Waarom werd Grete Weils grote roman ‘De weg naar de grens’ (1945) nooit eerder uitgebracht? (fragment)

Wat bewoog de Duitse schrijfster Grete Weil (1906-1999) om na de oorlog een paar sterk autobiografische boeken te publiceren maar ‘Der Weg zur Grenze’, haar eerste en dikste roman, die ze tijdens haar onderduik in Amsterdam schreef, tot haar dood in de la te houden? Bij het inventariseren van haar nalatenschap ontdekte de Duitse historica dr. Ingvild Richardsen the jaar geleden tussen alle correspondentie en de foto’s uit Weils jaren als fotograaf het typoscript van deze roman, die in april bij Meulenhoff verschijnt. Voor het tijdschrift De Parelduiker ging Reinjan Mulder op zoek naar Grete Weils mogelijke motieven. 
Door Reinjan Mulder
Waarom publiceerde Grete Weil haar roman Der Weg zur Grenze niet direct nadat ze hem in 1945 in Nederland had voltooid? Ook de Duitse historica dr. Ingvild Richardsen, die aan de Universiteit Augsburg verbonden is heeft daarvoor geen sluitende verklaring. Richardsen geldt in Duitsland als een specialist op het gebied van vrouwengeschiedenis, judaica en Beierse cultuur, niet toevallig terreinen waar Grete Weil haar plek heeft verdiend, en zij noemt het nu opgedoken boek het beste wat Grete Weil geschreven heeft. En dat zegt wat, want tegen het eind van haar leven behoorde Grete Weil tot de bekendste Joodse schrijfsters van Duitsland. Ze kreeg in Duitsland de Geschwister-Scholl-prijs, haar roman Mijn zuster Antigone (1980), die voor een deel in Nederland is gesitueerd, werd als paperback door Fischer uitgebracht, en ook in Nederland kregen haar boeken meerdere drukken, zoals Tramhalte Beethovenstraat (1963), waarin Weil haar traumatische herinneringen verwerkte aan de tijd dat ze op de hoek van de Beethovenstraat haar fotostudio had. Vanaf de bovenste verdieping zag ze daar hoe de nazi’s wekenlang op de tramhalte voor haar deur honderden joden bijeendreven die ze bij razzia’s hadden opgepakt:

Foto’s van Grete Weils 90ste verjaardag en een uitnodiging voor haar herdenking

‘Elke nacht behalve zaterdags en zondags – zelfs de duivel heeft recht op een vrij weekend – worden vierhonderd joden, mannen, vrouwen en kinderen, uit hun huizen gehaald, in trams geladen, naar het station gebracht en vandaar naar een Nederlands doorgangskamp getransporteerd,’ zegt in het boek de joodse arts uit de Beethovenbuurt tegen de Duitse journalist die twintig jaar later naar Amsterdam terugkeert om zich op zijn houding in die duistere jaren te bezinnen.
‘Uit het doorgangskamp gaat elke week een transport van duizend mensen naar het oosten. Oosten, daarbij kun je je van alles voorstellen, Hannover is het oosten, Berlijn, Breslau of Polen. Het oosten is een begrip dat niets betekent of liever het Niets betekent, eindstation dood. Ze zijn al zeven weken aan het deporteren, u kunt uitrekenen hoelang het zal duren: een kleine twee jaar.’

Kort nadat uitgeverij Meulenhoff de titel Tramhalte Beethovenstraat in 1982 van De Tijdstroom in Lochem had overgenomen, en Hans Keller voor de VPRO de televisiefilm De Ontstelde ruimte over haar maakte kreeg Grete Weil in Nederland haar grootste bekendheid, zeker toen ook Adriaan van Dis haar dat najaar groot voorop het Cultureel Supplement van NRC Handelsblad interviewde over het verschijnen van Mijn zuster Antigone in het Nederlands. Achterop de latere drukken van Tramhalte Beethovenstraat wordt daaruit een kort fragment geciteerd:
‘De trams stonden hier, vier of vijf achter elkaar. Het was donker, er brandden alleen blauwe lichtjes. Het was griezelig en fascinerend. Het was eigenlijk zoals in de onderwereld. En ik stond hier iedere nacht en ik keek.’
Sinds ik die zinnetjes als eindredacteur van de krant las, kan ik nooit meer door de Beethovenstraat rijden zonder even naar boven te kijken bij die halte.
Wat de Nederlandse lezers destijds vooral in Grete Weils boeken trof, was dat ze geen simpel goed-kwaad schema hanteert en zich ver houdt van oorlogsretoriek. Nogmaals Adriaan van Dis:
‘[Weils] boeken vermijden het zwart-wit beeld van de oorlogsjaren: geen dreunende laarzen en heldhaftig verzet, maar nuances en twijfels, die beter dan clichés verklaren hoe mensen kunnen ontsporen en hoe haat de rede kan overwinnen. Ze beschrijft een wereld waarin mensen die onderduikers opnemen ‘schitterende nazi’s zouden zijn als ze het niet opportuun vonden om zich tegen de vijand van buiten te verzetten’, waarin Duitse soldaten soms met begrip worden bezien ‘omdat ze in een vreemd vijandig land zinloos rond moeten hangen’.

Een voorpublicatie van Reinjan Mulders artikel over de ontdekking van een onbekende Grete Weil verscheen eerder in NRC Handelsblad

(…)
Bij haar dood op 92-jarige leeftijd in 1999 kreeg Grete Weil van Anneriek de Jong onder kop ‘Scherp getuige’ dan ook een mooie necrologie in NRC Handelsblad, wat lang niet alle Duitse auteurs overkomt. Maar wat niemand toen nog kon vermoeden, was dat haar dikste en beste boek op dat moment nog ongepubliceerd in haar huis bij München lag. Pas toen Ingvild Richardsen twintig jaar later opdracht kreeg de literaire geschiedenis in kaart te brengen van de streek rond de Beierse Tegernsee in het kader van het project Telito (Tegernseer Literatouren), stuitte ze daarbij weer op de naam van de inmiddels vrijwel vergeten Grete Weil, die in 1906 als Margareta Elisabeth Dispeker in het plaatsje Rottach-Egern aan het idyllische meer geboren was.
(…)
Ondertussen had Ingvild Richardsen in het Weil-archief ook de nog ongepubliceerde roman gevonden. Het duurde even voor ze het slordige typoscript ontcijferd had, maar toen ze het resultaat liet lezen aan Martin Hielscher, de uitgever van Beck Verlag, besloot hij het voor zijn literaire fonds te contracteren. Op 25 augustus 2022 kwam het daar al van de pers, voorzien van een nawoord van Richardsen, terwijl de Nederlandse vertaling in dit voorjaar bij J.M. Meulenhoff verschijnen.

Berlijn
Als ik in juli van dit jaar in Berlijn aan de 88-jarige stiefdochter van Grete Weil vraag hoe het toch komt dat het nu zo succesvolle boek in al die jaren nooit werd uitgegeven, weet zij het niet. Ze kent het boek ook niet. De decorontwerpster is destijds door Grete Weil als haar enige erfgename aangewezen, omdat zijzelf geen kinderen had en sinds haar dood beheert zij de rechten op haar werk. In haar modern ingerichte appartement in het Bayrische Viertel laat ze me de lijst met boeken zien die in de loop der jaren bij haar Zwitserse uitgeverij Nagel & Kimche zijn verschenen. De nu pas ontdekte titel komt daar niet op voor.
We bekijken de foto’s die ze van Grete heeft, en een uitnodiging voor een herdenking en ik laat haar van  mijn kant het vooruit-exemplaar zien dat ik van de uitgever meegekregen heb. Ze bekijkt het nieuwsgierig. In de interviews met haar stiefmoeder die ik las, heeft zij het nooit genoemd, alsof ze het verzwijgen wilde. Tegen Adriaan van Dis noemde ze in 1982 alleen nog een ongepubliceerde ‘novelle’ die ze op jonge leeftijd had geschreven, nog voordat Hitler aan de macht kwam, maar dat boek, zei ze, was ‘niet politiek’.
Dat kun je van Der Weg zur Grenze niet zeggen. In tegendeel. Grete Weil laat daarin van jaar tot jaar zien hoe zich de politieke situatie in Duitsland na de Eerste Wereldoorlog ontwikkelde.

Uit Weils memoires Leb ich denn, wenn ander leben (1998) weet ik inmiddels dat Grete Weil sinds haar huwelijk met haar tweede man, de acteur en schouwburgdirecteur Walter Jokisch, zijn dochter, ‘Michele, als haar ‘boven alles geliefde’ eigen kind beschouwt. Maar als Weil zelfs met haar nooit over haar eerste roman gesproken heeft, dan moet ze de herinneringen eraan wel heel diep hebben weggestopt. In haar  memoires – ‘Noch  einmal meldet sich Grete Weil zu Wort’, aldus de flaptekst – komen Grete Weils vooroorlogse jaren in Rottach Egern en München uitgebreid ter sprake, inclusief haar liefde voor Edgar Weil, en haar vlucht naar Nederland. Ja, zelfs de complete tekst van haar poppenspel Weihnachtslegende, dat ze hier op kerstavond 1943 op haar onderduikadres voorlas, heeft ze daar in opgenomen. Maar over het dikke boek waaraan ze in al die tijd werkte, het boek waarin die hele vooroorlogse tijd in Duitsland zijn weerslag vond, zwijgt ze.
Grete Weil beschrijft alleen, heel kort, in een paar zinnen, hoe ze tijdens de laatste jaren van de Bezetting onder moeilijke omstandigheden op haar onderduikadres aan een ‘liefdesgeschiedenis’ werkt: een verhaal over de liefde tussen haarzelf en haar man Edgar Weil. Maar of ze dat verhaal heeft afgemaakt, en zo ja, wanneer, en of ze het daarna nog aan uitgevers heeft aangeboden, lezen we niet.
‘Ik heb er jarenlang niet over gesproken,’ schrijft Grete Weil ergens, ‘dat ik schrijf. Het leek me niet het vermelden waard om over iets te praten wat zo lang geen succes had. En succes of niet, ik had nog altijd de verhalen die aan mij waren verteld.’
Gelukkig is daar uiteindelijk toch nog verandering in gekomen. In april ligt nu ok de Nederlandse vertaling van haar belangrijkste boek in de boekwinkel.

Lees voor het hele verhaal over de wordingsgeschiedenis van ‘Der Weg zur Grenze’ het Oktobernummer 2022 van ‘De Parelduiker‘ – losse nummers te koop bij Athenaeum Nieuwscentrum.
Zie elders op de site het NRC-artikel over Grete Weil’s onbekende boek. 

Geef een reactie