Multatuli’s wraak
Door Reinjan Mulder
Ik zit in de boeken, en dat brengt met zich mee dat ik één keer per jaar in Frankfurt de Boekenbeurs bezoek. Niet om boekentitels aan te kopen, er zijn al meer dan genoeg boektitels in Nederland, maar om de mensen te zien die achter de boeken zitten. De uitgevers, de redacteuren, de mensen van het Productiefonds, en de internationale agenten, vooral die.
De meeste van die mensen zitten tijdens de week van de Boekenbeurs in een hotel in Frankfurt, waar ze per dag vijfhonderd euro betalen voor een kamertje van hoogstens drie bij vier, maar ik geef er de voorkeur aan om aan de Rijn te logeren. In het plaatsje Nieder-Ingelheim ligt een fraai hotel dat luistert naar de naam Multatuli, en daar, in de kamer waar 121 jaar geleden Nederlands grootste schrijver de geest gaf, lees ik ’s avonds de boeken die ik overdag op de Boekenbeurs heb gescoord. Want dat is het mooie van boekenbeurzen als die in Frankfurt. Op andere beurzen worden dingen verkocht, of wordt interesse gewekt in iets dat je ooit misschien nog wel eens kopen wilt, maar in Frankfurt kun je boeken krijgen. Vooral op de Duitse stands. Boeken die net zijn verschenen liggen daar in grote stapels te wachten op buitenlanders die zeggen dat ze er ‘misschien’ wel interesse in hebben.
Hotel Multatuli, genoemd naar de allereerste Nederlander die zich liet cremeren, ligt een kilometer of drie van station Ingelheim. Een flinke wandeling. Multatuli hield van een mooi uitzicht. Zijn huis staat op de top van een heuvel ten zuiden van het stadje, die kwistig met wijngaarden is beplant. Halverwege de heuvel ligt de wijnboerderij van van Emil Reisinger, waar je voor een paar euro’s heerlijke flessen Portugieser, Dornfelder en, mijn favoriet, de dieprode Spaetburgunder kunt kopen. Multatuli’s huiswijn.
Maar ook Ingelheim wordt door de crisis beroerd. Op mijn wandeling naar het station stuitte ik dit jaar op een geel bord met grote zwarte letters dat mij nooit eerder was opgevallen: GOLD & SILBER BARANKAUF. Met daaronder de tekst: ‘Sofort Geld in Bar - Wir kaufen Zahngold. Auch mit Zaehnen’
Ik moest aan de roman De nazi en de kapper van de Duitse schrijver Edgar Hilsenrath denken. Het boek had ik bij een van mijn vorige bezoeken aan de beurs buitgemaakt. De massamoordenaar en voormalige SSer Max Schulz vertelt daarin hoe hij aan het eind van de oorlog op een slimme manier het vernietigingskamp ontvlucht waar hij zijn beulswerk had gedaan. De morbide intrige van het boek zal ik u besparen, maar wat ik mij weer goed herinnerde, was dat Schulz zich uit de nesten had gered dankzij een zak gouden kiezen die hij uit het kamp had weten mee te nemen.
Zahngold. Auch mit Zaehnen.
Ik bedacht dat ik in de week voor de Boekenbeurs net bij mijn tandarts was geweest omdat ik last had van een zeurende kies. De gouden kroon die er vijfentwintig jaar op had gezeten was versleten en de tandarts had aangeboden een nieuwe kroon te plaatsen. Het oude goud was voorzichtig met een tangetje losgewrikt en nu zat er voor twee weken een noodvulling in mijn mond. Het gouden kapje dat een kwart eeuw trouw mijn voedsel had helpen malen, had ik als aandenken meekregen, in een plastic Lactona-zakje waarin normaal tandenraggers worden verpakt.
Kon ik hier mijn afgedankte prothese te gelde maken?
Ik liep het winkeltje binnen dat geheel gevuld bleek met plastic speelgoed, snoep en ordinaire weggooiromannetjes, en vroeg de vrouw achter de toonbank of ze mijn kroon wilde hebben. Ik frommelde het Lactona-zakje uit mijn portemonnee.
‘O dat.’ Ze trok een vies gezicht. ‘Dat doet mijn man. Die is er alleen maar ’s middags, na tweeen, en op zaterdag vanaf tien uur.’
Op zaterdagmorgen kwam ik terug. De Boekenbeurs is zaterdags altijd voor het publiek geopend en dan kun je maar beter wat later komen.
‘Heeft u een legitimatiebewijs?’ was het eerste wat de man in de winkel me vroeg. Hij droeg een gebreid vest, boven een broek die werd opgehouden door bretels.
Een rijbewijs bleek voldoende.
De man staarde kritisch door het zakje van de tandenraggers naar de twee minieme klompjes goud. Hij nam het mee naar achteren.
Vijf minuten later kwam hij terug. ‘2,20 gram. Ik kan u er 15 euro en 18 cent voor geven.’
Ik aarzelde. Wat moest ik met dat geld? Ik dacht aan de oorlogsmisdadiger in het boek van Hilsenrath. Zou hij in net zo’n winkeltje zijn gouden kiezen hebben verpatst?
Het was 2008, ik moest niet zeuren. Ik zei akkoord te gaan.
De man in het vest legde mij een ‘Altgold Ankaufsbeleg’ voor, waarop onder ‘naam van de verkoper’ mijn naam werd ingetypt, en ook dat ik 2,20 gram ‘Zahngold gelb’ had geleverd.
We tekenden beiden het contract en ik liep terug naar Multatuli.
Bij wijnhuis Reiziger, halverwege de helling, kocht ik opgelucht een fles biologische Dornfelder, een Spaetburgunder Classic 2007 en ik had toen van mijn 15 euro 18 zelfs nog genoeg geld over voor een literfles Ingelheimer Portugieser – halbtrocken.
Toen ik ’s avonds thuis kwam, had mijn vrouw als verrassing een heerlijke wildschotel bereid. Ik zette trots de klassieke Spaetburgunder op tafel.
Ik moest en zou van haar de wijn eerst voorproeven.
Ik nam een slok, en al meteen trok er een lichte pijnscheut door mijn onderkaak.
Multatuli’s wraak.



Opnieuw beginnen
Vogels van formaat
Coffee Company