname. Collectie Facebook.

Reinjan Mulder, Neerijnen (2014). iPhone opname. Collectie Facebook.

De komende maanden zal ik ook de andere punten bezoeken, maar ik kan na het vaststellen van het raster nu al voorspellen dat het resultaat, als alles in het najaar af is, wat zal afwijken van wat ik veertig jaar geleden tevoorschijn toverde.
Ten eerste werk ik, anders dan veertig jaar geleden, niet meer met dia’s en zelf afgedrukte zwart-wit fotografie, maar met een digitale camera, een Leica/Lumix, omdat zo’n camera nu heel veel kan wat de camera’s vroeger niet konden: automatisch fotograferen, zonder ingrepen van de fotograaf. En daar was het mij, ook toen al, om te doen.
Daar komt bij dat het raster waarop mijn gefotograferde punten liggen nu veel fijner is dan veertig jaar geleden. Toen wilde ik ‘heel Nederland’ in beeld brengen, van het begin van de territoriale wateren tot de op de grens met België en Duitsland, en zat er daarom noodgedwongen altijd minstens 15 kilometer tussen de verschillende punten, maar nu gaat het slechts om een klein stukje Nederland en liggen de gefotografeerde plekken nog slechts 500 meter van elkaar.
Een voordeel daarvan is dat ik meer plekken op een dag kan opzoeken dan toen, met als prettig gevolg dat ik nu ook in staat ben een ‘tijd’-factor toe te voegen. Dat was veertig jaar geleden nog niet mogelijk. Maakte ik veertig jaar geleden noodgedwongen mijn foto’s op het moment dat ik de geselecteerde plaatsen – vaak na veel reizen en zoeken – bereikt had, volgens de meest praktische route, nu kan ik mijn opnames veel beter plannen en ze over een minstens een half jaar faseren, van het voorjaar tot minstens de hoogzomer, zodat ook de – niet geringe invloeden – van de seizoenen zichtbaar zullen worden. In de eindpresentatie zullen de kale bomen van nu vermoedelijk dan ook worden afgewisseld door bomen met bloesem en blad, en misschien zelfs wel met fruit… We zijn uiteindelijk in het Rivierenland.
Een laatste voordeel van het huidige project is dat nu misschien wel nog duidelijker het verschil zichtbaar zal worden tussen enerzijds een ‘kunstzinnige’, ‘subjectieve’ benadering van een landschap (en een land) en anderzijds een ‘objectieve’ benadering, mijn benadering. Van het stuk land van het Geldersch Landschap in Neerijnen zijn de afgelopen 9 jaar namelijk al verschillende schilderijen vervaardigd en ook een soort luchtfoto, door uiteenlopende kunstenaars als de schilder Koen Vermeule en de meer realistisch werkende Kenne Gregoire. Mijn project zal hun werk nu hopelijk nog wat extra reliëf kunnen geven, een extra dimensie. Niet alleen zal dit najaar, hoop ik, duidelijk zijn wat deze kunstenaars de afgelopen jaren in Neerijnen hebben gemaakt, dat weten we nu al – we zullen ook precies kunnen ontdekken hoe zij het landschap hebben gezien. Wat ze ermee hebben gedaan. Hoe zij het landschap hebben geïnterpreteerd – vervormd, zo u wilt.
Tot slot: waar ik tot voor kort nooit zo goed over had nagedacht, is dat ook de documentatie van mijn project er nu waarschijnlijk heel anders zal gaan uitzien dan in 1974. Werd veertig jaar geleden mijn werk aan het project secuur door een fotograaf vastgelegd, op grofkorrelige zwart wit-foto’s (die waarschijnlijk ook in het Rijksmuseum te zien zullen zijn), nu gaat er af en toe een fotograaf én filmer (alles-in-een) mee. In plaats van 36 zwart-wit foto’s waarop te zien is hoe de keuze van de plekken verloopt en hoe deze vervolgens worden gepeild en opgezocht en vastgelegd, zal nu waarschijnlijk een kleurenvideo – al dan niet met geluid – dit alles laten zien.
Dan zal achteraf waarschijnlijk ook pas goed het ironische van een project als dit duidelijk worden. Veertig jaar geleden stelde ik nog, half naïef, voor om zo neutraal en zo objectief mogelijk vast te leggen wat er allemaal ‘te zien’ was in Nederland, maar nu, jaren later, blijkt dat alles juist toch weer typisch een product te zijn van die tijd.
In 1974 dacht ik nog dat grote zwart-wit foto’s – en anders wel dia’s – het beste medium waren om te laten zien hoe Nederland eruit zag, nu krijgen die zelf afgedrukte, grove beelden en die doorzichtige kleurenplaatjes al weer iets heerlijk gedateerds.
In 1974 was het nog de bedoeling dat mijn kleurendia’s ooit in vier allernieuwste Kodak-carrousels aan vier zijden op de muur zouden worden vertoond, zodat het leek alsof je echt ‘in’ het landschap zat, maar nu wekt alleen al het geluid van zo’n carrousel diverse nostalgische gevoelens op.
‘Ach ja,’ zeiden bij Het Rijksmuseum, toen ik ze twee jaar geleden voorzichtig de plastic bakjes met ingelijste dia’s overhandigde, ‘dia’s in een carrousel, dat was typisch de jaren zeventig, dat deden ze toen’ – en daarna liet de restauratieafdeling van het Museum alle 208 dia’s zorgvuldig achter het glas vandaan halen om ze veilig en wel in een koelinstallaties op te bergen.

Wordt vervolgd.

Een beschrijving van het project Objectief beeld van Nederland uit 1974 is hier te lezen.
Een film over het nieuwe project Objectief Neerijnen vindt u door hier te clicken.   


Geef een reactie