PS ook mijn blauwe sokken – een brief van Annie Romein-Verschoor – reis door mijn boekenkast (59)

Door Reinjan Mulder
Annie R
Ik moet het boek omstreeks 1988 aan mijn moeder Hanna Hulscher (1922-2013) hebben gegeven. Ze had ons al zo vaak over Jan en Annie Romein verteld dat ik dacht: lees dan ook eens wat ze geschreven hebben. Mijn moeder hield ervan ons te overvoeren met verhalen over mensen die ze had gekend en die later beroemd waren geworden, maar dat ze, bijvoorbeeld, een boek als De Avonden van Gerard Reve had gelezen, waarin verschillende van die mensen voorkwamen, had ik nooit gemerkt. En daar wilde ik als onvermoeibare leesbevorderaar graag wat aan doen.
Nu komt Annie Romein-Verschoor’s boek Omzien in verwondering na de dood van mijn moeder afgelopen voorjaar weer bij mij terug in de kast, de goedkope editie, waarin de beide delen van haar memoires in één band zijn samengebracht.
Of mijn moeder het boek helemaal gelezen heeft, weet ik niet. Er staan geen streepjes in, wat in haar geval een veeg teken is.
Maar er vallen tot mijn genoegen wel een paar knipsels uit over Annie en Jan Romein, plus een onbekende foto van een goedgeklede Jan Romein aan de koffietafel (van mijn opa?), en een mooie, lange brief.
De brief die eruit valt, is door ’tante Annie’ in 1937 aan mijn oma, Suus Hulscher-Canté (1900-1991) geschreven, die op dat moment met haar gezin op een kampeerterrein aan de Grensweg op Texel kampeerde. Die knipsels en die brief zaten nog niet in het boek, toen ik het 25 jaar geleden aan mijn moeder gaf. Dat weet ik zeker en dat maakt duidelijk dat ze het boek in ieder geval ter hand heeft genomen.
Op de voorkant van de vooraf bedrukte enveloppe prijkt prominent de naam ‘J.M. Romein – Zuider Amstellaan 194, Amsterdam – Z,’ een adres dat later met de hand veranderd is in: Blaricummerstr. 140, Blaricum. Zuinigheid is, zoals de Romeins als de besten wisten, een Nederlandse deugd.

Jan Romein (foto Carl Hulscher)

‘Beste Suus,’ zo begint Annie Romein-Verschoor op 26 juli haar brief aan mijn oma,
‘Even een seintje dat onze dochter [Annelies Romein, later Annelies Heinemeijer-Romein – R.M.] hier vanmiddag tot onze verrassing heelhuids kwam binnenstappen. Wij hadden ons n.l. juist zorgen gemaakt over een pas ontvangen brief kaart van Jan E. [Jan Erik Romein, de zoon van de Romeins – R.M.]: ik kom Dinsdagmiddag trein zoveel thuis. Alsof er niets met hem afgesproken was, dat hij over Texel zou reizen en daar zijn zus ophalen.
Van Annelies hoorden we dat jullie helemaal geen bericht van hem hebt gehad. Ik ben benieuwd of hij jullie vandaag is komen overvallen of dat hij heel lauw weer op het Harlinger bootje is gestapt.
Hij is er toe in staat!
Hartelijk bedankt voor de plezierige week, die jullie Annelies bezorgd hebben, ze kwam een beetje misselijk van de reis, waar ze slecht tegen kan, maar niettemin vol opgewekte verhalen thuis.
[…]
Heeft Annelies het goed, dat jullie in de 2e week van Augustus weer in Amsterdam zijn? Laat Hanna [Hulscher, mijn moeder – R.M.] dan, als ze daar zin in heeft, hierheen doorreizen. Er valt hier die week nog wel ergens een kermisbedje op te slaan.’
Annie Romein-Verschoor eindigt haar brief aan mijn oma dan met:
‘Annelies volgt hierachter.
Hartelijke groeten ook van Jan en Bart, veel dank en beste wensen voor de verdere kampeertijd,
je Annie Romein V.’

Achterop het velletje volgt dan nog een PS van Annie Romein:

‘P.s. Als Hanna even laat weten, hoe laat ze in Amsterdam op de fiets stapt, rijden Annelies en de jongens haar tegemoet.’

Daaronder staat, in potlood, dan ook nog de brief die Annie’s dochter Annelies Romein aan haar ‘beste tante Suus’, mijn oma, schreef. Die brief van Annelies gaat onder meer over haar misselijkheid en haar mislukte fietstocht van Amsterdam naar Blaricum, samen met een zekere Chellie [Chellie Polenaar? R.M.].
Daarna gaat hij over in een enorme opsomming van alles wat ze bij mijn oma op Texel heeft laten liggen:

‘een rooie ceintuur, de ceintuur van mijn regenjas, en van mijn blauwe jasje, mijn lepel, mijn blauw geruite broekje, [doorgestreept] mijn plastronnetje, het boek van Jan Trom en de twee brieven’.

En dat blijkt nog niet alles wat Annelies Romein allemaal op Texel heeft laten slingeren. Achter op de enveloppe heeft ze, toen hij al was dichtgeplakt, ook nog snel dit geschreven:

‘PS ook mijn blauwe sokken’.

Ik geloof niet dat met de vondst deze brief nu opeens een geheel nieuw licht wordt geworpen op de levens van onze nationale historici Jan en Annie Romein, of het moet zijn dat ze in 1937 hun kinderen boeken van C. Joh. Kievit te lezen gaven. Jan Trom is de zoon van de bekendere Dik Trom. Een oerhollands kinderboek dus, en zeker geen communistische propaganda.
Toch doet de brief me wat, merk ik.
Ik zie het opeens helder voor me. Mijn 37-jarige oma en opa, kamperend bij boer Lap op Texel, samen met hun drie kinderen, en daarbij dan nog de 12-jarige Annelies Romein, met haar eigen lepel, in haar blauw geruite broekje, haar ‘plastronnetje’ en, o ja, haar blauwe sokken.
Vervolgens zie ik ook mijn moeder als kind weer wat beter, samen met haar vriendinnetje Annelies Romein slapend in haar tentje, op Texel, en later in haar ‘kermisbedje’ bij de Romeins in Blaricum thuis.
Mijn moeder was die zomer net twee maanden 15.
Mooi hoe ze op die leeftijd al een leeftijdsverschil van jaren wist te overbruggen.

 

Geef een reactie