‘Over ouder worden’ – Bij een foto van Bert Nienhuis

Door Reinjan Mulder

Marli en Huijer, foto Bert Nienhuis

Marli Huijer en Reinjan Mulder, uit de reeks ‘ouder worden’ (foto Bert Nienhuis, 2014)

Ik ken weinig fotografen. Daarvoor heb ik me misschien te veel met literatuur bezig gehouden. Maar soms was de literatuur ook juist de reden om een fotograaf op me af te sturen. Dat was het geval toen in 1985 Uit het achterland, het derde boek van de schrijver René Stoute verscheen. Het boek was sterk autobiografisch en het speelde net als Stoute’s eerdere – en volgens mij betere – roman Op de rug van vuile zwanen in het milieu van Amsterdamse heroïnegebruikers. Zo schiepen de hoofdpersonen er, naar ik me herinner, net als René Stoute zelf waarschijnlijk, veel plezier in om in de binnenstad fietsen te stelen om hun kostbare gewoonte te bekostigen.
Daarmee romantiseerde Stoute het junkiebestaan naar mijn idee nogal en zo besprak ik het boek dan ook, en ik eindigde mijn bespreking enigszins pesterig met de slotzin: ‘En nu mijn fiets terug.’
En toen waren de rapen gaar. Half Nederland viel over me heen. Ik zou een stoot onder de gordel hebben toegediend aan mensen die het toch al zo moeilijk hadden. En ik junks door de slotzin met nazi’s hebben vergeleken.
Het pikante aan de affaire was, dat toen ik mijn recensie inleverde, die omstreden slotzin er nog niet onder stond. Hij speelde tijdens het lezen van het boek steeds door mijn hoofd, omdat ik dat jaar al drie fietsen was kwijtgeraakt, maar

ik vroeg me af of ik hem wel gebruiken kon. Mocht je een schrijver van fictie zo persoonlijk aanvallen? Maar op de redactie trof ik die dinsdag mijn favoriete eindredacteur van het CS, Laura Starink, en toen ik haar mijn twijfels voorlegde, vond zij dat zo’n zinnetje wel kon. Ze was zelf in korte tijd al verschillende fietsen kwijtgeraakt en keek dan ook tevreden toe hoe ik op het laatste moment handmatig die laatste, omstreden opmerking aan mijn driekleurige NRC-kopijvel toevoegde.
Het zinnetje was ook niet alleen als grap bedoeld. Ik was in die dagen als justitie-verantwoordelijke op het Sociaal en Cultureel Planbureau druk in de weer met het meedenken over een nieuw nationaal slachtofferbeleid en vond dat Stoute in zijn nieuwe boek het stelen van fietsen veel te veel als een schelmenstreek presenteerde. Iets wat ‘moest kunnen’. Ik begon zo langzamerhand een beetje genoeg te krijgen van al die mensen die junks alleen maar zielig vonden, of interessant, of die meenden dat een taai ongerief als fietsendiefstal nu eenmaal hoorde bij een grote stad als Amsterdam. Waarom zou je in een recensie dan geen – licht geformuleerd – moreel oordeel mogen vellen? Het boek Uit het achterland had niet de pretentie om zomaar een verhaaltje te zijn, een ‘romannetje’. Stoute had met veel mooie woorden een hoge, morele inzet gekozen. Hij wilde ons niets minder dan de waarheid achter het junkenbestaan laten zien.
Dan moest je, vond ik, daarop ook met een hoge morele inzet kunnen reageren.

Al snel kwamen de ingezonden brieven bij NRC Handelsblad binnen, die voor zover ik weet ook braaf werden geplaatst, en daarna organiseerde de VPRO-radio een heftig live-debat tussen René Stoute en mij, in de opkamer boven het Athenaeum Nieuwscentrum.
Maar voor de diep gekwetste schrijver was dat kennelijk nog niet genoeg. Ingefluisterd en geïnspireerd door zijn idool Jeroen Brouwers schreef René Stoute voor het weekblad Vrij Nederland ook nog eens een bijna 2 pagina’s lang, groot, boos stuk tegen mij, getiteld Het harde handje van Reinjan Mulder, om voor eens en voor al met de ‘cultuurflens Mulder’ en ‘de gemaskerde erwt Mulder’ die ik was, af te rekenen.
Bij die afrekening moest uiteraard een foto van mij komen, en daarvoor werd VN’s vaste fotograaf Bert Nienhuis ingehuurd. De  bedoeling was, hoorde ik van Bert, dat mijn foto dan naast een foto van René Stoute zou worden geplaatst: de schrijver en zijn beul.
Maar twee, op de redactie werden per ongeluk (?) de onderschriften verwisseld, en… weg was het effect van het vileine stuk. Voor de argeloze lezer werd ik opeens de moedige, gekwelde schrijver uit ‘het achterland’ en René Stoute werd op slag de ‘cultuurflens’ en ‘de gemaskerde erwt’ die de naam Reinjan Mulder droeg.
Hoe gezichten ons kunnen bedriegen… Kennelijk zag ik er, met mijn krullende haar, mijn gouden brilletje en mijn Bretonse streepjestruitje, van ons tweeën nog het meest als drugsgebruiker uit, en René Stoute, met zijn witte T-shirtje, zijn zilveren horlogeband  en zijn halskettinkje, was door de opmaakredacteur ten onrechte aangezien voor de chique  literatuurcriticus van NRC Handelsblad.

Vrij Nederlands's Boekenbijlage, 12 oktober 1985

Vrij Nederlands’s Boekenbijlage, 12 oktober 1985

Bij de opruiming van mijn ouderlijk huis vond ik vorig jaar het artikel in Vrij Nederland terug. Mijn moeder had in haar exemplaar zo te zien braaf de twee onderschriften verbeterd. Onder mijn foto had ze de naam van René Stoute volledig onleesbaar gemaakt door er stevig met een pen over te krassen, en daaronder was in haar keurige handschrift ‘Reinjan Mulder’ geschreven.
Waarvan acte.

Niet zo lang geleden maakte Bert Nienhuis een mooie fotoserie ‘Over ouder worden’, waarvoor hij naar veel van zijn oude modellen terugging. René Stoute was ondertussen overleden, maar mij fotografeerde hij nu, gezond en wel, samen met Marli Huijer. Dertig jaar geleden was zij, o vreemd toeval, nog de coördinator van de Amsterdamse ‘junkiebond’ maar tegenwoordig is ze alleen nog maar de filosoof met wie ik het gelauwerde filosofie-boek Opnieuw Beginnen schreef.
Ik heb lang naar die recente foto van ons tweeën zitten kijken, en vroeg me af: in wie van de twee zou u, als u ons niet kende, nu de nieuwe Denker des Vaderlands herkennen, en in wie de vrolijke schrijver van dit stukje?

Ik loop naar de boekenkast om te kijken of René Stoutes boeken daar nog staan. Uit het achterland blijkt inmiddels bij een sanering verdwenen. Kennelijk vond ik dat niet meer de moeite van het bewaren waard. Maar zijn – volgens mij veel betere – Over de fotobrieflaurarug van vuile zwanen uit 1982 heb ik altijd in ere gehouden.
Ik pak het boek uit de kast, en er valt een brief uit van Laura Starink die ik vanwege de latere discussie hier graag even integraal citeer:
‘Ha Reinjan,
Mooi stuk had je over Ensor*. Ik ga erheen.
Dit** is typisch wat voor jou als drug- alcohol- en andere dope-specialist.
Misschien iets voor het boekennummer? (9 sept.)
Laura’

*Overzichtstentoonstelling van James Ensor in Antwerpen
**René Stoute, Op de rug van Vuile zwanen 

 

Verscheen eerder in kortere vorm op www.galeries.nl 

Geef een reactie