Reinjan Mulder: Mijn Amsterdam

ons-adam1018Voor het september nummer van Ons Amsterdam (2016) maakte Ko van Geemert een wandeling door Amsterdam met Reinjan Mulder. Hierbij, met dank aan de auteur, zijn verslag. 
Reinjan Mulder: ‘Ik woon nu 50 jaar in Amsterdam en dat heeft ervoor gezorgd dat er zijn talloze locaties met herinneringen zijn, maar laten we maar beginnen op de plek waar ik nu woon, vlak bij de Weesperzijde. In mijn leven tot nu toe is dat natuurlijk juist het slot.
Vind je het goed als mijn hondje Milan meewandelt?’
Nadat we bij hem thuis afscheid hebben genomen van zijn  vrouw Marli Huijer, de Denker des Vaderlands die juist wordt geïnterviewd (‘dat gebeurt tegenwoordig vrijwel dagelijks, het wordt soms wel wat veel’), gaan we de Weesperzijde op: ‘Kijk, hier is De Hoop, waar ik jaren heb geroeid, en waar ik ook mijn vrouw heb leren kennen’.
Via de Sarphatistraat komen we eerst in de Roetersstraat, waar we even halt houden bij Kriterion. ‘Hier, boven de bioscoop, zat in 1966 de studentenvereniging ASVA, die toen nog zorgde voor studentenhuisvesting. Hier moest ik me voor een kamer melden, toen ik in Amsterdam kwam studeren.’ Het Roeterseiland is in meer opzichten een bijzondere plek in Mulders leven. ‘In de oude diamantslijperij, daarrechts, liep ik in mijn eerste jaar colleges filosofie, en iets verder, op de Plantage Muidergracht, bijvak wiskunde. Bovendien stond hier, op de hoek van de Roetersstraat en de Nieuwe Prinsengracht, het befaamde laboratorium van Van ’t Hoff waaraan ik gemengde herinneringen heb.’ Jacobus Henricus van ’t Hoff (1852-1911)  was de Nederlands scheikundige die in 1901 als eerste de Nobelprijs voor scheikunde kreeg. Hoewel Van ‘t Hoff aanvankelijk moeite had een baan te vinden (hij zou als leraar scheikunde in Breda afgewezen zijn omdat hij met doosjes kristallen in zijn zak liep), was  hij al gauw hoogleraar in Amsterdam geworden en daarna steeg ook in het buitenland zijn ster snel. Amsterdam werd daarom bang om hem kwijt te raken en bouwde royaal een prachtig, nieuw laboratorium op het Roeterseiland voor hem.
fCCDat heeft de stad geweten. Van ’t Hoff kreeg het in dat laboratorium zo druk met alle studenten die bij hem wilden komen studeren, dat hij al in 1896 besloot naar de Pruisische Academie van Wetenschappen in Berlijn te vertrekken. Het hele laboratorium was voor niets voor hem gebouwd.
Na een hevige brand in 1987 is het gebouw uiteindelijk gesloopt.

Reinjan Mulder: ‘Het toeval wilde dat mijn oom in de jaren vijftig en zestig instrumentmaker in dit laboratorium was, en dat heeft ingrijpende gevolgen voor mij gehad. Bij een grote reorganisatie moest daar opeens het imposante bureau van Van ’t Hoff weg, en wie weet, zo redeneerde mijn oom, zou dat wel leuk zijn voor zijn neefje. Zo kwam ik al op mijn elfde in het bezit van dit imponerende bureau. Dat benauwde me nogal, want het was het bureau waaraan Nederlands eerste Nobelprijswinnaar gezeten had. Ik had het gevoel dat er voortaan zoveel extra’s van me verwacht werd.’
Later heeft hij deze gevoelens in zijn roman Coffee Company (Nieuw Amsterdam, 2011) verwerkt: ‘Het gevolg […] was dat het trotse cilinderbureau van Van ’t Hoff, het bureau waaraan de geleerde al zijn baanbrekende inzichten had ontwikkeld, ‘op een vervloekte dag’ gedemonteerd en wel in losse onderdelen achter in de Volkswagen van zijn oom bij zijn ouderlijk huis was thuisbezorgd, ‘diep in de provincie’, waar het ‘unverfroren’ op zijn kamer was gezet. Tussen zijn bed met knuffels en de tot boekenkast omgetoverde commode. En toen hij eenmaal op kamers was gaan wonen, had zijn vader het bureau weer gedemonteerd om het met Van Gendt & Loos in onderdelen snel achter hem aan te zenden.’
Mulder heeft het bureau recent nog aan Museum Boerhaave in Leiden aangeboden, maar dat liet toen weten al een ander bureau van de grote geleerde in huis te hebben…

Het cilinderbureau van Nobelprijswinnaar J.H. van 't Hoff

Het cilinderbureau van Nobelprijswinnaar J.H. van ’t Hoff

Door de Plantagebuurt, de Sint Antoniesbreestraat en de Nieuwe en Oude Hoogstraat komen we nu uit bij de Oudezijds Voorburgwal, waar op nummer 129 op de derde verdieping het kantoortje zat van Mulders kleine uitgeverij Babel & Voss, beeldend beschreven door Thomas Heerma van Voss in Onzichtbare Boeken (2014):
‘Op de begane grond bevond zich een medisch hulpcentrum, waar achter een dikke glasplaat altijd een paar sjofel geklede jongvolwassenen, soms zachtjes kreunend, zaten te wachten op een dokter. […] Als wij gingen vergaderen, werden we bij binnenkomst aangestaard door tientallen lege, vermoeide ogen. Naast de ingang hing een A4’tje met computergeschreven letters: Wij verstrekken geen methadon.’
Mulder: ‘Ik heb nog enige tijd een kaartje bij de deur gehangen waarop ook mijn telefoonnummer stond. Met als gevolg dat ik soms midden in de nacht werd opgebeld door een junk in nood.’

Enkele tientallen meters voorbij dit adres vinden we de plek, Oudezijds Voorburgwal 87-89, waar Reinjan Mulders schrijversloopbaan begon. ‘Hier, boven drukkerij Jacob van Campen, zat het studentenblad Propria Cures, waar ik bijna drie jaar redacteur ben geweest, van 1972 tot 1974, met mederedacteuren als Koen Koch, Mensje van Keulen, Tim Krabbé en Henk Spaan. Ik schreef er over literatuur en beeldende kunst, een mooie en leerzame tijd.’

Paleisstraat 1, bij de Damn is de volgende halte: ‘Acht jaar, van 1989 tot 1998, heb ik in dit fraaie pand met uitzicht op het Koninklijk Paleis als literatuur redacteur van NRC Handelsblad gewerkt, met een bureau vlak naast dat van Henk Hofland. Ik was wetenschappelijk onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau geweest, maar toen ik hier kon komen werken kon ik daar geen nee tegen zeggen.’

We besluiten met z’n drieën met de tram verder te gaan, naar de straat waarin Mulder van 1973 tot 1980 woonde, een zijstraat van de Ten Katemarkt, bereikbaar met lijn 13, 14, 17. Reinjan Mulder: ‘Hasebroekstraat 17, op deze plek heb ik mijn fotoproject Objectief Nederland dat nu in het Rijksmuseum te zien is afgemaakt. Schuin tegenover me woonde Jan Dibbets (1941), die beroemd werd met zijn foto van dit balkonnetje. Ik zag net nog in Musée d’Art Moderne in Parijs een heel groot werk van Jan Dibbets met zijn achterraam op alle momenten van de dag: dat moet hier in de Hasebroekstraat zijn geweest. Laatst had ik het er nog over met de fotografe Rineke Dijkstra (1959) en we kwamen op het idee deze straat tot toplocatie voor kunstenaars uit te roepen: ook zij heeft lang in de Hasebroekstraat gewoond en gewerkt.’

Het laatste punt op de route is de eerste woonlocatie van Reinjan Mulder in Amsterdam: de Hornhaven in het Westelijk Havengebied, bereikbaar (vanaf station Sloterdijk) met buslijn 231: ‘Hier lag het studentenschip De Caledonia, voor mij het toppunt van ellende. Ik bracht hier de eerste vier maanden in Amsterdam door en raakte daar totaal gedesoriënteerd.’
Het Schotse cruiseschip Caledonia diende van 1966 tot 1971 om studenten te huisvesten en moest soelaas bieden voor het nijpende tekort aan betaalbare studentenhuisvesting in Amsterdam toen de ‘babyboomers’ massaal gingen studeren. Mulder: ‘De Caledonia lag zeker een uur fietsen vanaf het Roeterseiland, bij het oude Station Sloterdijk was je pas halverwege, en dan begon er ’s avonds een griezelige, eenzame tocht langs een snelweg, onder schaars verlichte viaducten door en dan verder de duisternis in… Toen ook de studie Filosofie erg ongeregeld bleek, haakte ik af en ging ik weer een poosje bij mijn ouders in Geldermalsen wonen, om pas als student Rechten weer terug te komen in Amsterdam, maar nu op de Prinsengracht. Daarna volgden nog woningen in de Paardenstraat, de al genoemde Hasebroekstraat en de J.W. Brouwersstraat. Tot en met de straat bij de Weesperzijde waar we onze wandeling begonnen.’

Over Objectief Nederland

‘Weten wij hoe Nederland eruit ziet? Of zien wij slechts wat we willen zien, omdat we het mooi vinden, belangrijk, of omdat we er domweg langs komen?’ Deze vraag stelde Reinjan Mulder toen hij in 1974 aan zijn project Objectief Nederland begon. Hij wilde Nederland zo objectief mogelijk vastleggen en ontwikkelde een methode die iedere subjectieve keuze uitschakelt. Hij maakte 208 opnames, verspreid door Nederland. Ruim veertig jaar later waren de resultaten van dit experiment voor het eerst te zien, in het Rijksmuseum.
Basis voor Mulders methode was een grof raster dat hij over Nederland legde. Bij de 52 kruispunten keek hij op welke stafkaart ze lagen om daarna van die kaarten alleen nog maar het exacte middelpunt op te zoeken. Zo nam hij een steekproef van Nederland. Mulder begaf zich wekenlang naar alle plaatsen die het raster voorschreef om daar vervolgens met zijn Rolleiflex camera vanaf statief in elke windrichting een opname te maken. Zo hoopte hij te breken met een door subjectieve keuzes bepaalde traditie van het vastleggen van de werkelijkheid.
Bij de tentoonstelling Objectief Nederland verscheen een boek onder dezelfde titel (Babel & Voss Uitgevers). Daarin schetst Mulder hoe hij in een poging zijn voorkeuren en gevoelens uit te schakelen vaak tot het uiterste ging door uren in de vette klei van Oostelijk Flevoland te baggeren, een nieuwbouwwoonhuis in Velp binnen te dringen en in zijn eentje met een motorvlet de woelige Waddenzee op te gaan.

Verscheen eerder in Ons Amsterdam, september 2016.

Geef een reactie