Een historische noodgreep – The making of ‘Connie Palmen’

Door Reinjan Mulder

Connie Palmen. Foto op achterflap van de eerste druk van De Wetten

Connie Palmen. Foto achterop de eerste druk van ‘De Wetten’

Dat er in stille tijden wel eens nieuws in de krant komt dat niet altijd de naam van nieuws verdient, is algemeen bekend. Nieuws of niet, komkommers of niet, de voorpagina moet vol.
Maar dat er ook in de kunstjournalistiek sensaties kunnen ontstaan omdat er even geen andere sensaties zijn, is een bedrijfsgeheim dat beter wordt bewaard. Toch gelden daar dezelfde wetten. Wanneer een kunst-supplement mooi is vormgegeven, opent dat elke week met iets dat de alleen al daardoor aandacht trekt, of het die aandacht nu waard is of niet.
Maar soms trekt zo’n stuk wel heel erg veel aandacht. Dat was het geval met de forse recensie die op 1 februari 1991 voorop CS Literair verscheen, de helaas verdwenen literaire bijlage uit die tijd. Het boek dat werd gerecenseerd was De wetten van de nog vrijwel onbekende Connie Palmen, er stond een schitterende, uitdagende foto bij van fotograaf Freddie Rikken, en de recensent was ik.
Het gevolg van dit stuk is nauwelijks te beschrijven. Volgens boekverkoper Herm Pol van de Amsterdamse Athenaeumboekhandel is er de afgelopen veertig jaar maar één ander boek geweest dat aan het stormachtige succes van Connie Palmens De wetten op die dag kan tippen: de eveneens voorop CS Literair aangeprezen roman De geheime geschiedenis van Donna Tartt. Maar bij Tartt was de sensatie vooraf door de redactie voorzien, we wisten dat dit boek een bestseller kon worden, en bij Connie Palmen wisten we dat absoluut niet. De paginagrote recensie van De wetten, het moet maar eens gezegd, was een noodgreep.
Hoe dat kwam? Voor het nummer van 1 februari had ik als literatuurredacteur aanvankelijk een interview gepland met de Tsjechische dissident Josef Skvorecky. Skvoretsky was in die dagen een grote naam: auteur van Ingenieur van de menselijke ziel, naar Canada uitgeweken en daar een eigen exil-uitgeverij opgezet. Aan een dergelijk onderwerp kon je je als nette krant geen buil vallen. Geëngageerde literatuur, gedwongen emigratie, de val van de Muur, zoiets vroeg om een voorpagina.
Maar het stuk over Skvoretsky kwam niet, althans niet in de vorm die mij voor ogen stond. Maandag rond het middaguur lag het op mijn bureau en ik zag al gauw: broddelwerk, dat wordt niks meer deze week.
Wat te doen?
De vrijdag ervoor had ik een broodje gegeten met de uitgever Mai Spijkers die me had verteld over een nieuwe schrijfster, Connie Palmen, wier boek die avond zou worden gepresenteerd. ‘Ik laat wel even een exemplaar voor je afgeven,’ had hij beloofd. Niets vermoedend had ik het die zondag opengeslagen, en ja, het sprak me wel aan. Het ging over een vrouw die filosofie studeert en in zeven jaar zeven mannen leert kennen waarna ze zich, en dat vond ik het sterkste, vol overgave in de literatuur stort. Jaren tevoren had ik zelf filosofie gestudeerd, en ik had uiteindelijk ook voor de literatuur gekozen. Maar het verhaal was ook helder en gedreven opgeschreven. Een spirituele, tintelende tekst.
Tegen de chef kunst Lien Heyting zei ik maar één oplossing te zien voor het dreigende gat: ik kon de recensie van Connie Palmen’s De wetten die ik in mijn hoofd had uitwalsen tot tweeduizend woorden. ‘Een mooie, grote foto erbij en we hebben een opening.’

Boekverkoper Herm Pol kan zich nog goed de opwinding herinneren die hij voelde toen de krant die vrijdag bij hem binnenkwam. ‘Een hele pagina met lovende adjectieven over een leuke, pittige vrouw in een leren jack. Als dat niet aansloeg!’ Zijn winkel had, heel royaal voor een debuut, 15 exemplaren van Palmen’s De wetten ingekocht, maar daar zou hij het komende weekend nooit genoeg aan hebben. Snel liet hij kort voor sluitingstijd bij de uitgever alles ophalen wat daar nog in huis was, 400 stuks. Binnen 24 uur waren ook die allemaal op.

Het geel was op

Het geel was op

Een paar dagen later was er in de hele Benelux geen exemplaar van De Wetten meer te krijgen. Het programma van Van Kooten en De Bie wijdde een lang item aan Connie Palmen, door hen consequent als ‘Annie Palmen’ aangeduid. Uitgever Mai Spijkers, die al wel enige verwachting van het boek had gehad, liet als een razende tienduizenden boeken bijdrukken, hij legde een tweede, derde en vierde druk op, maar moest tot zijn schrik vaststellen dat zelfs de voorraden citroengele drukinkt die voor de omslag nodig waren, opraakten. ‘In heel Nederland  was geen geel meer te vinden. Zo hard ging het. We moesten naar een raar soort groen voor de omslagen uitwijken.’

Betekent dit alles nu dat er met de opvallend grote bespreking van Connie Palmen’s De wetten in CS Literair een boek is ‘gehypt’ dat dit niet verdiende? Heeft NRC Handelsblad door een onvoorziene gril van de redactie Connie Palmen ‘gemaakt’?
Ik denk het niet, we hebben het succes van Connie Palmen hooguit versneld, en misschien ook wel vergroot. Er verschijnen elke week boeken die voorop een krant terecht komen, en weinigen daarvan kunnen het succes van De Wetten evenaren. Zou Josef Skvorecky – Josef Wie? – ooit een fenomeen zijn geworden als het interview met hem die eerste februari 1991 in de krant was verschenen? Een boek moet zich er ook toe lenen om een succes te worden.

Connie Palmen herinnert zich nu vooral hoe ‘overdonderd’ ze door het grote, positieve stuk in NRC Handelsblad was, die eerste vrijdag dat haar boek in de winkel lag. Palmen: ‘Het leek alsof ik in de hemel was terecht gekomen.’
Palmen was twee dagen eerder door haar uitgever gebeld met de mededeling dat er snel een foto voor in de krant moest worden gemaakt. ‘Maar ik heb helemaal geen interview gegeven! zei ik. Nee, zei Mai, het is, geloof ik, voor een recensie. Voor een wat groter stuk.’ Fotograaf Freddy Rikken kwam langs en stelde voor om maar even naar buiten te gaan, dan had hij meer licht. Het was echter nogal fris buiten, het was eind januari, en Connie Palmen griste bij het verlaten van haar huis gauw haar zwartleren jack van de kapstok. Bij een beklad muurtje op het Da Costaplein stak ze, zoals ze gewend was, brutaal even haar beide handen in haar zakken.
Het beeld zou nog lang op ieders netvlies blijven staan.
Connie Palmen: ‘Ik wist wel dat ik een goed boek had geschreven, maar dit had ik totaal niet verwacht. Zoveel aandacht.’  Toch schrok ze ook van. ‘Als je eens wist hoeveel schaamte ik had moeten overwinnen om überhaupt te kunnen schrijven over een jong meisje dat haar ziel aan zeven mannen verkocht. Veel mensen dachten ook dat het allemaal autobiografisch was, wat ik schreef. Maar het enige autobiografische wat er in zat, was de fase waarin het meisje op zoek gaat naar duiding. Eén van de mannen in De wetten was bijvoorbeeld een epilepticus, maar ik had nog nooit een epilepticus  ontmoet.’

Een paar jaar na De Wetten kreeg bijna iedereen die filosofie had gestudeerd en een roman schreef, uitgebreid aandacht in de kranten. ‘Een nieuwe Connie Palmen!’ Maar toen waren er inmiddels weer andere onbekende onderwerpen die het in zich hadden een succes te worden.
De kunst was toen om die weer tijdig de ruimte te geven.

Verscheen eerder in de jubileumbijlage bij NRC Handelsblad van 2 oktober 2010. Klik hier voor de recensie van Connie Palmen’s ‘De Wetten’ in NRC Handelsblad. 

Naschrift augustus 2015

Bijna 25 jaar na dato pak ik eindelijk De Wetten weer eens uit de kast. Het omslag lijkt nog meer  verbleekt dan ik me herinnerde. Ik zie de vele streepjes in de kantlijn staan en zie dat ik er in de korte tijd die ik had wel echt werk van moet hebben gemaakt. Mijn inmiddels zwaar vergeelde recensie van toen valt eruit, het PERSBERICHT van Uitgeverij Prometheus (met een mooi gaatje op de plaats van de o), en tot mijn verrassing zit achterin ook een brief van Connie, van 11 december 1991, ruim een half jaar na haar overrompelende debuut. Ik haal hem uit de enveloppe en lees:

Beste Reinjan,

Ik was enige tijd nogal buiten zinnen en heb het een en ander laten verkommerden. Blijkt.
Overal vind ik brieven, smeekbeden en vriendelijke verzoeken, waarop ik gedurende maanden reageerde met een bot en volkomen stilzwijgen.
Zo hoort het niet. Zo wil ik het ook niet.
Wil je me alsjeblieft vergeven dat ik niets van mij heb laten horen, toen je me verzocht mee te werken aan de fax-actie? Please.
Dag, liefs,

Connie Palmen

P.S.
Tegen de tijd dat de vertaling uitkomt van ‘Sexual Personae’ van Camiglia Paglia kom ik met een artikel over haar boek. Dit heb ik mij althans pront voorgemomen.
Daar oude beloften schuld maken en mijn schuld in deze [sic] slechts groeit, ben jij natuurlijk de eerste aan wie ik het offreer.     


Geef een reactie