<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Das Zahngold</title>
	<atom:link href="http://www.reinjanmulder.nl/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.reinjanmulder.nl</link>
	<description>Reinjan Mulder’s Nieuws- en Advertentieblad</description>
	<lastBuildDate>Thu, 02 Feb 2012 11:37:08 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.3</generator>
		<item>
		<title>The first cut &#8211; bij de dood van Doeschka Meijsing</title>
		<link>http://www.reinjanmulder.nl/2012/01/the-first-cut-bij-de-dood-van-doeschka-meijsing/</link>
		<comments>http://www.reinjanmulder.nl/2012/01/the-first-cut-bij-de-dood-van-doeschka-meijsing/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 31 Jan 2012 15:51:38 +0000</pubDate>
		<dc:creator>reinjanmulder</dc:creator>
				<category><![CDATA[Literatuur]]></category>
		<category><![CDATA[Doeschka Meijsing]]></category>
		<category><![CDATA[Fotografie]]></category>
		<category><![CDATA[NRC Handelsblad]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.reinjanmulder.nl/?p=2578</guid>
		<description><![CDATA[Door Reinjan Mulder Het moet in 1975 zijn geweest dat ik net was toegetreden tot het illustere gezelschap literatuurmedewerkers van NRC Handelsblad en op zoek was naar een interessante, jonge schrijver om te interviewen. Ik had alleen nog maar recensies en polemieken geschreven, en wilde eindelijk wel eens weten wat sommige van die schrijvers bewoog, over [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Door Reinjan Mulder</strong><br />
Het moet in 1975 zijn geweest dat ik net was toegetreden tot het illustere gezelschap literatuurmedewerkers van <em>NRC Handelsblad</em> en op zoek was naar een interessante, jonge schrijver om te interviewen. Ik had alleen nog maar recensies en polemieken geschreven, en wilde eindelijk wel eens weten wat sommige van die schrijvers bewoog, over wie ik zoveel schreef.</p>
<div id="attachment_2580" class="wp-caption alignleft" style="width: 310px"><a href="http://www.reinjanmulder.nl/wp-content/uploads/2012/01/P10007611.jpg" rel="lightbox[2578]"><img class="size-medium wp-image-2580  " title="P1000761" src="http://www.reinjanmulder.nl/wp-content/uploads/2012/01/P10007611-300x225.jpg" alt="" width="300" height="225" /></a><p class="wp-caption-text">Reinjan Mulder: Doeschka Meijsing, 1975, foto uit De Revisor juni 1976</p></div>
<p>Ik denk dat Doeschka Meijsing de eerste of de tweede was, bij wie ik in mijn hele leven als interviewer ben langs geweest. Ik had haar boek <em>De hanen en andere verhalen </em>uit 1974 gelezen en besproken en had het idee dat hier een totaal nieuw en jong geluid te horen was. En was ik daarvoor niet onder meer aangetrokken door Bert Poll? Stukken over oude wijze mannen had het <em>Cultureel Supplement</em> in die tijd al meer dan genoeg.<br />
Het interview met van Doeschka Meijsing kwam uiteindelijk nogal hals-over-kop tot stand. Op vrijdagmiddag belde ik de jonge schrijfster op met de mededeling dat ik met haar wilde praten maar dan wel zo snel mogelijk, omdat de krant het interview al de vrijdag daarop wilde plaatsen.<br />
Dat kwam niet zo goed uit, zei ze, omdat ze op het <span id="more-2578"></span>punt stond met een gezelschap naar een huisje in Laag Keppel te vertrekken.<br />
O, maar dat dat was geen bezwaar, vond ik. Dan kwam  ik toch naar dat huisje in Laag Keppel. Ik zat al genoeg binnen om boeken te lezen, en leuke van interviewen was nu net dat je zo nog eens ergens kwam waar je anders nooit zou komen.</p>
<p>Ik had, dat durf ik nu wel toe te geven, die zaterdagmiddag in Laag Keppel nog maar bar weinig ervaring als interviewer, en Doeschka waarschijnlijk nog minder ervaring als geïnterviewde, en zoals dat gaat:<em> the first cut is the deepest</em>. Ik was al snel diep onder de indruk. Ze had me met een prachtige, glanzende Citroën DS in een naburig dorpje opgepikt en binnen een uur zaten we intensief op twee rotanstoeltjes met elkaar te praten alsof ons leven er van af hing, terwijl er af en toe een paar vreemde vrouwen om de hoek keken.<br />
Ik kwam die zaterdagvond met een dik pak aantekeningen thuis. Wat een wereldwijsheid, wat een belezenheid, en vooral: wat een zelfvertrouwen: &#8216;Ik ga uit van de verbeelding!&#8217; Dit kende ik niet uit de boeken uit die tijd. Na afloop van ons gesprek toverde ik ook nog maar even mijn rolleiflex tevoorschijn, omdat ik, zei ik, ook graag nog een paar foto&#8217;s van haar wilde maken. Liefst in de setting waarin ook het gesprek had plaatsgevonden. Het plaatje bij het praatje dat we hadden gehad.<br />
Het werd een mooie serie foto&#8217;s, al zeg ik het zelf, die vormgever Kees Endenburg de vrijdag daarop bijna integraal in het Cultureel Supplement afdrukte, als een soort strip. Doeschka aan een laag glazentafeltje, lachend en met in verschillende posities een klein glaasje creme de cacao in haar hand. Ze mocht graag wat drinken als ze moest praten of college geven, bekende ze me later, dan kwamen de woorden wat makkelijker haar mond uit.<br />
Daarna gingen we naar buiten om bij beter licht nog wat foto&#8217;s in de vrije natuur te maken. Die werden zo mogelijk nog mooier. In de wei. Onder de bomen. Twee daarvan zijn later in De Revisor verschenen, bij een interview door Tom van Deel.<br />
Na het interview hebben we elkaar hooguit nog een paar keer gesproken. Eén keer tussen twee colleges door, in café De Zwart, en een andere keer toen ik haar na een lange zomerse fietstocht door de Betuwe op haar uitnodiging opzocht in haar nieuwe, vrijstaande huis in Langbroek, waar ze net met haar vriendin Gerda Meijerink was neergestreken, na een lange.<br />
Daarna zag ik haar soms nog wel eens lopen op het Amstelveld, waar ze om de hoek was komen wonen. Altijd met een hond. Ze was inmiddels ander werk gaan maken, dat me om allerlei redenen minder zei, en had op die tijd van de dag meestal ook nog te weinig gedronken om weer net zo makkelijk aansluiting te vinden als toen in Laag Keppel.<br />
&#8216;Wat waren we nog jong, toen,&#8217; heeft ze me nog wel een keer toegevoegd, toen we het jaren later weer even over de fotoserie uit 1975 hadden.</p>
<p>Pas met haar laatste boeken, <em>100% Chemie</em> en vooral  <em>Over de liefde, </em>wist ze me weer net zo te boeien als in het begin. Maar dat heb ik haar helaas niet meer kunnen &#8211; of willen &#8211; zeggen.</p>
<p><em>Naschrift. Nadat ik dit stukje geschreven had, heb ik nog even &#8216;De Hanen en andere verhalen&#8217; uit de kast gehaald. Het interview in Laag Keppel vond op 10 mei 1975 plaats, zie ik. In een keurig verzorgd handschrift staat voorin als opdracht geschreven: &#8216;In de hoop dat de interviewer net zoveel is duidelijk geworden als de schrijfster zelf &#8211; Doeschka Meijsing&#8217; .<br />
Vreemd detail: op de achterflap van &#8216;De hanen&#8217; worden de zeven verhalen binnenin al &#8216;wereldwijs&#8217; genoemd. Zou ik dat woord al die 38 jaar lang onbewust ergens in mijn hoofd hebben vastgehouden? </em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.reinjanmulder.nl/2012/01/the-first-cut-bij-de-dood-van-doeschka-meijsing/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Crisis? Ho maar! Bezoek aan Das Zahngold blijft groeien</title>
		<link>http://www.reinjanmulder.nl/2011/12/crisis-ho-maar-bezoek-aan-das-zahngold-blijft-groeien/</link>
		<comments>http://www.reinjanmulder.nl/2011/12/crisis-ho-maar-bezoek-aan-das-zahngold-blijft-groeien/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 19 Dec 2011 15:52:54 +0000</pubDate>
		<dc:creator>reinjanmulder</dc:creator>
				<category><![CDATA[Binnenland]]></category>
		<category><![CDATA[Zahngold]]></category>
		<category><![CDATA[Aqua Paradise]]></category>
		<category><![CDATA[Arnon Grunberg]]></category>
		<category><![CDATA[Coffee Company]]></category>
		<category><![CDATA[Connie Palmen]]></category>
		<category><![CDATA[Els Swaab]]></category>
		<category><![CDATA[Gymnasium]]></category>
		<category><![CDATA[J.M. Meulenhoff]]></category>
		<category><![CDATA[Job Lisman]]></category>
		<category><![CDATA[klaarkomende vrouwen]]></category>
		<category><![CDATA[Marek van der Jagt]]></category>
		<category><![CDATA[Opnieuw beginnen]]></category>
		<category><![CDATA[Reinjan Mulder]]></category>
		<category><![CDATA[Robert Vuijsje]]></category>
		<category><![CDATA[Sander Knol]]></category>
		<category><![CDATA[Sanne Sannes]]></category>
		<category><![CDATA[Tiel]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.reinjanmulder.nl/?p=2508</guid>
		<description><![CDATA[Door onze mediaredactie Het bezoek aan de website Das Zahngold is het afgelopen jaar voor de derde maal in reeks behoorlijk gestegen. Met nog bijna twee weken te gaan, zijn er dit jaar al twintig procent meer bezoekers langs geweest dan in het hele vorige jaar. Met zijn allen zorgden zij er voor dat er [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Door onze mediaredactie</strong><br />
Het bezoek aan de website <em>Das Zahngold</em> is het afgelopen jaar voor de derde maal in reeks behoorlijk gestegen. Met nog bijna twee weken te gaan, zijn er dit jaar al twintig procent meer bezoekers langs geweest dan in het hele vorige jaar. Met zijn allen zorgden zij er voor dat er dit jaar  ruim 15% meer pagina&#8217;s werden bekeken van de vier jaar geleden opgerichte website.<br />
Naar verwachting zal het aantal page-views dit jaar boven de 14 duizend uitkomen. Bijna tweeduizend meer dan vorig jaar. Populaire onderwerpen waren dit keer <em>Coffee Company</em>, het nieuwe boek van hoofdredacteur Reinjan Mulder, de perikelen van J.M. Meulenhoff en haar afgezette directeur Sander Knol (samen 645 pageviews), de vermeende wanprestaties van het bedrijf Aqua Paradise in Almere (545) en de &#8216;discriminerende&#8217; directeur Ann Goldstein van het Stedelijk Museum (164).<br />
Los daarvan was de term waarop op de één na meeste bezoekers de site binnenkwamen &#8211; net als in 2010 &#8211; weer &#8216;klaarkomende <span id="more-2508"></span>vrouwen&#8217;. Dit woord komt <em>en passant </em>voor in een artikel over de fotograaf Sanne Sannes, en dat heeft ook in 2011 voor ongeveer 1% van de bezoekers gezorgd. Te weinig om de site hier nu helemaal op te gaan richten, maar genoeg om de tag &#8216;klaarkomende vrouwen&#8217; er in te houden. Hoofdredacteur Reinjan Mulder: &#8216;Pornoliefhebbers zijn ook mensen, en al raakt maar één van hen via de klaarkomende vrouwen in Heines Harzreis of Sebalds gedicht  <em>After nature</em> geïnteresseerd, dan is dat niet voor niets geweest.&#8217;<br />
Veel genoegen beleefden deze laatste categorie bezoekers, zo te zien, overigens niet aan de site. Gemiddeld &#8211; maar wat is in dezen gemiddeld? &#8211; bleven zij slechts 5 seconden bij <em>Das Zahngold </em>hangen,<em> </em>tegen een gemiddelde bezoektijd van 1 minuut en 38 seconden voor iedereen. Erg veel klaarkomende mannen zullen de klaarkomende vrouwen van <em>Das Zahngold</em> dus in 2011 niet hebben opgeleverd.<br />
Van de natuurlijke personen voor wie het afgelopen jaar via Google veel mensen naar de site kwamen, heeft de advocate en voormalig PCM-bestuurder Els Swaab inmiddels de Prometheus hoofdredacteur Job Lisman verslagen. Speciaal voor Swaabs wederwaardigheden bij het roemloos ineengestorte bedrijf PCM kwamen dit jaar weer 101 nieuwe bezoekers langs, een stijging met ongeveer 45%. Populairder nog dan Swaab en Lisman waren echter de schrijvers Robert Vuijsje (420 page-views, met stip) en Connie Palmen (339). Zij werden op enige afstand gevolgd door de ontslagen Meulenhoff-directeur Sander Knol, bij wie opviel dat de 286 bezoekers die het artikel over hem begonnen te lezen, daarin gemiddeld meer dan vier minuten bleven doorlezen. Onder de mensen die speciaal voor &#8216;Sander Knol&#8217; of &#8216;Sander Knol ontslagen&#8217; de site bezochten, lag de gemiddelde leestijd zelfs op 5.47 minuten. Bijna een record, en lang genoeg, dunkt ons, om het betrekkelijk korte stuk goed in je op te nemen.<br />
Mooi op peil bleven in 2011 de lezersaantallen bij de wat oudere onderwerpen als de ondergang van het Tielse Gymnasium (218 pageviews), de Harzreis in het voetspoor van Heine en Martin van Amerongen (144), de recensies en interviews over het boek <em>Opnieuw beginnen </em>(220) en de dodelijke hoogspanningsdraad op de grens van Zeeuws-Vlaaanderen (162).<br />
Goed bezochte nieuwe stukken waren dit keer die over de tien jaar geleden overleden Duits-Engelse schrijver W.G.Sebald en zijn bewonderaar Patti Smith (204), het uit het Nieuwsblad Geldermalsen overgenomen krantenstukje over een tentoonstelling van de tien jaar geleden overleden schilder Piet Mulder en enkele nieuwe bijdragen over de nu 40-jarige Arnon Grunberg en zijn alter ego Marek van der Jagt.<br />
Genoeg reden, zo laat de trotse hoofdredacteur ons zojuist weten, om volgend jaar weer met veel energie &#8216;Reinjan Mulder&#8217;s Nieuws- en advertentieblad&#8217; voort te zetten: &#8216;Een snel groeiend medium voor jong en oud, met een goed evenwicht tussen ernst en luim, daar moet je zuinig op zijn, in deze tijd van recessie en depressie!&#8217;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.reinjanmulder.nl/2011/12/crisis-ho-maar-bezoek-aan-das-zahngold-blijft-groeien/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Reinjan Mulder in &#8216;Trouw&#8217; over de roman Coffee Company: &#8216;Uitgeven is het vak van de hoop&#8217;</title>
		<link>http://www.reinjanmulder.nl/2011/12/het-trouw-interview-reinjan-mulder-over-de-kracht-van-de-coffee-company/</link>
		<comments>http://www.reinjanmulder.nl/2011/12/het-trouw-interview-reinjan-mulder-over-de-kracht-van-de-coffee-company/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 14 Dec 2011 10:38:29 +0000</pubDate>
		<dc:creator>reinjanmulder</dc:creator>
				<category><![CDATA[Coffee Company]]></category>
		<category><![CDATA[Literatuur]]></category>
		<category><![CDATA[Babel & Voss]]></category>
		<category><![CDATA[cilinderbureau]]></category>
		<category><![CDATA[De Geus]]></category>
		<category><![CDATA[J.M. Meulenhoff]]></category>
		<category><![CDATA[Nobelprijs]]></category>
		<category><![CDATA[Reinjan Mulder]]></category>
		<category><![CDATA[Van 't Hoff]]></category>
		<category><![CDATA[Willem Elsschot]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.reinjanmulder.nl/?p=2485</guid>
		<description><![CDATA[Vandaag verscheen in het dagblad Trouw een interview door Joost van Velzen over de roman Coffee Company. Hieronder &#8211; met dank aan Trouw &#8211; de tekst. Door Joost van Velzen Hier op het Waterlooplein zou het geweest kunnen zijn, de ontmoeting tussen de twee mannen. In deze vestiging van dit koffieconcept. Want de roman Coffee [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><em>Vandaag verscheen in het dagblad Trouw een interview door Joost van Velzen over de roman Coffee Company. Hieronder &#8211; met dank aan Trouw &#8211; de tekst. </em><br />
<strong>Door Joost van Velzen<br />
</strong>Hier op het Waterlooplein zou het geweest kunnen zijn, de ontmoeting tussen de twee mannen. In deze vestiging van dit koffieconcept. Want de roman <em>Coffee Company</em> van Reinjan Mulder, speelt zich af tussen de barista&#8217;s en de laptops.</p>
<div id="attachment_2496" class="wp-caption alignright" style="width: 310px"><img class="size-medium wp-image-2496" title="CCfoto-1" src="http://www.reinjanmulder.nl/wp-content/uploads/2011/12/CCfoto-1-300x224.jpg" alt="Coffee Company Waterlooplein" width="300" height="224" /><p class="wp-caption-text">Coffee Company Waterlooplein</p></div>
<p>In het boek raken twee mannen met elkaar in gesprek in een hippe koffiebar. De een is geslaagd uitgever met meer dan dertig Nobelprijswinnaars in zijn fonds, de ander is kenner van de scheikundige J.H. van &#8216;t Hoff, eveneens Nobelprijswinnaar &#8211; de allereerste nog wel. Geleidelijkaan ontstaat er dan een vertrouwensband tussen de twee mannen, die meer op elkaar lijken dan ze wellicht zelf beseffen.<br />
Het verhaal wordt overgoten door een enorme hoeveelheid latte&#8217;s en cappuccino&#8217;s die de mannen tussen de bedrijven door voor elkaar halen.<br />
We ontmoeten elkaar aan de lange houten tafel in één van de 34 filialen van de Coffee Company &#8211; waar anders? Mulder is schrijver en uitgever. Hij richtte in 2010 met Daan Heerma van Voss en Daniël van der Meer Babel &amp; Voss Uitgevers op. Mulder heeft net een ontmoeting gehad met de mede-oprichter van de Coffee Company, die een gepassioneerd lezer blijkt: &#8220;Toen ik Mulders boek las moest ik meteen denken aan &#8216;Kaas&#8217; van Elsschot&#8221;, zegt hij. &#8220;De overeenkomst met de werkelijkheid van de Coffee Company vond ik verbijsterend.&#8221;<br />
<em>Wat zullen we nemen?<br />
</em>Mulder: &#8220;Doe mij maar <span id="more-2485"></span>een latte.&#8221;<br />
<em>Mag dat wel, een roman de titel geven van een bestaand concern?<br />
</em>&#8220;Mijn uitgever heeft voor de zekerheid eerst een mailtje gestuurd naar het hoofdkantoor van de Coffee Company. Een net verschenen boek uit de handel nemen is een kostbare zaak, dat risico wilden we niet lopen. Maar ze maakten er geen punt van. Ze hebben zich er niet mee bemoeid, zijn het ook niet gaan dwarsbomen.&#8221;<br />
<em>Waarom koos u een hippe koffiebar als locatie?<br />
</em>&#8220;Ik wilde als verbindende factor iets nieuws hebben, iets van deze tijd. De Coffee Company is het toonbeeld van de hyperindividuele samenleving. Kijk maar om je heen. Bijna iedereen hier zit alleen aan een laptop te werken, sommigen houden hier kantoor. Vroeger had je de zware bureaus, daarna de kantoortuin, nu heb je dit. Tegelijkertijd is er toch onderling contact. Aan de zijkanten zie je opvallend vaak jonge studenten zitten die elkaar hier dagelijks treffen. Anderen zijn uit op een date. Een vriendin van mijn vrouw heeft haar man in de Coffee Company ontmoet. Dit soort koffiebars winnen sterk aan betekenis. Ik ken er vrij veel, ze zijn bewust een beetje rommelig gehouden. Het is er licht, je voelt je er thuis, maar niemand bemoeit zich met je. Het is een goede formule.&#8221;</p>
<p><em>Het leven van J.H. van &#8216;t Hoff loopt dwars door het verhaal heen. Wat heeft u met Neerlands eerste winnaar van de Nobelprijs?<br />
</em>&#8220;Net als de tegenspeler in het boek, bezit ik zelf een bureau dat vermoedelijk van Van &#8216;t Hoff is geweest. Dat bureau zou aanvankelijk een kleine rol spelen in het begin van het verhaal van de twee mannen, maar dat is nogal uit de hand gelopen. Er bleek zoveel interessants over Van &#8216;t Hoff te vertellen. In het boek wil de uitgever een biografie over hem laten schrijven, maar inmiddels geloof ik echt dat er een markt is voor een biografie over hem. In de eerste opzet moest Coffee Company vooral een boek over dubbelgangers worden, waarbij ik voor de ik-figuur een uitgever had bedacht.&#8221;</p>
<p><em>Net als u zelf. Kunt u die uitgeverswereld eens kort beschrijven?<br />
</em>&#8220;Voor NRC Handelsblad heb ik 25 jaar over uitgeverijen geschreven, dus daarna dacht ik die wereld wel te kennen. Maar pas toen ik een tijdje bij De Geus in dienst was, begreep ik hoe het er werkelijk aan toe ging. De wereld rondom het uitgeven van boeken, zeker romans, draait voor de helft op geruchten, imago&#8217;s, modes. Daarna heb ik bij Meulenhoff gezien hoe zoiets grandioos mis kan gaan, hoe dramatisch het is als er alleen nog maar in omzetcijfers en targets wordt gedacht. Gelukkig had ik bij De Geus eerst ook de mooie kanten van het vak leren kennen.&#8221;</p>
<p><em>Wat is er zo mooi aan?<br />
</em>&#8220;Het contact met de auteurs is stimulerend, het redigeren, van een aardig boek een goed boek maken. Daar is veel plezier aan te beleven. Maar het mooiste is om een boek dat nog niet bestaat te laten bestaan. Het is toveren. Van niets maak je iets.&#8221;</p>
<p><em>De twee mannen die elkaar in de Coffee Company ontmoeten, ontlenen hun identiteit beiden aan iets wat eigenlijk buiten henzelf staat. Hoe werkt dat?<br />
</em>&#8220;Ze compenseren iets. Het zijn twee onzekere mannen die zich bedreigd voelen. De een compenseert dat door heel veel waarde toe te kennen aan het bezit van het bureau dat van een Nobelprijswinnaar kan zijn geweest. De ander, de uitgever, door zijn fonds vol Nobelprijswinnaars te stoppen. Maar die identiteit maakt ze kwetsbaar als er iets fout gaat.<br />
Het is een houding die ik vaak zag in de boekenwereld: als het slecht gaat klampt iedereen zich vast aan zijn status. Het aantal bezoeken aan de beurs van Frankfurt, bijvoorbeeld: &#8220;Ik ben er nu al voor de 20ste keer&#8221;, roepen ze dan om het hardst. Toen uitgeverij Meulenhoff op sterven na dood was, hielden ze naar buiten toe de schijn op dat het goed ging, door in Frankfurt het duurste hotel te nemen.&#8221;</p>
<p><em>Het gaat nog steeds slecht. Heeft het boekenvak wel toekomst?<br />
</em>&#8220;Uitgeven is het vak van de hoop. Ik heb altijd geleerd: wees optimistisch, hou jezelf niet voor de gek. En zorg dat je aan productvernieuwing doet.&#8221;</p>
<p><em>Productvernieuwing? Een boek is toch een boek?<br />
</em>&#8220;De boekenwereld zal op zoek moeten naar nieuwe auteurs, nieuwe vormgevers en nieuwe verspreidingskanalen. Denk aan de komst van de Rainbow-pockets. Dat was destijds een totaal nieuw concept. De boekenwereld zou een voorbeeld moeten nemen aan de Coffee Company. Vijftien jaar geleden zou niemand iets hebben gezien in een koffiehuis met veel personeel, zelfbediening en lekkere, maar dure koffie. Nu vragen ze voor een kopje koffie dat elders 1,50 kost rustig 3,70, en het kan niet op.&#8221;</p>
<p><em>Reinjan Mulder, Coffee Company. Uitgeverij Nieuw Amsterdam. ISBN:9789046811351; 220 bladzijden. Prijs: € 17,95</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.reinjanmulder.nl/2011/12/het-trouw-interview-reinjan-mulder-over-de-kracht-van-de-coffee-company/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Bij het verschijnen van de roman Coffee Company: mijn leven met de Nobelprijs</title>
		<link>http://www.reinjanmulder.nl/2011/11/bij-het-verschijnen-van-coffee-company-mijn-leven-met-de-nobelprijs/</link>
		<comments>http://www.reinjanmulder.nl/2011/11/bij-het-verschijnen-van-coffee-company-mijn-leven-met-de-nobelprijs/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 16 Nov 2011 11:00:04 +0000</pubDate>
		<dc:creator>reinjanmulder</dc:creator>
				<category><![CDATA[Buitenland]]></category>
		<category><![CDATA[Coffee Company]]></category>
		<category><![CDATA[Literatuur]]></category>
		<category><![CDATA[cilinderbureau]]></category>
		<category><![CDATA[De Geus]]></category>
		<category><![CDATA[Gymnasium]]></category>
		<category><![CDATA[J.M. Meulenhoff]]></category>
		<category><![CDATA[Nieuw Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Nobelprijs]]></category>
		<category><![CDATA[Oom Eeuwout]]></category>
		<category><![CDATA[Reinjan Mulder]]></category>
		<category><![CDATA[Tiel]]></category>
		<category><![CDATA[Van 't Hoff]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.reinjanmulder.nl/?p=2444</guid>
		<description><![CDATA[Toespraak bij de presentatie van de roman Coffee Company ten huize van uitgeverij Nieuw Amsterdam op 15 november 2011. Door Reinjan Mulder Eigenlijk had ik hem natuurlijk al lang moeten hebben. De Nobelprijs. U weet misschien dat honderd jaar geleden Nederlands eerste Nobelprijswinnaar J.H. van &#8216;t Hoff overleed, in Berlijn, na een vrij lang ziekbed. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><em>Toespraak bij de presentatie van de roman </em>Coffee Company<em> ten huize van uitgeverij Nieuw Amsterdam op 15 november 2011.<br />
</em><strong>Door Reinjan Mulder<br />
</strong></p>
<div id="attachment_2464" class="wp-caption alignright" style="width: 210px"><img class="size-medium wp-image-2464" title="Reinjan Mulder kleur" src="http://www.reinjanmulder.nl/wp-content/uploads/2011/11/Reinjan-Mulder-kleur-200x300.jpg" alt="Reinjan Mulder (foto Bert Nienhuis)" width="200" height="300" /><p class="wp-caption-text">Reinjan Mulder (foto Bert Nienhuis)</p></div>
<p>Eigenlijk had ik hem natuurlijk al lang moeten hebben.<br />
De Nobelprijs.<br />
U weet misschien dat honderd jaar geleden Nederlands eerste Nobelprijswinnaar J.H. van &#8216;t Hoff overleed, in Berlijn, na een vrij lang ziekbed. U leest daarover meer in mijn roman <em>Coffee Company</em>.<br />
Maar wat de meesten van u waarschijnlijk niet weten, is dat er dit jaar precies vijftig jaar geleden een grote verhuisauto voor mijn ouderlijk huis stopte, met daarin het kolossale cilinderbureau dat van deze grote J.H. van &#8216;t Hoff was geweest.<br />
Dat bureau was voor mij bestemd, als geschenk van mijn Amsterdamse oom Eeuwout, en aan dat bureau zou ik in de jaren die nog zouden volgen, de grote werken moeten voltooien die mij in de ogen van mijn familie in ieder geval op weg moesten helpen in de richting van een Nobelprijs. Ook de details van dit bureau treft u aan in het boek dat <span id="more-2444"></span>vandaag wordt gepresenteerd.<br />
Ik zal u maar meteen zeggen dat ik in dat evenaren van Van &#8216;t Hoff tekort ben geschoten &#8211; tot nu toe.<br />
Ik heb de Nobelprijs nooit gekregen en ik weet nog steeds niet of ik hem binnen afzienbare tijd krijg. Sterker, ik twijfel daar soms aan.<br />
Dat wil niet zeggen dat ik niet heel lang goed mijn best heb gedaan. Ik ging naar een vrij bekend gymnasium, in Tiel, het Stedelijk Gymnasum waarop ook Menno ter Braak had gezeten en waar ik Grieks en Latijn leerde, maar ik merkte pas veel later dat je zoiets in Nederland maar beter niet kunt doen.<br />
In Nederland komen Nobelprijswinaars van de HBS.<br />
Daarna ging in Rechten studeren. Ook geen vak waar je in Nederland snel een Nobelprijs mee wint, of je moet net T.M.C. Asser heten.<br />
Daarna ging vol goede moed de journalistiek in. Dat zou nog mogelijkheden kunnen bieden. Hoeveel Nobelprijswinnaars hebben in hun jonge jaren niet als journalist gewerkt? Gabriel Garcia Marquez, Albert Camus, Czeslaw Milosz.<br />
Ik kwam door die functie ook steeds vaker bij Nobelprijswinnaars in hun buurt. En hoe moet je anders beginnen dan door eerst te kijken hoe Nobelprijswinnaars het doen, en ze daarna na te volgen. Ik herinner me dat ik in mijn eerste dagen als literatuurredacteur bij NRC Handelsblad naar Straatsburg ging, waar ik een aardige Duits-Roemeense schijfster leerde kennen die ik maar meteen vroeg een stukje te schrijven voor mijn kant. En dat deed ze &#8211; Herta Müller was haar naam &#8211; en nog geen twintig jaar later had ze zowaar de Nobelprijs te pakken. Zodat ik nu in ieder geval kan zeggen dat ik de Nobelprijs dan nog wel niet heb, maar al wel eens een Nobelprijswinnaar aan het werk heb gezet.<br />
Daarna leerde ik ook snel Nobelprijswinnaars kennen die de prijs al hadden, en zette ik ook hen geregeld aan het werk. Maar het merkwaardige, dat zeg ik maar meteen, is dat dit me nooit veel dichter bij het raadsel van de Nobelwaardigheid heeft gebracht. Ik zat in een comité dat Josip Brodsky vroeg de Huizingalezing te houden, wat hij deed, en daarna deden we hetzelfde met Nadine Gordimer, die het ook deed. Ik kende inmiddels niet alleen verschillende Nobelprijswinnaars, ik haalde ze ook naar Nederland en zat daar met hen aan tafel, in een knus restaurantje in Leiden.<br />
Maar in Oslo maakte dat, moet ik nu concluderen, nog altijd weinig indruk.<br />
Daarna heb ik ook nog wel eens een winnaar thuis opgezocht. U weet waarschijnlijk dat de winnaars van de prijs later een belangrijke stem hebben bij het bepalen van de groslijst waaruit de nieuwe winnaars worden gekozen. Ik moest toch op een of andere manier hun vertrouwen winnen. Zo bezocht ik de Poolse schrijver Czeslaw Milosz in zijn gezellige huis in Krakow, voor een interview in NRC Handelsblad, en overlaadde ik hem en zijn lieftallige vrouw daar met allerlei gedenkwaardige cadeautjes uit Amsterdam.<br />
Weer tevergeefs. Ik werd nog niet eens genoemd, als kanshebber, in de lijstjes die daarna elk jaar in oktober circuleerden. En een paar jaar later ging Milosz tot overmaat van ramp ook nog eens dood.<br />
Ik moest drastischer maatregelen nemen, bedacht ik, en ik besloot Nobelprijswinnaars te gaan uitgeven. Ik liet ze niet alleen  boeken schrijven, ik hielp die boeken ook nog aan een publiek. Ik trad in 1998 dienst bij Uitgeverij De Geus en een van de eerste aankopen na mijn komst was de Italiaanse toneelmaker Dario Fo, winnaar van de Nobelprijs in 1997.<br />
Uiteraard nodigde we Fo bij het verschijnen van zijn boek meteen maar naar Nederland uit, waar De Geus met hem als stralend middelpunt zijn vijftienjarig bestaan wilde vieren, maar dat leverde ons bar weinig op.<br />
Dario Fo kwam niet. Hij had geen tijd voor ons jubileum, liet hij iemand weten met wie wij weer contact hadden. Met het gevolg dat we nog jarenlang met duizenden boeken van deze  winnaar opgescheept zaten.<br />
Daarna heb ik bij de verschillende uitgeverijen waar ik heb gewerkt meer Nobelprijswinnaars uitgegeven. Wie herinnert zich niet de schitterende boeken die we van Laxness, van Claude Simon, van Gabriel Garcia Marquez, van Wislawa Szymborska, van Mario Vargas Llosa hebben uitgegeven. Voor tientallen van deze boeken heb ik mede verantwoordelijkheid gedragen. Ja, bij Meulenhoff hadden we op een gegeven moment zelfs een speciale Nobelprijs-bibliotheek bedacht, met tien Nobelprijswinnaars in één aanbieding, en daarna ook nog eens een reeks met wat we de &#8216;Nobelprijswinnaars van morgen&#8217; noemden: mensen die de grootste literatuurprijs ter wereld weliswaar nog niet gewonnen hadden, maar&#8230; die al wel werden &#8216;genoemd&#8217;: als toekomstige winnaars.</p>
<p>Het hielp allemaal niets.<br />
Nada.<br />
Ik herinner me nog een mooie, indringende brief van de Duitse winnaar Günter Grass te hebben ontvangen, die zich alleen maar bezorgd afvroeg wat er toch allemaal bij Meulenhoff aan de hand was, en die ik daarna in een net zo mooi en indringend Duits heb proberen te beantwoorden dat het ons uitstekend ging.<br />
Maar mij hielp dat niets verder. De prijs bleef aan mijn neus voorbij gaan.<br />
Daarom heb ik nu &#8211; letterlijk ten einde raad &#8211; besloten om drastischer stappen te zetten, en tot het uiterste middel over te gaan waarover ik de beschikking heb: ik heb zelf een roman geschreven. Na wat poëzie in mijn jonge jaren en een essay in boekvorm over filosofie en literatuur heb ik me ook op het laatste genre gestort dat naar verluidt beoefend moet worden om voor de grote prijs in aanmerking te komen. Proza.<br />
En nu rest mij niet anders dan geduldig afwachten&#8230;<br />
Aan mij heeft het &#8211; na vandaag &#8211; niet meer gelegen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.reinjanmulder.nl/2011/11/bij-het-verschijnen-van-coffee-company-mijn-leven-met-de-nobelprijs/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>En dan is er&#8230; Coffee Company!</title>
		<link>http://www.reinjanmulder.nl/2011/11/en-dan-is-er-coffee-company/</link>
		<comments>http://www.reinjanmulder.nl/2011/11/en-dan-is-er-coffee-company/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 11 Nov 2011 12:54:42 +0000</pubDate>
		<dc:creator>reinjanmulder</dc:creator>
				<category><![CDATA[Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Coffee Company]]></category>
		<category><![CDATA[Literatuur]]></category>
		<category><![CDATA[Babel & Voss]]></category>
		<category><![CDATA[Jubilea]]></category>
		<category><![CDATA[Nieuw Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Nobelprijs]]></category>
		<category><![CDATA[Reinjan Mulder]]></category>
		<category><![CDATA[Van 't Hoff]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.reinjanmulder.nl/?p=2434</guid>
		<description><![CDATA[Op dinsdag 15 november wordt in Amsterdam de lang verwachte roman Coffee Company van Reinjan Mulder gepresenteerd.  Het is het  aandoenlijke verhaal van twee middelbare mannen, die door een toeval in de Coffee Company met elkaar in gesprek raken, en daar de eerste maanden niet meer mee ophouden. De ene man is een succesvol uitgever van upmarket [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div id="attachment_2435" class="wp-caption alignleft" style="width: 197px"><img class="size-medium wp-image-2435    " title="CoffeeCompany.vpl.DEF" src="http://www.reinjanmulder.nl/wp-content/uploads/2011/11/CoffeeCompany.vpl_.DEF_-187x300.jpg" alt="Omslag van Coffe Company, ontwerp Volken Beck" width="187" height="300" /><p class="wp-caption-text">Omslag van de roman Coffee Company, ontwerp Bureau Beck</p></div>
<p>Op dinsdag 15 november wordt in Amsterdam de lang verwachte roman <em>Coffee Company </em>van Reinjan Mulder gepresenteerd.  Het is het  aandoenlijke verhaal van twee middelbare mannen, die door een toeval in de Coffee Company met elkaar in gesprek raken, en daar de eerste maanden niet meer mee ophouden. De ene man is een succesvol uitgever van <em>upmarket </em>literatuur, met 33 Nobelprijswinnaars in zijn fonds en 20 bezoeken aan Frankfurt achter de rug, de ander weet alles, maar dan ook alles van Nederlands eerste Nobelprijswinnaar J.H. van &#8216;t Hoff, de illustere chemicus die Nederland voortijdig verliet omdat hij geen zin zin om elke week college te geven.<br />
Samen besluiten de twee mannen om Van &#8216;t Hoffs honderdste sterfdag op 1 maart 2011 tot iets bijzonders te maken.<br />
De presentatie begint om 5 uur, in de burelen van Nieuw Amsterdam in de Jan Luijkenstraat. Prof. Dirk van Delft, directeur van Museum Boerhaave, zal eerst de verbeelding en de waarheid rond de figuur van Van &#8216;t Hoff wat ontwarren, en daarna zal Babel &amp; Voss uitgever Reinjan Mulder iets over zijn eigen ervaringen met de Nobelprijs vertellen.<br />
Vrienden en &#8216;relaties&#8217; van de auteur en de uitgeverij zijn <span id="more-2434"></span>hierbij van harte uitgenodigd de feestelijke presentatie bij te wonen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.reinjanmulder.nl/2011/11/en-dan-is-er-coffee-company/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Zeezwijgen: Nicol Ljubic verovert Nederland</title>
		<link>http://www.reinjanmulder.nl/2011/10/zeezwijgen-nicol-ljubic-verovert-nederland/</link>
		<comments>http://www.reinjanmulder.nl/2011/10/zeezwijgen-nicol-ljubic-verovert-nederland/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 28 Oct 2011 07:23:54 +0000</pubDate>
		<dc:creator>reinjanmulder</dc:creator>
				<category><![CDATA[Literatuur]]></category>
		<category><![CDATA[Opinies]]></category>
		<category><![CDATA[Babel & Voss]]></category>
		<category><![CDATA[Nicol Ljubic]]></category>
		<category><![CDATA[NRC Handelsblad]]></category>
		<category><![CDATA[Zeezwijgen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.reinjanmulder.nl/?p=2409</guid>
		<description><![CDATA[(ingezonden mededeling) De roman van Zeezwijgen van de Duits-Kroatische schrijver Nicol Ljubic, uitgegeven door Babel &#38; Voss Uitgevers, krijgt nog steeds lovende kritieken in de dag- en weekbladen. Hieronder een bloemlezing uit de serieuzere pers van de afgelopen weken: ‘Sterke historische setting, de problematiek van nawerking en verwerking… Zeezwijgen is een roman met een sterke [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>(ingezonden mededeling)<br />
<em>De roman van </em>Zeezwijgen<em> van de Duits-Kroatische schrijver Nicol Ljubic, uitgegeven door Babel &amp; Voss Uitgevers, krijgt nog steeds lovende kritieken in de dag- en weekbladen. Hieronder een bloemlezing uit de serieuzere pers van de afgelopen weken:<br />
</em>‘Sterke historische setting, de problematiek van nawerking en verwerking… <em>Zeezwijgen</em> is een roman met een sterke plot die tot nadenken en inleven dwingt.’ – Aart van Soest in <em>Vrij Nederland****<br />
</em>‘Ljubic weet zijn onderwerp prachtig teer te houden. In poëtische en filosofische beelden schrijft hij met ontzag en kritisch over de vrijwel onbegrijpelijke gebeurtenissen tijdens de Bosnische oorlog. Innemend en ontluisterend.’ – Fleur Speet in <em>FD<br />
</em>‘Liefde is wellicht het enige antwoord op oorlog. Maar zelfs liefde is soms niet genoeg… Dat zijn grote woorden… die Ljubic zelf in zijn subtiele vertelling niet nodig heeft.’ &#8211; <em>de Volkskrant****<br />
</em>‘Boordevol <em>Welthaltigkeit</em>… Wat Ljubic choqueert, is dat er midden in Duitsland jonge mensen met oorlogservaringen rond lopen… zoals Ana.’ – Anneriek de Jong in <em>NRC Handelsblad<br />
</em>‘Het zijn de achteloze zinnen van Ljubic die verontrusten… Ljubic verleidt de lezer in een voortreffelijke stijl, met afwisselend poëtische en kale, filosofische beschrijvingen… Een subliem, innemend boek dat <span id="more-2409"></span>lang bijblijft na lezing.’ - <em>De Morgen<br />
</em>‘Er worden fundamentele vragen gesteld in Zeezwijgen, maar nooit pretendeert Ljubic sluitende antwoorden te hebben… (een) meesterlijk boek dat zonder effectbejag laat zien dat het verleden je nooit los zal laten.’ &#8211; Jasper Henderson in <em>Het Parool****</em></p>
<p><em>Nicol Ljubic, Zeezwijgen. Vert. Nelleke van Maaren. Uitg. Babel &amp; Voss 192 blz. €17,95.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.reinjanmulder.nl/2011/10/zeezwijgen-nicol-ljubic-verovert-nederland/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Coffee Company (fragment 3) &#8211; De bus uit Waddinxveen</title>
		<link>http://www.reinjanmulder.nl/2011/10/coffee-company-3-de-bus-uit-waddinxveen/</link>
		<comments>http://www.reinjanmulder.nl/2011/10/coffee-company-3-de-bus-uit-waddinxveen/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 10 Oct 2011 08:20:14 +0000</pubDate>
		<dc:creator>reinjanmulder</dc:creator>
				<category><![CDATA[Coffee Company]]></category>
		<category><![CDATA[Literatuur]]></category>
		<category><![CDATA[Nieuw Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Reinjan Mulder]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.reinjanmulder.nl/?p=2387</guid>
		<description><![CDATA[Het begon allemaal met de bus uit Waddinxveen. Ik had de man in de rode montycoat al eerder gezien, in de Coffee Company. Anders was hij die ochtend ook niet zo doelgericht op me toegelopen. Misschien behoorde hij zelfs al veel langer tot de vaste bezoekers van de Coffee Company. Want dat zei nog niet [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Het begon allemaal met de bus uit Waddinxveen.<br />
Ik had de man in de rode montycoat al eerder gezien, in de Coffee Company. Anders was hij die ochtend ook niet zo doelgericht op me toegelopen.<br />
Misschien behoorde hij zelfs al veel langer tot de vaste bezoekers van de Coffee Company. Want dat zei nog niet zoveel, in dit soort zaken, iemand zien. Mensen konden hier maanden achtereen elke dag naast je aan een tafel zitten zonder dat tot je doordrong wie ze waren. Je zag ze wel, maar je onthield ze niet. Goddank. Iedereen hier was druk. Druk, druk, druk.<br />
Maar een week geleden was hij binnen een paar minuten opgeklommen tot de rang van de drie of vier mensen in de Coffee Company die ik, los van de barista’s, kende. Die ik niet meer negeren kon.<br />
Bekenden.<br />
Vrienden, om het in Facebook-termen te zeggen.<br />
Connections. Connecties.<br />
Al hadden wij het op de uitgeverij nog altijd over ‘relaties’. Als wij zeiden dat we ‘met een relatie’ meegingen, dacht niemand daar wat van.<br />
De man met de rode montycoat was op slag uit het anonieme systeem van de zaak naar voren gekomen, en hij had een gezicht gekregen. Voor mij.<br />
En wat voor een gezicht. Een grote ronde <span id="more-2387"></span>designbril met dikke randen, een meer dan karakteristieke, knobbelige neus en stevige lippen die een vrouw waarschijnlijk sensueel zou noemen en zware, borstelige wenkbrauwen.<br />
Een gezicht als van een kabouter in een kinderboek.<br />
Misschien kwam het me daarom zo bekend voor.<br />
Sindsdien behoorde hij tot de paar mensen die ik in deze Coffee Company kende, en die ik in ieder geval gedag zou zeggen bij het binnenkomen, en desnoods bij het weggaan weer.<br />
Wat niet wil zeggen dat ik ook een gesprek met ze zou beginnen. Uit mezelf. Het systeem van de Coffee Company ontleent zijn aantrekkingskracht op mensen zoals ik juist aan het vertrouwen dat je bij ontmoetingen met mede-koffiedrinkers, ook als je ze kent, zo lang mogelijk de illusie in stand kunt houden dat je geen tijd hebt om een gesprek met ze te beginnen. Nu.<br />
We komen hier om te werken. Of om te netwerken, maar dat is in onze branche hetzelfde.<br />
En we werkten ook, op de laptops die we voor ons op de tafels hadden staan. Ik op mijn zilveren MacBook Pro, en anderen op de witte Apple’tjes, die ze uit hun rugzakjes haalden. Ik had in de Coffee Company wel eens een bericht gestuurd aan iemand die slechts twee tafels verderop aan zo’n witte Apple zat. Een zakelijk bericht. Waarop ze even kort haar hoofd naar mij toe draaide, en terugmailde: ‘Laat maar komen.’<br />
Ook in de mails die we uit de Coffee Company’s aan elkaar verzenden zijn de meesten van ons kort van stof.<br />
Liefst kijk je hier, ook bij vrienden, met een zo vaag mogelijke blik vlak langs elkaar heen.<br />
Dat is in ieder geval het ideaal. De theorie. Want er zijn ook uitzonderingen op de regels. De praktijk kan soms weerbarstiger zijn. Er zijn binnen het systeem van de Coffee Company grenzen aan de door onszelf aan onszelf opgelegde zelfstandigheid. Die grenzen houden onder meer in dat er, als je eenmaal iemand kent, van praten in een zaak als deze, dat er dan voorlopig geen weg terug meer is.<br />
Je kunt zo iemand dan nog wel negeren, zo’n relatie, maar dan zoals je hem of haar ook ontvrienden kunt. Door middel van een demonstratief negeren.<br />
En dat gaat niet zonder complicaties. Velen van ons komen hier verschillende keren in de week, ik wel bijna elke dag, en je moet er niet aan denken dat de zaak hier op een dag vol zit met mensen die je hebt gekend, met wie je gepraat hebt, maar die je niet langer groeten wil. Dan komt er niet meer zoveel terecht van de vage blikken waarmee we al mijmerend langs elkaar heen naar buiten kunnen kijken.<br />
En wat moet er dan nog van het werken komen waarvoor we in de Coffee Company komen?<br />
<em>De roman Coffee Company van Reinjan Mulder, waaruit bovenstaand fragment afkomstig is, verschijnt omstreeks 10 november bij Uitgeverij Nieuw Amsterdam. </em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.reinjanmulder.nl/2011/10/coffee-company-3-de-bus-uit-waddinxveen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Uitgeverij J.M. Meulenhoff spuit weer modder &#8211; nieuwe knollen voor oude citroenen</title>
		<link>http://www.reinjanmulder.nl/2011/10/uitgeverij-meulenhoff-spuit-weer-modder-knollen-voor-citroenen/</link>
		<comments>http://www.reinjanmulder.nl/2011/10/uitgeverij-meulenhoff-spuit-weer-modder-knollen-voor-citroenen/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 05 Oct 2011 14:08:12 +0000</pubDate>
		<dc:creator>reinjanmulder</dc:creator>
				<category><![CDATA[Binnenland]]></category>
		<category><![CDATA[Literatuur]]></category>
		<category><![CDATA[Els Swaab]]></category>
		<category><![CDATA[J.M. Meulenhoff]]></category>
		<category><![CDATA[PCM]]></category>
		<category><![CDATA[Sander Knol]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.reinjanmulder.nl/?p=2370</guid>
		<description><![CDATA[Door Reinjan Mulder &#8216;Directeur Sander Knol verlaat per direct uitgeverij Meulenhoff-De Boekerij.&#8217; Het nieuws kwam toch nog later dan ik had gedacht. Een corrupter directeur dan deze Sander Knol heb ik zelden meegemaakt, maar kennelijk gedijen dergelijke directeuren in dit voor boeken soms zo gure klimaat. Ik ken Sander Knol een beetje. En mijn eerste [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Door Reinjan Mulder<br />
</strong>&#8216;Directeur Sander Knol verlaat per direct uitgeverij Meulenhoff-De Boekerij.&#8217; Het nieuws kwam toch nog later dan ik had gedacht. Een corrupter directeur dan deze Sander Knol heb ik zelden meegemaakt, maar kennelijk gedijen dergelijke directeuren in dit voor boeken soms zo gure klimaat.<br />
Ik ken Sander Knol een beetje. En mijn eerste kennismaking met de praktijken van Sander Knol zal ik niet gauw vergeten, al was het maar omdat hij mij kort daarop meende voor de rechter te moeten dagen. Het moet in de bloeitijd van het Britse hedgefonds Apax zijn geweest, omstreeks 2005, dat de leiding van het klapwiekende PCM-concern had besloten de directie van J.M. Meulenhoff tijdelijk in handen te leggen van de van de boekenclub ECI afkomstige Sander Knol en <span id="more-2370"></span>een zekere Johan de Koning, een Nederlandse beeldhouwer die carriere had gemaakt in de boezem van de Vlaamse Standaard Uitgeverij. Bij Apax draaide alles om &#8216;winstmaximalisatie&#8217; en al konden ze weinig, dat hadden de beide heren in ieder geval goed in de vingers. Samen begonnen ze, in lijn met het hebzuchtige Britse moederbedrijf, al het nog resterende vermogen van J.M. Meulenhoff snel te gelde te maken en leeg te eten. En een van de eerste daden van Sander Knol in de voormalige goudmijn was om de vormgeving van het zieltogende bedrijf grondig aan te pakken. En hoe! De vertrouwde vormgevers werden voor een groot deel de laan uit gestuurd, en wij, redacteuren, kregen de opdracht snel contact op nemen met ene &#8216;Marlies Visser&#8217;, een schrijfster van kinderboeken die ook wel eens boekomslagen voor De Boekerij zou hebben gemaakt. Sander Knol was ook directeur van De Boekerij en had daar, zei hij, goede ervaringen opgedaan met Vissers ontwerpen.<br />
Samen met redacteur Bart Kraamer (inmiddels ontslagen) had ik op een ochtend een lang kennismakingsgesprek met mevrouw Visser, en naief als we waren, legden we haar geduldig uit dat Sander Knol op dat moment de directie van J.M. Meulenhoff waarnam en dat we erover dachten wat ontwerpen bij haar te bestellen. Ze hoorde onze mededelingen over Sander Knol zonder een kik te geven aan, en zei wel geïnteresseerd te zijn in het maken van ontwerpen voor ons, al zou dat wel tegen een speciaal tarief zijn.<br />
Om een lang verhaal kort te maken, de overbetaalde freelance ontwerpster Marlies Visser bleek na een tijdje niets minder dan de echtgenote van onze eigen Sander Knol te zijn. De nieuwe directeur had als eerste daad voor het noodlijdende bedrijf zijn vrouw aan een goed betaald klusje geholpen, zonder ons daar ook maar iets van te zeggen. Later bleek Sander Knol ook al lang en breed met de productieafdeling te hebben bedisseld dat Marlies Visser aanzienlijk meer voor haar ontwerpen zou krijgen dan gebruikelijk was bij ons. Dat had ons natuurlijk al meteen wantrouwig moeten maken. Zoveel geld voor een schrijfster over prinsesjes!<br />
Voor haar eerste Meulenhoff-ontwerp had Marlies Visser ook al direct een goed idee: ze wilde er een kunstwerk van een bevriende kunstenares op zetten &#8211; een werk dat later bij de familie Knol thuis boven het bankstel bleek te hangen. Dat moest het leidende beeld voor het nieuwe boek van Marilyn French leveren.<br />
Wat weinigen van ons daarna verbaasde, was dat de nieuwe Marilyn French, een van de weinige top-auteurs die Meulenhoff nog in huis had, in een enorm debacle eindigde. Al meteen tijdens de eerste verkoopgesprekken vroeg de boekhandel massaal om een ander omslag. Maar dat werd door directeur Sander Knol tot het einde toe hooghartig geweigerd. Hij kon zich ab-so-luut niet voorstellen dat iemand het schilderij dat hij thuis boven de bank had hangen niet mooi zou vinden.<br />
Geleidelijkaan werden alle oude Meulenhoff-krachten die zich over de merkwaardige gang van zaken in het bedrijf verwonderden ontslagen, de bureauredactie verdween, de productieafdeling, en in de maanden die volgden kreeg mevrouw Knol van meneer Knol de ene na de andere dubbelbetaalde opdracht.<br />
Ik heb wel eens gehoord dat de vroegere AP-directeur Theo Sontrop na vijven soms even in het magazijn verdween, om daar een kostbaar deeltje Privédomein achterover te drukken dat hij snel bij antiquariaat Kok in de Hoogstraat verkocht om zo tot elf uur &#8216;s avonds in De Koningshut rondjes te kunnen geven, maar vergeleken met wat Meulenhoff-directeur Sander Knol hier presteerde was dat natuurlijk <em>peanuts</em>. Dit was belangenverstrengeling in het groot. Maar wat wil je ook in een bedrijf waar de top er al gauw met miljoenen vandoor gaat: dan laat de sub-top ook af en toe eens een handje in de suikerpot verdwijnen.<br />
Zelf kreeg ik ook al gauw de wind van voren, vooral toen ik eens voorzichtig had gerefereerd aan de gedragscode van PCM, die bepaalde dat wij geen opdrachten aan familieleden mochten gunnen. Ik werd onmiddellijk door directeur Knol aan een langdurig kruisverhoor onderworpen, tijdens een besloten tribunaal waarbij de nieuwe uitgeefsters Judith Uyterlinde en Xandra Schutte schutterig aan weerzijden van Knol als griffiers mochten fungeren, en niet lang daarna werd ik door de firma Boekel de Neree van PCM-kopstuk Els Swaab voor de rechter gedaagd, waar advocate Marjan van Eck (&#8216;Eckje&#8217;) mij in alle toonaarden van gebrekkig functioneren en &#8216;oncollegiaal gedrag&#8217; tegenover Sander Knol betichtte.<br />
Zo lustte ik er nog wel een paar. Het kon ook de rechter absoluut niet overtuigen, Sander Knol werd verboden mij te ontslaan, met het gevolg dat J.M. Meulenhoff uiteindelijk weer een paar ton euro&#8217;s lichter was.<br />
Arme, arme Sander Knol. Nu heeft deze warme boekenbakker eindelijk een koekje van eigen deeg gekregen. Maar mevrouw Knol zal met al haar goed betaalde Meulenhoff-opdrachten nu inmiddels wel binnen zijn: kunnen ze in ieder geval samen op de bank onder hun prachtige, artistieke Marilyn French-omslag uithuilen en, naar ik niet al te oprecht hoop, ergens anders weer opnieuw bakken vol geld beginnen binnen te halen.<br />
<em>Naschrift: het volledige Meulenhoff-Mulder dossier zal binnenkort naar de afdeling Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam verhuizen, waar het voor serieuze belangstellenden vrijelijk zal zijn in te zien. </em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.reinjanmulder.nl/2011/10/uitgeverij-meulenhoff-spuit-weer-modder-knollen-voor-citroenen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Marieke Smithuis over Zeezwijgen: wie is Nicol Ljubic?</title>
		<link>http://www.reinjanmulder.nl/2011/10/marieke-smithuis-wie-is-nicol-ljubic/</link>
		<comments>http://www.reinjanmulder.nl/2011/10/marieke-smithuis-wie-is-nicol-ljubic/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 03 Oct 2011 16:18:09 +0000</pubDate>
		<dc:creator>reinjanmulder</dc:creator>
				<category><![CDATA[Buitenland]]></category>
		<category><![CDATA[Literatuur]]></category>
		<category><![CDATA[Babel & Voss]]></category>
		<category><![CDATA[Collaboratie]]></category>
		<category><![CDATA[Duitsland]]></category>
		<category><![CDATA[Goethe Institut]]></category>
		<category><![CDATA[Nicol Ljubic]]></category>
		<category><![CDATA[Zeezwijgen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.reinjanmulder.nl/?p=2400</guid>
		<description><![CDATA[Deze week was de Duitse schrijver Nicol Ljubic even in Amsterdam, als gast van het Goethe Institut en Uitgeverij Babel &#38; Voss. Tijdens een geanimeerde avond over de vertaling van zijn laatste roman &#8216;Zeezwijgen&#8217;  werd hij in een prachtig Duits ingeleid door de Nederlandse critica en journaliste Marieke Smithuis. Wij drukken haar inleiding hieronder integraal [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><em>Deze week was de Duitse schrijver Nicol Ljubic even in Amsterdam, als gast van het Goethe Institut en Uitgeverij Babel &amp; Voss. Tijdens een geanimeerde avond over de vertaling van zijn laatste roman &#8216;Zeezwijgen&#8217;  werd hij in een prachtig Duits ingeleid door de Nederlandse critica en journaliste Marieke Smithuis. Wij drukken haar inleiding hieronder integraal af. </em></p>
<p><em></em>Wer ist Nicole Ljubic, und wo kommt er her? Viele wissen es bereits. Sie haben vielleicht Ljubic’ Buch gelesen, in dem er beschreibt, wie sein eigener Vater als junger Mann der Armut in Kroatien entfloh und wilde Abenteuer erlebte, bevor er sich schließlich in einem deutschen Reihenhaus niederließ. Oder sie haben  Ljubic’ feinsinnigen und mitunter auch witzige Bericht über seinen Eintritt in die SPD gelesen, der 2004 in der <em>Zeit</em> erschien. Der Titel lautete bezeichnenderweise &#8220;Als ich Rot wurde&#8221;. Ljubic hat hierfür den Theodor-Wolff-Preis erhalten. Neben seiner journalistischen Arbeit erregten auch seine Bücher Aufmerksamkeit: 2002 erschien der Roman <em>Mathildas Himmel</em> und 2004 das passende Werk zum bereits erwähnten Artikel in der <em>Zei</em>t: <em>Genosse Nachwuchs</em> – <em>Wie ich die Welt verandern wollte</em>. Aber obwohl viele Menschen also schon wissen, wer Nicole Ljubic ist, gibt es natürlich immer noch Welche, hier und in Deutschland, die es nicht wissen &#8230; Und die könnten sich fragen, woher dieser exotische Name kommt, denn so &#8220;richtig&#8221; Deutsch hört er sich ja irgendwie nicht an. Oder?<br />
Nach öffentlichen Lesungen, so hat Nicole Ljubic einmal erzählt, kommen immer wieder Leute auf Ihn zu, die wissen wollen, wo er denn so gut Deutsch gelernt hat. Woraufhin er dann antwortet: &#8220;Ach, es war nicht so schwer. Ist ja meine Muttersprache&#8221;.</p>
<p><span id="more-2400"></span>Nicole Ljubic wurde 1971 in Zagreb geboren, als Sohn einer deutschen Mutter und eines kroatischen Vaters. Seine Jugend verbrachte er in Schweden, Russland und eben auch in Deutschland, wo er zur Schule ging und später dann Politikwissenschaften und Publizistik studierte. Seinem kroatischen Vater war es sehr wichtig, dass sein Sohn deutsch sprach und auch gute Noten nach Hause brachte. &#8220;Sonst&#8221;, sagte der Vater, &#8220;hast Du in Deutschland keine Chance.&#8221;<br />
Wer aber oft von anderen als &#8220;anders&#8221; betrachtet wird, wird sich wahrscheinlich irgendwann fragen, was es eigentlich bedeutet, <em>anders</em> zu sein. Was macht jemanden zum <em>Anderen</em>? Seine persönliche Geschichte? Das Aussehen oder das Benehmen? Oder gibt es gar kein Anders-sein? Ist es nur eine Fiktion, von uns selbst &#8211; den wiederum Anderen &#8211; erfunden? Eine Vorstellung nur, die sich dennoch hartnäckig hält, mit mitunter furchtbaren Folgen. Jedem Krieg liegt auch ein Denken in Gegenüberstellungen und Abgrenzungen zugrunde. Dann heisst es: Wir gegen die Anderen. In Europa  hat die ethnisch begründete Form des Andersseins zuletzt zum Völkermord in Jugoslawien geführt. Das auseinanderfallende Jugoslawien der 90er Jahre bildet auch den historischen Hintergrund zu Ljubic’  Roman <em>Meeresstille</em> &#8211; einer im Übrigen hochkomplizierten Liebesgeschichte.<br />
Robert, Ljubic’ Hauptperson und zugleich Erzähler seiner Geschichte, wünscht sich ein Zusammenleben mit Ana. Er ist sehr verliebt, also will er nichts anderes, als bei ihr zu sein und zu ihr zu gehören. Robert ist ein Deutscher, wenn auch sein Vater einst, aber lange her, aus Kroatien kam. Ana ist Serbin; sie kommt ursprünglich aus Visegard in Bosnien, wo sie mit ihrer Mutter und ihrem intellektuellen Vater lebte, bevor der Krieg begann. Ihr Vater war dort professor und ein anerkannter Shakespeare-kenner.<br />
Hier in den Niederlanden glauben viele Leute schon ein bisschen zu wissen, was in diesem Krieg passiert ist. Wir haben gesehen, wie Mladic unserem Oberst Karremans zugeprostet hat (<em>ja echt waar</em>). Das sind Bilder, die wir nicht so schnell vergessen werden. Von Visegrad, der Stadt an der Drina, wo Ana herkommt, wissen wir aber meistens weniger oder auch eben nichts. Aber: auch dort wurden Muslime ermordet und vetrieben. In einigen Fällen wurden sie von Männern, die sich als Mitarbeiter des Roten Kreuzes ausgaben, in Hauser gelockt, die vorher praepariert wurden mit leicht entflammbarem Material, und die Familien, die hier &#8220;untergebracht&#8221; wurden, wurden bei lebendigem Leib verbrannt. Männer, Frauen, Kinder. Ihre Mörder standen draußen und hörten ihnen beim Schreien zu.<br />
Zu Beginn von <em>Meeresstille</em> nimmt Robert in Den Haag an einer Sitzung des Internationalen Strafgerichtshofes teil. Anas Vater sitzt auf der Anklagebank. Ihm wird vorgeworfen, am Mord von 42 Muslimen die Mitschuld zu tragen. Er soll sie in ein Haus gelockt haben, das später in Flammen aufging. Ana, die ihren Vater immer angebetet hat, kann und will das nicht glauben. Sie weigert sich, ihn als Täter zu sehen, zieht eine Grenze zwischen ihren Realitäten und schafft damit eine Kluft, die das Kernthema von <em>Meeresstille </em>bildet. Robert liebt Ana  über alle Maßen, aber er möchte dennoch verhindern, dass seine Liebe ihn in moralischer Hinsicht korrumpiert.<br />
In <em>Meeresstille </em>ist das &#8220;Anderssein&#8221; das stets wiederkehrende Thema. Die vermeintlichen oder tatsächlichen Unterschiede zwischen dem &#8220;Ich&#8221; und dem &#8220;Anderen&#8221;, dem Fremden und dem Vertrauten, zwischen Opfer und Täter, Krieg und Frieden werden sorgfältig und ewissenhaft durchleuchtet. Auffallend &#8211; und auch vielsagend &#8211; finde ich, dass er diesen Konfrontationsstoff in eine Liebesgeschichte verpackt hat. Es ist die Liebe, die Robert dazu treibt, Ana begreifen zu wollen. Wir können das vielleicht alle nachempfinden. Wer verliebt ist, will in dem Anderen aufgehen, oder nicht?  Aber ich frage Sie: Ist dieses Verlangen nicht letztlich nichts anderes als  ein Verlangen nach Selbstaufgabe?  Oder, wenn man die Frage anders stellt: nach Einheit? Wer verliebt ist, will alle Grenzen überwinden. Will rennen wie ein Hase im Feld.<br />
Aber: Für Ana bleibt Robert &#8220;der Andere&#8221;, wie wir alle immer &#8220;die Anderen&#8221; sind, jeder von uns gefangen in seinem eigenen Leben. Wenn überhaupt, dann können wir höchstens wählen zwischen Zuschauer und Betroffenem.<br />
In <em>Meeresstille</em> hat sich Nicole Ljubic ausdrücklich für Letzteres entschieden. Er ist, im wahrsten Sinne des Wortes, ein betroffener Autor. Er hat für uns, die Leser, einen Roman geschrieben, in dem er &#8220;das Andere&#8221; ganz nah heran&#8221;zoomt&#8221;, indem er das Fremde, das uns gleichzeitig anzieht und abstößt, lesbar und beinahe erlebbar macht.</p>
<p>Dies ist das große Verdienst von Nicole Ljubic in seinem zweitem Roman <em>Meeresstille</em>, woraus er Ihnen nun einige Passagen vorlesen wird.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.reinjanmulder.nl/2011/10/marieke-smithuis-wie-is-nicol-ljubic/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Reinjan Mulder: Coffee Company (fragment) &#8211; Geen vrouwenman</title>
		<link>http://www.reinjanmulder.nl/2011/09/coffee-company-fragment-geen-vrouwenman/</link>
		<comments>http://www.reinjanmulder.nl/2011/09/coffee-company-fragment-geen-vrouwenman/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 30 Sep 2011 10:49:30 +0000</pubDate>
		<dc:creator>reinjanmulder</dc:creator>
				<category><![CDATA[Coffee Company]]></category>
		<category><![CDATA[Literatuur]]></category>
		<category><![CDATA[Geen vrouwenman]]></category>
		<category><![CDATA[Nieuw Amsterdam]]></category>
		<category><![CDATA[Nobelprijs]]></category>
		<category><![CDATA[Reinjan Mulder]]></category>
		<category><![CDATA[Van 't Hoff]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.reinjanmulder.nl/?p=2358</guid>
		<description><![CDATA[In november verschijnt bij Nieuw Amsterdam Uitgevers Coffee Company, de nieuwe roman van Reinjan Mulder. Het is het verhaal van twee mannen die elkaar toevallig bij de Coffee Company tegenkomen en daar in de weken die volgen een bijzondere vriendschap ontwikkelen. De ene man is uitgever, en wel van upmarket literatuur, hij heeft 33 Nobelprijswinnaars [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><em>In november verschijnt bij Nieuw Amsterdam Uitgevers </em>Coffee Company<em>, de nieuwe roman van Reinjan Mulder. Het is het verhaal van twee mannen die elkaar toevallig bij de Coffee Company tegenkomen en daar in de weken die volgen een bijzondere vriendschap ontwikkelen. De ene man is uitgever, en wel van upmarket literatuur, hij heeft 33 Nobelprijswinnaars in zijn fonds, en de ander weet alles van de eerste Nederlandse Nobelprijswinnaar: prof. J.H. van &#8216;t Hoff. Drie maanden lang ontmoeten de twee elkaar vrijwel wekelijks tussen de lattes en laptops, vastbesloten om de honderdjarige sterfdag van Van &#8216;t Hoff in 2011 tot een evenement te maken. Hieronder als voorpublicatie de eerste bladzijde van het vierde hoofdstuk</em><em>.</em></p>
<p><em> </em>&#8230;Misschien moet ik voor ik deze geschiedenis verder vertel eerst iets meer over mezelf vertellen. Wat dat betreft. Ik bedoel, mijn… positie… in dit soort zaken.<br />
Mijn emotionele structuur.<br />
Mijn DNA, zoals ze dat tegenwoordig noemen.<br />
De verbintenissen die ik aan kan gaan.<br />
Mijn zuurtegraad.<br />
Mijn nieren.<br />
Ik zei het geloof ik al, ik was nooit zo’n prater.<br />
Ik was een solist.<br />
Daarom voelde ik me waarschijnlijk zo thuis in de Coffee Company.<br />
En ik praatte al helemaal niet graag over mijn diepste zielenroerselen.<br />
Sommigen noemden mij een binnenvetter.<br />
Een onkraakbaar molecuul.<br />
Ik sprak, zoals ik al aangaf, zelden andere mensen in openbare gelegenheden aan. En zeker geen vrouwen.<br />
En als ik ze al aansprak, vrouwen, ging het zeker niet over</p>
<p><span id="more-2358"></span>wat mij dreef in het leven. Met of zonder hen.<br />
Ik sprak liever over boeken.<br />
En als anderen mij al eens aanspraken op mijn liefdesleven, en dat waren vaker vrouwen, soms leuke vrouwen, gek genoeg, dan was ik een en al afwachting en vormelijkheid.<br />
Laat hen maar praten, dacht ik.<br />
Aan mijn reacties konden ze dan al na een halve minuut zien dat ik, waar het om de meer persoonlijke zaken ging, zelf niet zo gauw het achterste van mijn tong zou laten zien.<br />
Als mijn tong al een achterste had, natuurlijk. Want ook daaraan werd door de vrouwen die ik tegenkwam vaak getwijfeld.<br />
Daarom spraken die vreemde vrouwen mij waarschijnlijk ook minder en minder  aan. Alsof ze het roken. En dook ik zelf, ter voorkoming van misverstanden, bij het naderen van vreemde vrouwen het liefst direct in mijn kranten weg, of in de betere opiniebladen, als die op de leestafel lagen.<br />
Of ik bleef stilletjes aan een hoge tafel voor het raam of op het terras wat voor me uit zitten koekeloeren, wanneer ik doorhad dat anderen in de zaak elkaar, of &#8211; god beter &#8211; mij het hof wilden maken.<br />
Ik zag niets.<br />
Ik hoorde niets.<br />
Ik rook niets.<br />
Maar ik was er wel.<br />
Liever nog maakte ik om mijn verlegenheid te verbergen snel wat notities op mijn laptop, of in een van de kleine zwarte opschrijfboekjes die ik bij me droeg, notities van wat me op zo’n moment bezig hield en wat ik misschien nog eens tot een een artikel kon uitwerken.<br />
Een idee voor een boek.<br />
Die houding van waarnemer had mij in de loop der jaren geen windeieren gelegd. Ik zag daardoor, zolang het niet om vrouwen ging, heel wat meer dan anderen. En ik kon daar na de nodige oefening ook aardig over schrijven, al zeg ik het zelf. Ik kon wat ik zag heel goed in tekst omzetten.<br />
Anderen zeiden dat trouwens ook. Ik had vanaf mijn jonge jaren incidenteel aan een paar weekbladen meegewerkt en er was al één keer een bescheiden bloemlezing van mijn artikelen verschenen, bij een college-uitgever, die nog altijd een euro of 3 deed op <a href="http://www.boekwinkeltjes.nl">www.boekwinkeltjes.nl</a>.<br />
Al gebiedt de eerlijkheid me te melden dat ik pas sinds ik in de uitgeverij werkte met schrijven mijn brood kon verdienen.<br />
Met het schrijven van anderen.<br />
Mijn vakmanschap bestond er sindsdien uit dat ik nauwgezet de boeken van die anderen las, of dat ik ze nauwgezet door anderen liet lezen. Ik gaf daar een afgewogen mening over, of liet die mening door anderen afwegen en geven, ik veranderde er wat aan, of liet daar door anderen wat aan veranderen, en keek dan even nauwgezet hoe wij op de uitgeverij daar ‘een publiek’ bij konden vinden.<br />
Dat was waar ons vak op neerkwam. Onze discipline.<br />
Ik zocht voor de schrijvers een publiek dat hun boeken verdiende. Dat ze  wist te waarderen. Een publiek dat op hun boeken zat te wachten, maar er alleen nog achter moest komen dat ze bestonden.<br />
Zo had ik in mijn leven niet alleen al vrij veel over boeken geschreven, van anderen, maar had ik nog veel meer boeken van anderen door anderen laten uittrekken, om ze daarna door anderen te laten redigeren of vertalen. Ik had ze naar professionele smaakmakers en opinieleiders rondgestuurd en was daarna nooit te beroerd geweest om er smaakmakende literaire avondjes over te organiseren, in morsige zaaltjes met klapstoelen, achter of boven middelgrote boekwinkels waar wij zelf op onze vrije avond uit vrije wil nooit heen zouden gaan.<br />
Dat was mijn vak. Al jaren.<br />
Het grootste geld, nu ja wat is groot, had ik zo verdiend met een paar inmiddels vergeten boeken, terecht vergeten boeken, die ik ook niet zelf geschreven had en ook niet zelf had ontdekt, ik had ze niet eens gelezen. Maar ik had er sterk aan&#8230;<br />
(wordt vervolgd)</p>
<div><em><br />
</em></div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.reinjanmulder.nl/2011/09/coffee-company-fragment-geen-vrouwenman/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

