Ann Goldstein en de Amerikanen (2) – Het Stedelijk Museum discrimineert

Door Reinjan Mulder
Stelt u zich voor. De burgemeester van Amsterdam heeft een nieuwe chef nodig voor zijn kabinet. De burgemeester onderhoudt dagelijks ingewikkelde contacten met Den Haag, de politie en met het Openbaar Ministerie, en van de nieuwe chef wordt geëist dat hij een ‘in Nederland geboren’ jurist is. Alleen een ‘geboren Nederlander’, zegt de burgemeester, voelt alle nuances in het driehoeksoverleg volledig aan, alleen een echte Nederlander kan de vaak subtiele reacties op het beleid in de pers volledig naar waarde schatten.

Biennale Venetië: Europees provincialisme?

Biennale Venetië: Europees provincialisme?

Denkt u dat een dergelijke advertentietekst erdoor komt in een stad als Amsterdam? De PvdA en GroenLinks zouden, met hun voorkeursbeleid voor minderheidsgroepen, meteen hoog in de gordijnen klimmen.
Ander voorbeeld. Amsterdam subsidieert een moskee waar een Saoedische imam preekt. Die imam minacht de Nederlanders en wil een assistent hebben die in de Arabische wereld geboren is. Nederlandse moslims begrijpt hij niet, en anders zal Nederland altijd een vreemde uithoek blijven in de internationale moslimwereld. Arabisch moet in Amsterdam voertaal zijn.
Zou zo’n moskee zijn subsidie kunnen behouden? De imam zou van het stadsbestuur het advies krijgen om eerst eens op inburgeringcursus te gaan en snel goed Nederlands te leren, en om in ieder geval een Nederlands sprekende assistent aan te trekken.
Toch heeft Amsterdam sinds kort zo’n buitenlands, zwaar gesubsidieerd cultureel centrum. Het Stedelijk Museum – sinds kort aangeduid als The temporary Stedelijk - adverteerde vorige maand voor een assistent voor de nieuwe, Amerikaanse directeur Ann Goldstein, die tot taak zou krijgen dagelijks alle contacten met de ‘mondiale’ buitenwereld bij te houden en te selecteren. Een aanspreekpunt om  de chaotische verkeerstromen in het museum in goede banen te leiden. De eerste eis die aan deze assistent werd gesteld was dat deze ‘native speaker American English’ was. De advertentie, in onder meer NRC Handelsblad, de Volkskrant en Trouw, was ook geheel in het Engels gesteld, net als de toelichting op de website van het museum.

Had de gemeente Amsterdam, de geldverschaffer van het Stedelijk Museum, even niet opgelet? Dat blijkt niet het geval. Naar aanleiding van een stuk dat ik hierover schreef (Het Parool, 20-11-2010), liet de voor het museum verantwoordelijke wethouder Carolien Gehrels mij weten dat het museum hier slechts op vaardigheden selecteerde en dat dit voor deze functie gerechtvaardigd was omdat in de internationale kunstwereld Amerikaans Engels de voertaal is: ‘De functie-eis American-English heeft […] niet van doen met de herkomst van de huidige directeur, maar blijkt sowieso de standaard te zijn die het Stedelijk Museum voor de internationale communicatie heeft gekozen. Ook andere instellingen kiezen die standaard…’

Neem me niet kwalijk. Beide argumenten missen elke grond. In de eerste plaats is native American English spreken geen kwestie van vaardigheid, maar van afkomst. Een Nederlandse die op Harward heeft gedoceerd en geregeld in Amerikaanse bladen publiceert, verzekert mij dat ze, wat ze ook bijleert, puur vanwege haar afkomst, nooit in haar leven verder zal komen dan ‘near native American English speaking’. Geboortegrond is niet te verwerven, en al helemaal niet voor Amerikanen. Het Stedelijk Museum discrimineert. Nederlanders zijn voor meer dan 99% buiten Amerika geboren en geen van hen krijgt op deze manier de kans om een interessante rol in het Nederlandse kunstleven te vervullen.

In de tweede plaats is de voertaal in de internationale kunstwereld helemaal niet uitsluitend American English. Het Stedelijk Museum fantaseert. Er wordt in die wereld veel Engels geproken, dat is waar, maar de Engelse en Australische kunst-scene is zeker zo belangrijk als de Amerikaanse, en vergeet ook de Duitse en Italiaanse (en Nederlandse!) kunstwereld niet.

Zelfs als het Amerikaans, na de komst van Ann Goldstein, al de overheersende taal in het Amsterdamse Stedelijk zou zijn, dan nog zou het museum zich daar als gemeentelijk gesubsidieerde instelling niet bij neer mogen leggen. Nederland kan internationaal alleen maar een rol van belang spelen als het het eigene van Nederland erkent. Het Stedelijk staat niet voor niets in Amsterdam. Een Amerikaan die Amerikaanse kunst wil zien, voorzien van Amerikaanse onderschriften en catalogi, kan beter in Amerika blijven.

Wie een dergelijke functie-eis accepteert, zoals Gehrels nu doet, begrijpt niet dat de taal binnen een cultuur veel meer is dan een middel, een voertuig. De taal van een land is de basis van zijn cultuur, en een directeur die niets van die taal begrijpt, kan beter snel een taalcursus volgen dan zich omringen met inderhaast overgevlogen landgenoten.
De billijking van deze discriminerende praktijken door wethouder Geherels rijmt zich ook absoluut niet met haar kunstbeleid zoals zij dat onlangs in een lezing formuleerde. In navolging van haar illustere voorganger Emmanuel Boekman maakte Gehrels zich toen sterk voor een pluriforme kunst, die uitgaat van gelijkheid en in nauw contact staat met de samenleving eromheen.
Dat Amerikanen soms zo intolerant zijn tegenover iedereen die buiten het grote, kapitalistische wereldrijk is geboren, is hun zaak, maar een Nederlandse wethouder van onverdachte PvdA-huize hoort daar niet blindelings in mee te gaan.

Verscheen – licht ingekort – eerder in NRC Handelsblad van 14-12-2010.

Geef een reactie